Superkampioenen op alle disciplines.
Tijnje ligt voor mij niet naast de deur. Als een collega van het Spoor super presteert, kun je niets anders, gaan, overigens in goed overleg en zonder tegenzin. Eenmaal in de stoel kun je met Hatty en Adriaan goed over de sport in zijn totaliteit praten. Overigens verricht Hatty ook nog werkzaamheden voor een Duits duivensportvakblad, dit even ter zake. Op roofvogelgebied kon Hatty mij ook e.e.a. vertellen. Zo weet ik nu dat als de duiven de lucht in schieten, er een Havik in de buurt is. Een havik pakt volgens Hatty alleen maar duiven als ze stil zitten.
Blijven ze zitten of gaan ze de bosjes in of wat dan ook, dan gaat het meestal om een slechtvalk. Die slaat enkel duiven in de lucht. Het laatste zag ik overigens afgelopen weekend nog op tv. Na over ditjes en datjes te hebben gesproken, werd het tijd om over de sport zelf te gaan praten.
Oorsprong.
Hatty is niet een echte Fries, hij werd in Eindhoven geboren. Ook daar speelde hij met duiven maar pas later, toen hij verhuisde naar Friesland, werden de zaken serieus aangepakt. Begin jaren 80 werd verschrikkelijk hard gespeeld, zo hard dat de concurrentie helemaal zoek gespeeld werd. Door dit harde spel werden maatregelen tegen Hatty getroffen om zijn dominantie aan banden te leggen. Dit kwam zijn motivatie niet ten goede en er volgden enkele jaren van rust. Eind jaren 80 werd de draad weer opgepakt en werd voor het eerst een bezoek aan de gebroeders Janssen gebracht. In totaal werden hier 17 duiven gekocht, voor zoals u begrijpt, een fortuin. Overigens viel mij op dat Hatty onderscheid maakte tussen “dure” kwekers en “goede”. Tussen de regels door kun je waarschijnlijk concluderen dat een dure niet altijd een goede hoeft te zijn. Later werd bij Jos Klak aangeklopt. Begin 2000 kwamen vervolgens duiven van Gerard en Bas Verkerk en Rainer Puttman uit Lohne Duitsland. De laatste aanwinsten kwamen van Peter v.d. Merwe. Uit werkelijk het crème de la crème zitten hier duiven. Uit deze duiven heeft Hatty een stam duiven opgebouwd die klinkt als een klok.
Systeem.
Begin januari worden de duiven gekoppeld. De kwekers worden gericht gekoppeld, de vliegers, 30 koppels, mogen hun eigen partner uitzoeken. Daarbij moet ik vermelden dat alle doffers reeds een bak op het vlieghok hebben, anders loopt het uit de hand. Door dit vrije koppelen is het doorgaans moeilijk eieren over te leggen en daarom brengt ieder koppel de eigen jongen groot. De kwekers worden overigens vaak omgekoppeld. Hierdoor wordt de kans op een echte crack vergroot. Na het spenen wordt niet herkoppeld en staan de duiven dus op weduwschap. In de aanloopperiode kunnen ze beginnen aan hun training. Lappen doen ze met de oude duiven weinig, slechts een keer of 2. Hatty en Adriaan vliegen dubbel weduwschap. In principe gaan alle duiven mee zodat bij thuiskomst wel eens op de partner gewacht moet worden. Voor dit spelsysteem moet je selecteren, niet alle duiven zijn hiervoor geschikt. Vooral doffers presteren minder en zijn hiervoor blijkbaar gevoelig. De duivinnen worden niet opgesloten en om samenlopen tegen te gaan wordt niets ondernomen. Opsluiten van duivinnen vindt Hatty helemaal niets. Het risico is dan dat de vrouwtjes onderling wel eens de liefde bedrijven.
Normaal gesproken worden zulke duiven uitgeselecteerd een uitzondering daar gelaten. De duiven worden voor het inkorven zo’n beetje een uur bij elkaar gelaten. In tonen gelooft Hatty niet maar ze doen dit meer uit praktische overwegingen. Het hok van de oude duiven is te groot en dat bemoeilijkt het pakken van de duiven als niet getoond wordt. Dit is de eerste reden. De tweede reden is, dat als je toont, je het beter lang kunt doen dan kort. Liefhebbers vinden dat vooral de doffers rustig de mand in moeten. Als je kort toont, jaag je de doffers in de stress maar door het lange tonen gaan ze zeer rustig de mand in. “Als ik met duiven die in de mand zitten te huilen naar het lokaal rij, weet ik dat het niets wordt” aldus Hatty. Dit is de theorie die Hatty hier over heeft. Bij thuiskomst mogen de geslachten lang bij elkaar blijven. Hierdoor blijft er een band tussen de koppels bestaan en wordt samenlopen bij de duivinnen tegengegaan. De oude duiven worden overigens op de natour opnieuw gespeeld. De jongen blijven dan, op een enkel laat jong na, thuis. Sinds de contacten met Gerard en Bas Verkerk hebben ze wat de training betreft het een en ander aangepast. De duiven moeten als het kan, vanaf mei iedere dag 3 uren trainen in blokken van 2 keer 1,5 uur, zowel doffers als duivinnen. Langer lukt overigens ook niet. Hierover werd nog gesproken omdat er nogal een verschil zit tussen trainen en vliegen.
Doordat er meer getraind wordt heeft Hatty de indruk dat de prestaties beter zijn geworden. De een ziet de duiven liever een uur trainen dan 1,5 uur vliegen. Dat er vele wegen zijn die naar Rome leiden lijkt mij duidelijk. Tel daarbij nog de training van de jongen, dan weet je dat hiervoor een dagtaak nodig is om dit te realiseren. In feite wordt aan de duiven een eiwitarm voer verstrekt. De laatste jaren werd over dit systeem meer en meer gesproken. Duiven zouden teveel eiwitten krijgen en daardoor minder gaan presteren. Plantaardige eiwitten, bonen en erwten in de volksmond, hebben de eigenschap pas na 48 uren te zijn verteerd. Hierdoor wordt het duivenlichaam teveel belast. Door naast een eiwitarm voedingspatroon, dierlijke eiwitten te verstrekken, kan dit probleem opgevangen worden. Deze eiwitten worden sneller door het lichaam opgenomen. Hatty en Adriaan doen dit met “Powerplay” een middel dat in de apotheek in Duitsland vrij te koop is. Daarnaast verstrekken zij ook een beetje voer met meer bonen en erwten en krijgen ze regelmatig Tovo. “Eiwitarm voeren en vliegen op de eendaagse fond kan niet samen, daar zijn wij wel achter gekomen” aldus Hatty.
De duiven krijgen, mede door de lange trainingstijden, genoeg te eten. Er wordt gekeken naar de omstandigheden, voeren moet je aanvoelen. Door het afschermen van de ramen bij de oude duiven, om ze rustig te houden, wordt altijd een beetje verduisterd. Bijlichten kan in de omgeving van Tijnje niet. “In de zomermaanden barst het werkelijk van de muskieten en de duiven worden letterlijk en figuurlijk opgevreten door deze kleine monstertjes als de lampen aan zijn”. Die keer dat we het deden was het hok werkelijk zwart van de vliegen en stopten we acuut” aldus Hatty. De jongen worden na het spenen verduistert tot de langste dag. Daarna gaat smorgens de lamp wel aan, s’avonds dus niet. Vroeg kweken kan door de roofvogelproblematiek niet. Als dit probleem er niet was, dan koppelde Hatty de duiven in november. Jongen van 6 maanden of ouder zijn minder vatbaar voor coli. Het laatste is een enorm probleem bij de familie Roest. Er zijn tijden dat ze meer last hebben dan niet, erg vervelend. Een oplossing voor dit probleem hebben ze nog niet. Wel wordt in een korte periode stress opgewekt om coli uit te lokken. In de perioden van gezondheid wordt vaak met de jongen gereisd, een keer of 10 zeker.
Tijdens de vluchten lappen ze normaal gesproken niet, maar mocht een vlucht om een of ander reden niet doorgaan, dan worden ze wel gelapt. Op de deur wordt niet gespeeld, alles zit bij elkaar. Wegens het reeds eerder genoemde trainingspatroon met de oude duiven, blijft bij de jongen voor dit weduwschapsysteem te weinig tijd over. Dit vindt Hatty overigens wel jammer want met verkapt weduwschap kunnen de jongen volgens hem nog harder. De jongen krijgen in grote lijnen dezelfde voeding als de oude duiven.
Wat nog meer ter sprake kwam.
Hatty vertelde mij dat de Duitse sportvrienden gek zijn op bijproducten en vooral medicijnen. “Als je ze laat zien wat je in huis hebt geloven ze het niet” aldus Hatty. Om kort te zijn geven ze af en toe iets tegen het geel en soms wel eens BS van de Weerdt. Tegen de koppen doen ze niets, daar hebben ze de kliko voor. “Wij hebben blijkbaar goede hokken want onze duiven hebben in feite nooit last van dit euvel” aldus Hatty. Bij de jaarlingen die veel feller in de mand zijn, zien ze wel eens oortjes maar dat moet vanzelf weer over gaan. Lukt dit niet, zie boven!!! De medische controle is overigens in handen van Nanne Wolff. Enten deden ze alleen tegen paramyxo maar na een pokken uitbraak worden ze ook tegen pokken geënt. Duivensport is topsport. Dit laatste heeft in de ogen van Hatty de duivensport kapot gemaakt. “Werken en hard spelen met duiven kan bijna niet samen gaan een uitzondering daargelaten”. De laatste jaren is het klassenverschil te groot geworden. Volgens Hatty is het beste voor de sport een topklasse en een klasse voor de mindere liefhebbers, zeg maar een ere- en eerste divisie. Het probleem is echter dat de mindere goden en dat is de grootste groep, niet in de eerste divisie vliegen wil. “Vroeger was een kleine liefhebber meestal de beste”. “Nu zijn de beste ook vaak de grootste met als gevolg enorme kettinguitslagen”, aldus Hatty. Liefhebbers met weinig duiven en goede prestaties, sneeuwen helemaal onder door de massa en dat komt de sport niet ten goede. Hier moet men eens wat aan doen aldus Hatty. Het was voor mij een nuttige en leerzame dag in Friesland. Altijd steek je wel iets op maar nog steeds denk ik na over wat Hatty tegen mij zij, “dit is een dure, dit is een goede”.
Kijk ook eens op de website http://www.roestpigeons.com/
Emmen, René Hidding
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenvlucht.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenvlucht.nl te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders
| Gerelateerde artikelen | |