Op de vorige column over het onderwerp “toekomst van duivensport” kreeg ik veel reacties. Daarnaast zie ik op Facebook heel veel discussies met helaas een negatieve insteek die over hetzelfde onderwerp gaan. Er was zelfs even een petitie om de huidige voorzitter zijn biezen te laten pakken. De veranderingen die het huidige bestuur van de NPO wil doorvoeren gaat de overgrote meerderheid te snel. Een van de criticasters van het traject GPS 2021 is de 58 jarige Piet Broersma uit de Westereen (Zwaagwesteinde), een plaats in de Friese Wouden waar de duivensport nog veel liefhebbers heeft.

Piet is actief in de duivensport vanaf 1974 en is met de duivensport in contact gekomen door een verdwaalde postduif. Het verzorgen van deze duif en het verhaal van de eigenaar die de duif ophaalde deed bij Piet de interesse voor de duivensport ontstaan. Zijn eerste postduiven kreeg hij van een duivenliefhebber uit de buurt. In de jaren die volgden tot aan de dag van vandaag zijn er diverse mooie successen geboekt. Als mooiste resultaten van de afgelopen 45 jaar noemt Piet de 2e sector 4 vanaf Bourges in 1994 en de 1e NPO op Arras jonge duiven in 2006. Maar ook aan het behalen van het 3e generaal kampioenschap in de eigen club in 2001 waarbij de nummer 1 en 2 beiden ooit 1e generaal kampioen van de gehele afdeling 11 waren, bewaart hij mooie herinneringen.

Bestuurlijk is Piet erg actief geweest. Op zijn 15e was hij reeds secretaris-penningmeester van zijn toenmalige club Fluch Werom in Augustinusga. In de jaren daarna  bekleedde hij diverse functies binnen de vereniging. Ook was hij lid van diverse commissies zoals de landelijke neutralisatiecommissie, de tucht en geschillencommissie afdeling 10 en 11 en binnen de afdeling Friesland van de ACG herindelingscommissie en de vervoerscommissie. Daarnaast heeft Piet bijgedragen aan de ontwikkeling van het “Integraal bestuurlijk wedvluchtverslag” binnen afdeling 11, was hij van 1992 t/m 2005 penningmeester en deels secretaris van De Friese Kampioenendag. Momenteel is hij alleen nog secretaris van Rayon De Driesprong. “Maar die functie heb ik opgezegd per einde van dit jaar. De frustratie over het nationale vliegprogramma is dusdanig dat ik het stokje graag overdraag aan iemand anders die ze zo gek kunnen krijgen.”

Je kunt op grond van het bovenstaande stellen dat Piet zijn sporen in de duivensport wel verdiend heeft. Naar mijn mening is hij daarom bij uitstek iemand om zijn zegje te laten doen in deze column over de toekomst van de duivensport. Zoals gezegd is Piet een criticaster van het huidige NPO bestuur. In het Spoor der Kampioenen kon men vorig jaar van zijn hand een aantal kritische stukken lezen waarin hij aangaf het niet eens te zijn met de koers die het NPO bestuur onder leiding van Maurice van de Kruk heeft ingeslagen. Op basis van mijn vorige 7 columns over dit onderwerp en de vele reacties die ik daarop heb ontvangen heb ik Piet een aantal vragen voorgelegd.

Zo vroeg ik Piet of nog wel een toekomst voor de duivensport ziet. “Het gaat steeds lastiger worden voor de duivensport om zich te handhaven. Met het kleiner worden van ons ledenbestand, wat al ongeveer 30 jaar gaande is en niets nieuws is, wordt ook onze vaardigheid om bestuurlijk de juiste dingen te doen geringer. Terwijl het besturen van vrijwilligersorganisaties op zich juist moeilijker wordt. Verder komt een steeds groter deel van het werk bij steeds minder mensen terecht. Maar het grootste probleem is dat de manier waarop de jeugd zoekt naar behoeftebevrediging, zich niet verhoudt met de grote werkinspanning en de grote plaats- en tijdgebondenheid die je in de duivensport moet opbrengen. Maar er blijft naar mijn mening ondanks de teruggang toekomst voor de duivensport.”

Zoals gezegd waren er heel veel reacties op de vorige column. Zo gaf Andries Eekhof aan zich grote zorgen te maken ten aanzien van de plannen om op termijn een GPS systeem in de vaste voetring of de chipring te integreren. Niet alleen vanwege de hoge kosten die hiermee gemoeid zullen zijn, maar ook vind hij dat de charme van de duivensport hiermee verdwijnt. Zelf zie ik hier meer voordelen van dan nadelen, zeker als je het slechte verloop van sommige vluchten in ogenschouw neemt en de verliezen van jonge duiven. Hoe meer zicht je krijgt op de oorzaken en hoe sneller bekend is waar de duiven zich ophouden, hoe sneller acties hierop kunnen worden ondernomen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een verhaal van iemand die op een booreiland werkt en vertelde dat op sommige dagen er soms honderden duiven tegelijk landen. Als iemand zich daar dan meteen over die duiven ontfermen kan zou dat toch erg mooi zijn. Nu gebeurt het soms, zo heb ik me laten vertellen, dat ze met een brandslang van de booreilanden afgespoten worden. Ik vroeg aan Piet hoe hij hier tegenaan kijkt. “Ik ben het eens met Andries Eekhof dat er charme verloren gaat als je de duiven via gps kunt volgen. Net zoals er nu charme verloren is gegaan dat je het grootste deel van de uitslag al ziet op de meldsite en niet pas na een week, zoals vroeger. Vroeger keek je uit naar de uitslag die je dan op zaterdag meestal met de post in de bus kreeg. Dan was dat na een week nog onderwerp van gesprek en droeg het bij aan de spanning van de actuele vlucht. Nu is de vorige week geheel weggeëbd als de actuele vlucht plaats vindt. Maar van mij hoeven we niet weer terug, we nemen de nadelen en we nemen ook de voordelen. En die zijn er natuurlijk ook, alleen niet op het vlak van charme. Wel op het vlak van knowhow. We doen daar erg weinig mee helaas maar de mogelijkheden om er iets mee te doen zijn er wel. Dat zal bij GPS ook zo zijn. Het is echter niet nodig om zowel de kennis op te doen en tevens alle charme van onvolledige of late informatie te verliezen. Je kunt ook ringen maken met GPS en ringen zonder GPS en de liefhebber de keuze laten van welke hij hoeveel wil hebben. Zoals je ook kunt kiezen tussen gummiringen en chipringen, of tussen wel klokken of niet klokken, of wel melden op de meldsite of niet melden op de meldsite. Vrijheid blijheid. Geen dwang, de mogelijkheid om dingen low budget te doen of high budget. Het geeft een diversiteit die meer charme heeft dan eenheidsworst.”

Ook John Logemann, bekend van blogs over de duivensport, reageerde. Hij denkt aan een profleague als één van de oplossingen voor de steeds groter wordende kloof tussen amateur en (semi)prof. Ter gelijker tijd ziet hij daarin ook een aantal risico’s zoals  een behoorlijke terugval in kwaliteit bij de amateurs. Hij is bang dat er door de tweedeling zo'n groot verschil in kwaliteit van duiven wordt gecreëerd dat er nooit geen aansluiting meer gevonden gaat worden, met als gevolg nog meer liefhebbers die af zullen haken. Ook zullen dan de kosten voor vervoer en dergelijke op gaan lopen, wat vooral voor de amateurs een extra hindernis op zal werpen. Zullen deze in de toekomst bereid of in staat zijn om meer inleg per duif te gaan betalen is voor John de grote vraag. Ik vroeg Piet naar zijn mening in deze; “Er zijn onvoldoende beroepsspelers om een divisie van te maken. En wanneer is iemand een beroepsspeler? Is dat bijvoorbeeld ook iemand die na zijn pensioen voltijds met honderd duiven speelt? Als je alle leden laat kiezen in welke divisie ze willen, dan kiezen de meeste voor de hoogste divisie. Alleen dan heb je de mogelijkheid om van de besten te winnen. Ik denk dat we moeten leren omgaan met het feit dat anderen beter zijn in het spelletje dan wij en dat we ons alleen vergelijken met de mensen die op ons niveau zitten. We moeten ook leren om een uitslag te lezen en niet onder de indruk te zijn van het grote aantal duiven dat wordt ingezet door sommigen. Overigens hebben we meestal pas een probleem met dat aantal als die mensen er veel vóór ons klokken. Als ze later zijn dan ons, dan is het aantal geen probleem. We moeten onze uitslagen ook beter maken. Ik vind dat in het Spoor een goede aanzet is gegeven met de Grootmeesters. Daarbij worden de megahokken in hun werkelijke proportie getoond en wordt de uitslaglezer niet verblind door de aantallen. Het Spoor is er nog niet met de grootmeesters, maar ik vind het de grootste vooruitgang in de duivensport sinds jaren, veel beter dan teletekst. Wat mij betreft horen we allemaal samen in dezelfde grote emmer met duivensporters.”

Kwaliteitsverbetering en meer coördinatie van het vervoer is ook een speerpunt dat hoog op de agenda staat van de NPO. In mijn column over het vervoer gaf Henk Slot, die zelf chauffeur op een duivenwagen is, ook al aan dat er nog genoeg voor verbetering vatbaar is en dat veel daarvan vooral met bewustwording te maken heeft. De al eerder genoemde lossing waarbij twee tuinstoelen pal voor de deuren stonden, waardoor diverse duiven tegen de stoeltjes aan knalden, diverse lossingen boven een asfalt of betonnen ondergrond waardoor er verschillende duiven al gewond zijn voordat ze de thuisreis aanvaarden en diverse ontsnappingen van de afgelopen tijd zijn zo van die zaken. Piet is zelf voormalig transportondernemer en heeft ook over dit onderwerp een stevige mening; “Ik verwonder me over de halfvolle wagens die we naar Sint Vincent of Dax sturen. Dat kan blijkbaar niemand iets schelen. Ook de vrachtprijzen voor de marathon schrikken niemand af lijkt het wel. We kunnen op de dagfond en marathon nog op de vrachtkosten besparen door mensen vooraf op deze vluchten te laten inschrijven en auto’s met een hoge beladingsgraad op pad te sturen. Dit uiteraard onder de voorwaarde dat de verluchting (klimaatbeheersing) in de wagen voldoende is voor de beladingsgraad. Op vluchten met één nacht mand ontbreekt het aan tijd om uitgebreid duiven over te laden. Ook is de besparing veel geringer omdat je veel minder km en chauffeursuren maakt. Overladen kost dan snel meer (omrijden en extra uren) dan dat je bespaart. Voor wat betreft de kwaliteitsverbetering is het zaak dat er meer onderzoek wordt gedaan. Dat kan beginnen met de goedkoopste vorm van onderzoek, namelijk uitslaggegevens analyseren. Stuur op de nationale vluchten bijvoorbeeld verschillende typen wagens naar dezelfde losplaats en kijk of de uitslag aanleiding geeft om te veronderstellen dat de omstandigheden in de wagen aanleiding waren voor prestatieverschillen van de duiven uit die wagens.”

Ook Gert Cirkel, de man van de witte postduiven, reageerde. Hij geeft aan dat in veel steden de mogelijkheden om duiven te houden bij huis flink zijn afgenomen. Bij veel nieuwbouwwoningen is het zelfs verboden om duiven te houden. Hier ligt volgens hem een belangrijke oorzaak voor het dalend aantal liefhebbers. Hier zou de NPO iets aan moeten doen vindt Gert. Hoe kijkt Piet hier tegenaan? “De mogelijkheden om bij huis duiven te houden zal in de steden niet herstellen naar oude situaties. Een alternatief is zoiets als de Doevetoene in Groningen, een gemeentelijk stukje grond in de stad met een verzameling van duivenhokken van verschillende liefhebbers. Een soort van volkstuin maar dan voor duivenhokken. Ik denk dat stedelijke clubs hier zelf het voortouw in moeten nemen omdat zij weten hoeveel potentiele liefhebbers het betreft. Wellicht komen enkele gestopte liefhebbers zo weer terug. Maar een hoge verwachting heb ik er niet van.” De NPO ziet als één van de oplossingen het stimuleren om in collectief verband duiven te gaan houden en dit eventueel te organiseren bij het verenigingsgebouw. Volgens Piet zou dat voor sommigen wel een oplossing kunnen zijn, maar bij hem zou dat niet werken. “Ik wil zoveel mogelijk zelf doen. Het is mijn hobby, ik draag de kosten, ik word kampioen en ben zelf verantwoordelijk voor de gehele gang van zaken. Dat zijn zaken die in een collectiviteit problemen kunnen gaan opleveren. Taakverdeling en de wijze van kwijting van die taak. Zo’n duiventuin met diverse hokken van diverse liefhebbers zou zoals gezegd echter wel kunnen werken. Allemaal individuen die naast elkaar de sport beoefenen. Op sommige plekken werkt dat immers ook al. Maar zelfs dat vraagt veel wederzijdse aanpassing en begrip. En dat is een zwak punt in de organisatie. Collectiviteit kan ook veel brengen maar duivensporters zijn vaak individualisten.”

Volgens Harrie Meijners, het oud bestuurslid die in de vorige column aan het woord was, is het huidige kader in onze sport onvoldoende uitgerust om adequaat beleid ten uitvoer te brengen. Ik vroeg Piet hoe hij hier tegenaan kijkt. “Ik ben met Harrie eens dat de organisatiekracht in de duivensport te wensen overlaat. Dat heeft ook te maken met de daling van het aantal leden. Bovendien is het runnen van een vrijwilligersorganisatie moeilijker dan van een commercieel bedrijf. Maar ik heb laag opgeleide bestuurders met goed boerenverstand en met het hart op de goede plaats meer goede dingen zien doen dan het redelijk opgeleide NPO-bestuur van nu. Ook de ledenraad heeft betere dagen gekend. Al meer dan 20 jaar is de verbetering van het kader onderdeel van het NPO-beleid. Je krijgt alleen bijna niemand in de schoolbanken om kadertrainingen te volgen. Het zijn druppels op de gloeiende plaat. En in elk beleidsplan wordt het herhaald omdat het wel mooi klinkt en is gebaseerd op een juiste waarneming. Overigens vind ik GPS2021 wel een dieptepunt als het gaat om de historie van onze gebrekkige organisatiekracht, dat mag Harrie Meijners – die ik overigens persoonlijk ken en ook waardeer - dan in zijn zak steken”.

Tot slot vroeg ik Piet of hij ideeën heeft om de duivensport te behouden. “Ja die heb ik zeker, hoewel het open deuren zijn. Op de eerste plaats moeten we proberen om  zoveel mogelijk de bestaande leden te behouden. Dat doe je door hen tevreden te houden. Problemen aanpakken dus en zorgen voor overzichtelijk spel en binding met hun maten/concurrenten. Problemen aanpakken betekent bijvoorbeeld: kosten beheersen, roofvogelproblematiek aandacht geven, ziekten en verliezen met jonge duiven aandacht geven bijvoorbeeld door gericht onderzoek. We hebben de WOWD en die heeft een agenda, zet daar de urgente zaken op. Overzichtelijk spel betekent een basisprogramma voor iedereen en daarnaast specialistenvluchten, te organiseren door de specialisten zelf en niet door alle verenigingen zoals nu. Dan op de tweede plaats nieuwe leden werven. Dat doe je door buitenstaanders binnen te brengen in duivenhokken, zodat ze in aanraking komen met het duivenmelkersvirus. Bij vakanties of ziekte dus mensen vragen die je taak tijdelijk overnemen. Open dagen voor buitenstaanders. In Duitsland hebben ze een PR-functionaris aangesteld die initiatieven neemt. Moeten ze hier ook doen. Het succes is misschien niet groot maar beter dan niks.”

Tot zover Piet Broersma die over nog veel meer zaken die de duivensport bedreigen goed heeft nagedacht. In een volgende column zal ik proberen hier nog wat van te verwerken.

 



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

John Logemann - Veranderen, hoe doe je ...

Niet zo'n rare vraag, de titel van dit stuk. Ons duivenwereldje is er vol van. Er moet veranderd worden, maar ...

John Logemann

John Logemann - Kiespijn

  Kiespijn, je kan het inderdaad missen. Afgelopen weken behoorlijk last gehad, vorige week zo erg dat ik ...

John Logemann

Eveliens Journaal 'Respect voor onze ...

Hallo allemaal, wij zijn er even tussenuit geweest, HEERLIJK, we zijn de auto ingestapt en hebben 1400 km zuidwaarts ...

Evelien's Journaal

COLUMNS

Michel Vanlint - Duiven volop in de ...

  Het is een noodzakelijk kwaad, een gebeurtenis die zich jaarlijks herhaalt. Nieuwe pluimen, slagpennen en ...

Michel Vanlint

John Logemann - Veranderen, hoe doe je ...

Niet zo'n rare vraag, de titel van dit stuk. Ons duivenwereldje is er vol van. Er moet veranderd worden, maar ...

John Logemann

Sjaak Buwalda - Duurde eventjes -

Ja ik weet het, je hebt er even op moeten wachten voordat hier wat nieuws verscheen. Buiten het vliegseizoen staan ...

Sjaak Buwalda