Het is een
prachtige avond. Ik zit achter ons huis en geniet van het gezang van
merels. De nachtegaal van vorig jaar is niet meer teruggekomen. Jammer.
Er zitten wel 10 zwaluwen gierend achter elkaar aan boven de tuin en
ons huis. Vandaag fietsten door het bos en langs de hunebedden die op
de heide stonden te pronken. Ze staan er al zo lang en het blijft een
mooi gezicht in het zomerse landschap. Even verderop golfden de
korenvelden. De tarwe en gerst was nog half groen, half geel en niet
erg hoog op de stengel. Ineens zag ik een bordje langs het veld.
Brouwgerst stond er op. Daar hebben veel duivenmelkers het ook vaak over
dacht ik. Reden genoeg om de granen eens te laten passeren voor ons
duivenvoer. Ik plukte een aar en telde 18 mooie, nog onrijpe
gerstekorrels, allen met een lange “haar” eraan vast.
Brouwgerst
De
meeste brouwgerst wordt verbouwd op kleigrond tot zware kleigrond. Om
brouwgerst te kweken moet de grond stikstofrijk zijn of gemaakt worden.
Anders is het eiwitgehalte van de gerstekorrel te laag. Die mag niet
lager zijn dan 9.5%, maar ook niet hoger dan 11,5%. Dat zou weer ten
koste gaan van het zetmeelgehalte. Het optimale is 10% tot 11%. De
gerstekorrel kan er nog zo mooi en vol uitzien, als ze niet aan die
waardes voldoen, gaat de koop van de bierbrouwer niet door en blijft de
boer er mee zitten. Ook de korrel zelf moet groter zijn dan 2,5 mm.
Wij duivenmelkers letten vaak alleen op de korrelgrootte en op de
kleur. Als die mooi en vol is, dan zal het zeker wel brouwgerst zijn.
De kiemgracht moet hoog zijn. Na 3 dagen moet er 95% van alle
gerstkorrels kiemen . Het afstellen van de maaidorser en het goed drogen
en bewaren van de gerst kan het verlies van de kiemkracht beperken.
Door de strengere overheidsregeltjes mag er minder bemest wordt
waardoor het eiwitgehalte vaak te laag is. De afgekeurde brouwgerst met
grove korrelstructuur en gezonde kleur is roofgoed voor duivenvoer
fabrikanten. Het komt voor de duiven niet op een procentje meer of
minder eiwit aan, als het maar een goede voedingswaarde heeft en het er
goed uitziet. Gerst die een lager eiwitgehalte heeft dan 9,5% wordt
voergerst genoemd.
Gerst op het land heeft lange spelten. Bij het
oogsten blijven die deels aan de gerst zitten. Ze zijn scherp en puntig.
Daarom moeten die er eerst machinaal afgehaald worden. Dat de puntjes
bij duiven in de keel het geel veroorzaken kan naar het land der fabelen
worden verwezen. Gerst heeft een hoog koolhydraat gehalte van rond de
66% - 68%. Verder is het vetgehalte zeer laag (rond 1,9%) en een ruw
vezelgehalte van 5,1%. Die vezels zijn goed voor de darmperistaltiek.
Dat is de werking ofwel het samenknijpen van de darm. Des te heftiger en
vaker dit gebeurt, des te beter worden voedingsstoffen ook opgenomen.
Een luie darm met weinig peristaltiek, heeft een lage opname van
essentiële voedingsstoffen te weeg. Voor duiven heeft het een goede
voedingswaarde, maar duiven eten niet zo graag gerst. Toch is gerst een
erg nuttig en relatief goedkoop graan voor bepaalde tijden van het
jaar. Ook kan gerst worden gebruikt als maatstaf voor het voeren. Als ze
de gerst laten liggen…. Juist.
Tarwe (Triticum aestivum)
Dit
graan behoort net als gerst, haver, rogge, rijst en spelt tot de groep
van de grassen. Ze groeien snel en worden door de zon gerijpt. Tarwe
is een product wat wel 10.000 jaar oud zou zijn. De oorspronkelijke vorm
was 2- arig en had 14 chromosomen (de Einkorn). Door kruisingen en
veredeling zit onze broodtarwe nu op 42 chromosomen. Voor brood bepalen
meestal eiwitgehalte en gluten de kwaliteit. Ja brood, dat is een
belangrijk voedsel voor de mens. Volgens wetenschappers wijst het
gebit en spijsvertering van de mens er naar een fruit, noten, granen
en groente-eters te zijn. En omdat we eigenlijk bijna allemaal
dagelijks brood eten, is tarwe een zeer belangrijk gewas, naast mais en
rijst.
Verschillende rassen en kleuren tarwe
Tarwe is
rijk aan gluten, zodat er een mooi bakdeeg van gemaakt kan worden. We
onderscheiden zachte tarwe, harde tarwe en durum tarwe. (triticum
durum). Zachte tarwe wordt in onze omgeving verbouwd ( Nederland,
Duitsland, België, Polen, Denemarken) en heeft een laag eiwitgehalte
(tussen 6% en 10%). Harde tarwe heeft een hoge bakwaarde en komt meestal
uit Canada en de USA. Het eiwitgehalte is ook hoger ( tussen 10% en
14%). Durum tarwe is de hardste tarwe en wordt gebruikt voor het maken
van pasta´s etc. (aanbouwgebieden: rond de Middellandse zee). Zachte
tarwe is rijker aan zetmeel. De tarwebloem (meel) kan heel
verschillend zijn qua samenstelling. Door mengen en bewerkingen kunnen
er verschillende bloemsoorten voor bakkers worden samengesteld die elk
weer andere bakeigenschappen hebben.
Spelt
Vanaf 1700 voor Christus verbouwde men
spelt, een zeer oud Germaans ras. Spelt heeft een zeer hoog eiwitgehalte
(12% tot 15%) en is zeer rijk aan gluten. Het zou de opvolger zijn van
de eerste tarwesoort (Einkorn). Met spelt is het dus goed bakken
geblazen.
Gluten
Een aantal mensen kan niet tegen gluten
en moeten dan uitwijken naar andere broodsoorten zoals van mais of Teff
(meer hierover in het volgende artikel). Tarwe bevat ook fytinezuur.
Het wordt ontwikkeld door een enzym ( fytase) en heeft de eigenschap om
mineralen aan zich te binden zoals ijzer, zink en calcium. Deze worden
dan minder goed opgenomen in het lichaam.
Tarwe in duivenvoer
Ook zijn verschillende rassen
en kleuren. Zo onderscheiden we witte, gewone lichtbruine en rode tarwe
(Gelderse rode). Al deze soorten zien we ook terug in ons duivenvoer.
De donkere tarwe lijkt wellicht minder mooi in het voer, maar dat doet
niets af aan de kwaliteit.
Tarwe is koolhydraatrijk(68% - 69%) en
bevat voor een deel snel opneembare suikers. Het vetgehalte is laag
(rond de 1,8%). De uiteindelijke kleur wordt ook beïnvloed door het
weer. Als we pech hebben dan “verregent” onze tarwe en gerst. De kleur
wordt dan donker en de kwaliteit minder. Op tijd geoogst of iets te
lang gewacht…….. dat kan net het verschil maken.
We zijn en blijven
dus afhankelijk van de natuur. Daar doen we niets aan. Er zijn goede en
slechte jaren. De beste varianten van de oogst in 2010 bevatten nog een
paar % ingedroogde tarwe. Dat ziet er minder mooi uit natuurlijk, maar
het is niet anders. Het enige alternatief is schilderen, maar een mooi
geschilderde tarwekorrel is alleen niet te eten. Percentages in
duivenvoer, afhankelijk van de tijd van het jaar zou niet hoger moeten
zijn dan 20%. In de rui en kweekperiode kan men iets meer voeren dan in
de andere periodes vanwege het hogere gehalte aan zwavelhoudende
aminozuren.
Opbrengst en schimmels.
De boer wordt gedwongen
door lage prijzen zo veel mogelijk opbrengst per hectare te realiseren.
Daarom worden de aren steeds voller en het aantal halmen per m² steeds
meer. Dat heeft ook nadelen. Door dauw in de morgen, door regen en weer
zonneschijn ontstaan er schimmels op de granen. De halmen staan dichter
op elkaar en komen sneller tegen elkaar aan waardoor de besmetting
wordt verhoogd. Deze schimmels laten gifstoffen achter op de
graankorrels. We noemen dat mycotoxines en alfatoxines en bevinden zich
op alle grassen en granen. Ze worden wel met gif bestreden, maar dat
werkt alleen maar resistentie in de hand. We steriliseren onze granen
niet, dus eten onze duiven deze schimmels en gifstoffen ook op. Dat is
gewoon natuurlijk.
Normaal hebben ze daar geen enkel probleem mee, omdat de duif een kort darmstelsel heeft. Het maximum aan schimmels is 10.000 KVE (Kolonie Vormende Eenheden) per gram voer. Voor aflatoxine en mycotoxines, welke een stuk gevaarlijker zijn, gelden waardes van 0,05 mg per kg. Hier wordt uiteraard controle op uitgevoerd!! Vooral paarden en koeien, die ook grassen eten, kunnen daar wel last van hebben, omdat die een zeer lang darmstelsel hebben. Minder wordt het als zich te veel schimmels of toxines in het lichaam bevinden. Deze ontstaan vaak door te veel en te vaak gebruik te maken van antibiotica.
Een volgende keer meer graan.
Willem Mulder.
| Gerelateerde artikelen | |