Vorig jaar schreef ik twee columns/minireportages over succes in de duivensport. De liefhebbers die in deze columns/minireportages aan het woord waren hebben de nodige successen geoogst zoals 2 nationale overwinningen (Amanuel Öz) en 1e nationale asduif jong + meerdere TT plaatsen (Cees van Panhuis). De liefhebber die deze keer centraal staat kan terugkijken op maar liefst 8 nationale overwinningen, tientallen provinciale overwinningen en honderden andere aansprekende successen in zijn ruim 65 jarige duivenloopbaan. Het betreft de 84 jarige Herman van Helmond, de Nederlandse Belg die zijn hart verpand heeft aan de grote fond en tot ver buiten de lage landen grote bekendheid geniet. In 1981 kwam ik voor het eerst in Vorselaar om een bon voor een jonge duif te verzilveren. Ik was zeer onder de indruk van wat ik daar aantrof en de manier waarop Herman met de duiven speelde. Hij had een paar weken daarvoor een 1e nationaal Pau gespeeld. Ik ben daarna nog verschillende keren terug geweest en heb van hem verschillende zaken geleerd en ook een paar zeer goede duiven gehad.

Maar inmiddels was het alweer 30 jaar geleden dat ik Herman en zijn vrouw Cor een bezoek had gebracht. Afgelopen zomer hoorde ik dat het met Hermans gezondheid bergaf ging en besloot ik een bezoek niet langer uit te stellen. Ik trof Herman aan op de bank, die aangaf nauwelijks nog bij de duiven te kunnen komen. De verzorging van zijn duiven is momenteel dan ook geheel in de handen van Marijke de echtgenote van één van zijn kleinzoons. Dat de verzorging bij haar, onder supervisie van Herman, in goede handen is blijkt wel uit de successen die in 2015 nog zijn behaald, zoals onder andere de eerste jaarling op Narbonne (provinciaal). Dat was sowieso een hele mooi prestatie daar er die dag landelijk ook maar 1 jaarling doorkwam.  

In de vorige column over dit onderwerp gaf Amanuel Öz aan dat alles draait om de melker zelf. Dit werd ook aangegeven door een aantal liefhebbers die reageerden op die column/minireportage. De liefhebber bepaalt immers alles en is de sleutel tot het succes, wat voor Amanuel inhoudt dat hij zich enorm inzet om de top te bereiken. Dit betekent voor hem onder andere dat hij altijd scherp en opmerkzaam is. Ik deel die mening. Dit houdt overigens niet in dat je dag en nacht op je hok moet zijn, maar wel dat wanneer je er bent je veel tijd moet steken in het observeren van de duiven. Ik ken heel wat liefhebbers die veel tijd in en om het hok doorbrengen, maar hun duiven nauwelijks uit elkaar kennen. De tijd wordt dan voornamelijk besteed aan het hok poetsen bijvoorbeeld. Herman behoort tot dezelfde categorie liefhebbers als Amanuel. Ondanks dat hij gedurende zijn werkzame leven altijd weinig tijd voor zijn duiven had. Bij nacht en ontij was hij op pad, eerst in de bosbouw en later voor alles dat met bomen te maken had in de provincie zoals het weghalen van bomen die in een storm over een weg waren gewaaid of wanneer een auto tegen een boom was aangereden en deze direct moest worden weggehaald. Gelukkig kon hij altijd terugvallen op zijn echtgenote Cor die jarenlang een groot aandeel in de verzorging had.

Observeren van iedere duif afzonderlijk is voor Herman altijd heel bepalend geweest. Hij kende het karakter van iedere duif op zijn hok. En met die kennis heeft hij tientallen jaren zijn duiven in een superconditie en tot op het bot gemotiveerd ingekorfd op de voor hem belangrijkste vluchten. Zo speelde Herman jarenlang met 7 duivinnen op een klein zolderhok die hij op een heel speciale manier voorbereidde. Deze duivinnen zaten in een hokje waarvan de broedbakken afgesloten waren tot vier dagen voor inkorving. Pas dan mochten die duivinnen voor het eerst terug in hun nestbak. Daar stond dan een nestschotel klaar met daarin jongen van 1-2 dagen oud. Deze duivinnen waren zeer blij met dit geschenk. Het azen is natuurlijk zonder pap niet mogelijk zodat deze jongen meerdere malen per dag omgeruild moesten worden met jongen uit het kweekhok. Een bewerkelijk klusje maar het resultaat mocht er zijn. Tientallen prijzen in het snuitje van de nationale uitslagen op Pau, St Vincent, Dax, Marseille, Lourdes, Cahors, San Sebastiaan en Barcelona werden op deze manier behaald, waaronder de 1e nationaal Pau en 1e nationaal St Vincent.

Herman heeft altijd een hekel aan veel duiven gehad. Hij heeft veel hokruimte maar deze hokken waren altijd dun bevolkt. Toen ik in 1981 voor de eerste keer bij Herman was, was ik stomverbaasd toen hij me mee nam naar het jonge duivenhok. Ik zag er maar een stuk of 8 jonge duiven zitten en vroeg hem waar de rest was. Hij had destijds immers wel 16 koppels kwekers. Dit waren echter alle jongen die hij over had van de voor hemzelf gekweekte jongen. De rest was niet goed genoeg, zei hij. Die waren al in het nest of na het spenen uitgeselecteerd en tijdens het africhten. Hij was er in die tijd ook niet bang voor om zijn jonge duiven die nog niet van huis waren geweest, in één keer naar een afstand van 200 kilometer te brengen. De sterken en doorzetters komen wel naar huis en alleen die heb ik nodig om met succes Barcelona te kunnen spelen en alleen met een zeer strenge selectie kan de top worden bereikt, zei hij me toen.

Dat is me altijd bijgebleven en heb ik later nog menig groot kampioen horen zeggen zoals bijvoorbeeld Piter Beerda en recent nog Karel Meulemans en Jaak Nouwen. Zijn jonge duiven kregen dus een keiharde leerschool. En er werd en wordt zeer streng geselecteerd op gezondheid (een jong dat te klein is bij het ringen, of ligt te piepen in het nest of om wat voor reden dan ook Herman niet aanstaat, wordt verwijderd). Je hoeft echt niet bang te zijn dat je per ongeluk een super verwijderd want daar zijn er immers maar zo weinig van, zegt Herman. Dat deze methode zijn vruchten afwerpt is duidelijk want Herman verspeelt tegenwoordig nauwelijks nog een jonge duif, hetgeen opmerkelijk is in een tijd dat dit door de meerderheid van de duivenliefhebbers als een groot probleem wordt ervaren. Dat geldt niet voor Herman dus, die daarom dan ook maar weinig jongen voor eigen gebruik kweekt.

Ik sloot mijn vorige column over dit onderwerp af met de woorden dat ik een volgende keer in deze column aandacht wilde besteden aan de offers die veel kampioenen (moeten) brengen om jarenlang op hoog niveau te kunnen blijven presteren. Desgevraagd beaamt Herman dat succes zonder inspanning niet mogelijk is. Hij had het geluk dat zijn vrouw Cor net zo gek op duiven is als Herman zelf.

“Als je ’s morgens om zes uur naar je werk vertrekt en regelmatig pas ’s avonds om 20.30 uur thuiskomt, zal je daar je verzorging/systeem op moeten aanpassen. Met de hulp van Cor is me dat goed gelukt.”

Op mijn vraag of hij veel geld in duiven heeft geïnvesteerd, antwoord Herman bevestigend, maar zegt hij hierbij;

“Ik heb inderdaad gedurende mijn duivenloopbaan best veel geld aan duiven uitgegeven. Ik kocht ook bewezen goede vliegers en jongen daaruit, maar dit zijn niet de duiven die mij succes brachten. Integendeel ze brachten me in 9 van de 10 gevallen alleen maar teleurstellingen. Bijna al mijn topduiven stamden af van mijn oude Aardenstam waarmee het fundament al in het begin van de jaren 50 werd gelegd. Dit waren Aardenduiven van Jan Cools en Janus v.d. Wegen en ook van Jan Aarden zelf (een deel van de duiven van Jan Aarden werd tijdens de watersnood bij Herman ondergebracht) later aangevuld met duiven van liefhebbers die dezelfde basis hebben als Wim Muller, Jan Ernest, Kouters, Steketee, C. Musters en enkele anderen.”

Herman gelooft alleen maar in goede duiven, met een normale verzorging en de juiste motivatie. De rest is bijzaak volgens Herman. En met de rest bedoelt hij bijproducten, medische begeleiding en voersystemen.

“Om op de fond goed te spelen moet je zoveel mogelijk van medicatie afblijven en alleen het noodzakelijkste aan bijproducten verstrekken. Geen spuitjes, pilletjes of drankjes! Natuurlijk heb ik zelf wel eens bepaalde bijproducten uitgeprobeerd en in het verleden kwam ik ook wel eens bij een duivendierenarts (Henk de Weerd) en gebruikte ik enkele van diens producten. Maar ik ben er wel achter gekomen dat je voor de fond duiven nodig hebt die geen hulp nodig hebben. Doordouwers met een grote natuurlijke weerstand en vitaliteit, die heb je nodig en verder geen flauwekul.”

Tot zover Herman van Helmond over de wijze waarop hij meer dan 60 jaar het succes in de duivensport heeft afgedwongen.

Nico van Veen



PIGEONSUPPORT.COM

DUIVENTRANSPORT

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

Bonnenschenkers

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Geen zwaluwen

Het is nog steeds hoog zomer en we zitten wat de droogte al dicht tegen 1976 aan. Mogelijk de komende week een enkele bui ...

Ad de Jong

DUFFEL/ARGENTON - Warmpjes en zwaar tot ...

Voor de zoveelste week achtereen zijn de duivenvluchten loodzwaar in iedere categorie. Het was wederom een lang weekend ...

Evelien's Journaal

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann

COLUMNS

Wendela Wiersema, Appingedam.

“Bijna niemand vraagt mij iets, ze weten het allemaal beter” Ik val in herhaling. Maar deze ...

Rene Hidding

Droge naalden

Heb het vermoeden dat er al een flink aantal zitten te smachten naar het finish van het oude duivenseizoen, de kraker ...

Sjaak Buwalda

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann