Ongeveer 20 seconden bedroeg de voorsprong van het duivinnetje op nummer 2 en dat nadat de duiven een afstand van 530 kilometer hadden afgelegd. 1278 Meter bedroeg de snelheid en dat gaf al aan dat het niet zwaar, maar zeker niet gemakkelijk ging. De duiven werden met een dag vertraging gelost. Op de kortste afstanden verliep het concours snel terwijl meer Noordelijk het behoorlijk langer duurde voordat de prijzen verdiend waren.
Verrassing.
Jan van Oenen is geen onbekende in de duivensport. In 2004 won hij volgens mij met de jonge duiven een NPO vlucht vanuit Houdeng. Daarnaast wist en weet hij bijna wekelijks superuitslagen te realiseren. Het jaar 2010 zou een overbruggingsjaar worden omdat een verhuizing gepland stond.
De verkoop was bijna rond maar ging op het laatste moment niet door. De duiven, 90 % van het bestand, waren toen bijna allemaal verkocht. Dat de beste duiven het eerste weg waren was duidelijk. Met een veredeld B elftal, waaronder een hele serie zomerjongen, werd begonnen. De zomerjongen hadden niet de gewenste ervaring opgedaan en in deze groep werd na verloop een behoorlijk gat geslagen. Vooral de rampvlucht vanuit Menen speelde hierin een grote rol. Van de 36 waar Jan mee begon zijn nu nog 21 aanwezig. Deze overwinning komt min of meer dan ook zo maar uit de lucht vallen, een echte verrassing.
Duiven.
In de jaren 80 waren het vooral Koopmanduiven wat de klok sloeg. Nu nog staan deze duiven aan de basis van het succes. Daarnaast werden de laatste paar jaren Claessens en Reynaertduiven gehaald. Bij de laatste doen duiven van de “Figolijn” het goed. Daarnaast doen vooral op de eendaagsefond duiven van G. Doek en zn. van zich spreken. Dit waren in hoofdzaak Meulemansduiven. In de afstamming van de overwinnaar komen wij al deze lijnen tegen.
Systeem.
Bij wijze van uitzondering wordt dit jaar dubbel weduwschap gespeeld. Dit bevalt Jan slecht en doet dit in de toekomst niet weer. Nood breekt wetten zullen wij maar zeggen. Half januari werden de duiven gekoppeld. Na een week of twee brachten de doffers de jongen groot. Na het spenen stonden de duiven op weduwschap en werd niet herkoppeld. Begin maart werd voor het eerste getraind en dit viel achteraf tegen. De aanloop naar het seizoen was te kort. Zelfs na 10 keer lappen kregen duiven vleugelproblemen. Na een slechte voorbereiding valt het niet mee om de opgelopen achterstand in te halen. Het loopt dan vaak als een rode draad door het seizoen. Wat een fictieve verhuizing wel niet allemaal teweeg kan brengen. Normaal gesproken was dit dus nooit gebeurd. De duiven trainen per dag 2 keer. Naar de tijd wordt niet gekeken zodat soms na een half uurtje de duiven weer binnen geroepen worden. Tijdens het seizoen worden de duivinnen iedere week op woensdag gelapt. In aanloop naar een fondvlucht dus niet. Tonen doet hij voor inkorving nooit. Dit is allemaal teveel werk en hij ziet geen verschil. Jan hanteert het volle bak systeem. D.w.z. dat na 10 minuten het voer verwijderd wordt. Hij mengt 2 zakken vliegvoer door elkaar. Daarnaast voegt hij soms een beetje Zoontjes toe om de samenstelling iets lichter te maken. Af en toe krijgen ze een beetje gemalen pinda’s, maar zeker niet in overvloed. Pikkoeken, roodsteen en grit is altijd voorradig. Medisch is hij vooral alert tegen het geel. Hierin ziet hij de basis voor vele andere kwalen. 1 Keer per maand steekt hij een tablet op en soms verstrekt hij 2 dagen BS of iets dergelijks. Tegen de koppen doet het nagenoeg niets.
Toekomst.
Wat de toekomst gaat brengen weet Jan nog niet. Het huis staat nog steeds te koop en een verhuizing zit nog steeds in de planning. Dus mensen, wie nog een duiventoplocatie hebben wil kan nu z’n slag slaan.
Emmen, René Hidding
| Gerelateerde artikelen | |