In mijn vorige column waarin een schrijver over de duivensport centraal stond (John Laan), schreef ik dat er tegenwoordig veel concessies worden gedaan aan de kwaliteitseisen voor wat betreft de vorm van het geschrevene over de duivensport. In tegensteling tot de hoogtijdagen van de duivensport struikel je tegenwoordig over de spel-, stijl- en grammaticafouten, inconsistenties en haperende of onduidelijk geformuleerde zinsconstructies. Maar daar wil ik het deze keer niet over hebben. Met mijn hoofdpersoon van deze column/minireportage wil ik het hebben over de inhoud van de vele columns en reportages die je wekelijks voorbij ziet komen. Daar valt ook heel wat over te zeggen. Ik sprak hierover met de 50 jarige Coen Brugman uit Rutten. Coen heeft ruim 40 jaar postduiven en is als 8 jarige begonnen met verdwaalde postduiven die gehuisvest werden in een leegstaand konijnenhok. Toen hij in zijn jeugd in de zomermaanden bij zijn oma logeerde werd hij pas echt besmet met het postduivenvirus.

Hij hielp daar de duiven verzorgen van Lou Kok en kwam tevens in contact met de broer van zijn van zijn oma, een zeer fanatiek en hard spelende liefhebber. Dit was Sjors Snijder die destijds met zijn Wigmans duiven menige overwinning behaalde. “Wat ik van oom Sjors heb meegekregen is de gedrevenheid om te winnen. Hij liet niets aan het toeval over.” Al gauw kwamen er late jongen naar Creil waar Coen destijds woonde en werd er een klein hokje in de tuin gebouwd. Op zijn 12e is hij samen met zijn broertje lid geworden van een duivenvereniging. Net zoals bij de meesten werden bij Coen jaren van mooie successen afgewisseld met magere jaren waarin de duivensport soms op een heel laag pitje stond. Tussen 1998 en 2008 behaalde Coen zijn mooiste prestaties. Vooral op München en Limoges werden uitslagen om in te lijsten gemaakt, zoals 11 bij de eerste 15 in het NIC op München in 2006.

Een ander voorbeeld is de uitslag van een zware Limoges in 2008 waarop nogal wat duiven zijn achtergebleven. Op die vlucht draaide Coen er 8 van de 9 in de punten en had hij ze alle 9 ’s avonds thuis. Na een totale verkoop in 2013 is hij in 2015 met laatjes en zomerjongen weer opnieuw begonnen. Coen richt zijn vizier nu geheel op de zware dag- en meerdaagse fond en heeft daarvoor onder andere duiven aangeschaft bij Klaas de Vreeze, Johan Halman, Marcel Okkes, Jan Barendrecht, Sijmen Luinenburg, Gebroeders Limburg, Dries Timmerman en Simon IJnsen. De herstart is veelbelovend. Zo zat hij op 27 mei jl. op de zeer zware dagfondvlucht Pointoise in de afdeling 11 tegen 9520 duiven o.a. 10e en 26e. En behalve goed met duiven spelen, schrijft Coen dus ook graag over de duivensport. Zo schreef hij de afgelopen 15 jaar reportages voor het NPOrgaan, de Fondkrant en Het Spoor der Kampioenen.

 

Coen is iemand met een duidelijke eigen mening die hij niet onder stoelen of banken steekt.

“In het verleden las ik graag de reportages van Martin Koreman en de columns van Ad Schaerlaekens. Inmiddels ben ik wel een beetje uitgelezen op de doorsnee reportages over het bad dat de duiven regelmatig krijgen, het goede voer en het schone water, met af en toe een ontsmettingskuurtje. Ik lees graag het verhaal hoe de liefhebber zijn duiven naar een vlucht toebrengt en daarbij dan eerlijk open kaart speelt. Dat probeer ik in de reportages die ik schrijf zelf dan ook altijd te belichten. Van bepaalde liefhebbers die hun sporen verdiend hebben en die ik ook als mens waardeer, probeer ik wel alles te lezen dat ik onder ogen krijg. In de verhalen van de zogenaamde eendagsvliegen ben ik minder geïnteresseerd. Die kunnen ook leuk zijn om te lezen maar het gaat mij toch vooral om het informatieve. Dat is ook de reden waarom ik zelf begonnen ben met reportages te schrijven begin 2000. Ik adviseer beginnende liefhebbers (die er helaas niet zoveel meer zijn) om zo veel mogelijk informatie via internet op te zoeken. Ook oude boeken zoals die van dokter Stam vind ik zeer lezenswaardig en nog steeds actueel. Er is genoeg te vinden, maar alles dat geschreven is werkt uiteraard niet bij iedereen. Langdurig succes is meestal een optelsom van wat de betreffende liefhebber door de jaren heen zelf gecreëerd heeft.”

Zelf heb ik in de jaren tachtig ook diverse reportages geschreven voor “de Vredesduif”. Uit die periode is me vooral bijgebleven, dat wil je echt iets leerzaams van de desbetreffende liefhebber vernemen, iets waar de gemiddelde lezer wat van kan opsteken, je geen standaardvragen moet stellen. Dat is mijn inziens ook wat Coen bedoelt met een doorsnee verhaal over voer water en een bad. Zulke verhalen komen dikwijls voort uit een standaard rijtje vragen wat afgewerkt wordt. Een reportage schrijven waar menig lezer iets kan uitpikken waar hij verder mee komt is niet eenvoudig. Dat vergt een grondige voorbereiding. Ik denk dat het daaraan vaak ontbreekt. Ik vroeg Coen of hij zich hierin kan vinden.

”Daar kan ik me zeker goed in vinden. Toen ik net begon met schrijven kreeg ik een lijstje met vragen in mijn hand gedrukt. Dat werkt voor mij niet. De beste reportages schrijf ik als ik een klik met iemand heb. Het is wel voorgekomen toen ik ergens op bezoek was om een reportage te maken, dat ik in de loop van het gesprek dacht; “Over deze man zou ik liever helemaal niet schrijven.” Maar je zit er met een opdracht van een duivenblad, dus je moet wel. Maar meestal waren de liefhebbers oprecht en hadden ze een sluitend verhaal. Maar uiteraard heb ik ook vele verhalen aangehoord die nergens op sloegen. Onder de duivenmelkers heb je hele mooie, maar ook hele vreemde mensen. Net zoals overal elders in de maatschappij. Geheimen zullen er bij bepaalde liefhebbers wel zijn, althans ze vertellen niet alles. Heel veel liefhebbers die zeggen ik doe niks, geloof ik niet. Natuurlijk zijn er enkelen die echt helemaal niets extra’s doen of geven, maar uiteindelijk grijpen ook deze in als het echt te erg wordt.”

 

In mijn vorige column over dit onderwerp schreef ik al dat ik me verbaasde over het grote aantal columns, reportages en blogs over postduiven. Dit ondanks dat het aantal duivenliefhebbers in vergelijking tot de zeventiger jaren van de vorige eeuw enorm geslonken is. Coen geeft desgevraagd aan dat hij net als ik van mening is dat er veel kaf onder het koren zit en dat je zeer selectief moet lezen.

“Er zijn een heleboel duivenprofeten. Iedereen heeft vandaag de dag ook een uitgesproken mening. Ze zitten lekker veilig achter de computer en ventileren deze mening op Facebook, Twitter enz. Een aantal van hen plaatst van alles zonder na te denken en dat is soms helemaal niet goed voor onze mooie sport. En dan heb je nog schrijvers die worden gestuurd uit commercieel belang. Veertien dagen voordat er een veiling van een bekende liefhebber start, wordt er dan een mooie reportage van die liefhebber gemaakt. Heel begrijpelijk maar ik leende mij hier niet voor, tenzij het puur een zakelijke transactie was. Geld verdienen is niet vies, maar of een dergelijke reportage dan educatieve waarde heeft is zeer de vraag. Maar commercie is niet meer weg te denken uit onze sport, sommigen leven er van. En zeker voor hen is zo’n reportage belangrijk en van invloed op hun inkomsten.”

Ik vroeg Coen of hij een idee heeft wat de gemiddelde duivenliefhebber nu het liefste leest. Wanneer ik kijk naar mijn eigen columns/minireportages zijn dat vooral de onderwerpen kweekcentra’ s, de columns over kleurpostduiven en veruit het meest gelezen is de column over keurders en adviseurs met Bennie van Dijk. Meer educatieve columns over bijvoorbeeld kweken, of hoe de duivensport in andere landen wordt beoefend, worden veel minder gelezen. Kun je hieruit opmaken dat de gemiddelde duivenliefhebber helemaal niet op zoek is naar meer kennis?

“Dat weet ik niet. Ik denk dat reportages over liefhebbers met uitblinkende resultaten wel graag gelezen geworden. De nieuwe weg die het Spoor de Kampioenen heeft ingeslagen met elke week de uitblinkers in het zonnetje te zetten is mooi. Hierdoor komen de echte uitblinkers ook naar voren. Maar de winnaar van een groot concours moet mijn inziens altijd de grootste aandacht krijgen.” Ik ben het voor wat betreft het laatste maar deels met Coen eens. Zoals ik al eens eerder schreef vind ik het namelijk onzin om het hele spelsysteem en verzorging uit de doeken te doen van een eendagsvlieg, dus van een liefhebber die feitelijk nooit potten breekt, maar slechts eenmaal in zijn hele duivensportcarrière een grote overwinning behaalt. Ik ben zelf van mening dat in zulke reportages veel meer over de liefhebber zelf en zijn duif, zijn herkomst, bloedlijnen, eventuele bijzonderheden, voorbereiding naar de vlucht, etc. geschreven zou moeten worden. Coen: “Daar sluit ik me grotendeels bij aan, maar je mag de liefhebber ook niet te kort doen. Hij heeft met zijn systeem deze overwinning behaald. En wil er natuurlijk over vertellen dat het op die manier gelukt is. Duivenmensen zijn gelukkig ook gewoon allemaal mensen en we praten graag over de manier die bij ons succes brengt. We pronken graag met onze duivenveren.”

 

Het bovenstaande typeert Coen als mensenmens. Ik vroeg hem daarom of het schrijven over duiven hem tot nu toe ook iets heeft gebracht aan vriendschappen, c.q. blijvende contacten.

“Ja zeker. Ik weet zo één twee drie niet iedereen meer te noemen aan wie ik goede herinneringen heb of met wie ik nog steeds goed contact heb. Maar in mijn beginperiode als schrijver ben ik bijvoorbeeld erg goed op weg geholpen door Henk van Chaam, een hele fijne man die altijd voor me klaar stond. Verder heb ik met Klaas de Vreeze altijd contact gehouden nadat ik daar was voor een reportage. Ik kende hem overigens al van het voetbal. Heb van Klaas ook duiven gekocht waar ik zeer succesvol mee ben geweest. We verschillen wel op heel veel vlakken van elkaar. Maar we hebben wederzijds respect. Ook met Jan Barendrecht, Sijmen Luinenburg en Johan Halman om er zo nog een paar te noemen heb ik nog steeds een goede band en regelmatig contact.”

Tot slot nog enkele vragen

Wat zijn de overeenkomsten tussen de liefhebbers die jij in de afgelopen 15 jaar heb bezocht?

De duivensport bestaat in mijn optiek uit drie soorten winnaars. Iedereen die ik bezocht voor een reportage viel onder één van die categorieën. Dit zijn 1. De echte winnaars. Zij staan jaar in jaar uit bij de kampioenen. En weten zeker 1 á 2 keer per jaar een geweldige prestatie te behalen. 2. De specialisten. Zij spelen op het door hen uitgekozen onderdeel met volle overgave en vaak zijn ze daar ook heel goed in. Zij doen dat waar ze goed in zijn, dat bij hen en hun duiven het beste past. 3. De eendagsvliegen. De grootste groep liefhebbers. Spelen doorgaans slecht tot matig, maar eens in de zoveel tijd zit alles mee en winnen ze een aansprekend vluchtresultaat of soms zelfs een kampioenschap.

Ik zie maar zelden hokken met een hoog gehalte aan top materiaal. Is dat ook jouw ervaring bij hokbezoeken?

Ja. Ik denk dat de meeste liefhebbers verkeerd selecteren op prestaties. Ze leggen de lat niet hoog genoeg. Lukt het in het seizoen niet moet je ook streng zijn, maar we willen altijd de bakken vol. Soms is het misschien beter om er 5 dicht te zetten. Selecteer maar eens op het aantal behaalde prijzen 1 op 10. Doe dit de eerste 2 jaar in de vereniging. Vervolgens herhaal je dat twee jaar met de behaalde prestaties 1 op 10 in de kring en daarna in afdelingsverband. Zo kun je voor je zelf de lat steeds hoger leggen.

Waar gaat het naar toe met de duivensport?

Volgens mij zullen in de toekomst de duiven op verzamelplekken opgehaald worden. Wellicht komen er voor elke specialisatie aparte clubs, net zoals dat nu al gebeurt met de inkorfcentra die africhtingsvluchten organiseren voor de marathonspecialisten. We moeten wel de vernieuwingen toejuichen die de automatisering ons biedt. Met nostalgie is op zich niets mis, maar vernieuwend denken is de sleutel. Zelf hoop ik dat we ooit op zaterdag niet meer naar de club hoeven. Donderdag of vrijdag de duivenavond om de duiven in te korven, waarbij dan tevens de winnaars van de week ervoor worden gehuldigd. Gezellig aan de bitterbal met cola of een biertje. Het is een kwestie van tijd dat er een waterdicht systeem komt waarmee als de duiven thuis komen er gelijk digitaal een uitslag online is en je direct weet waar je staat. Dat lijkt me heerlijk.

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

DAAGJE NAAR HOOGEVEEN

Op het moment dat ik dit journaal zit te schrijven komt er weer een glimlach op mijn gezicht. Ik ben a.h.w. nog een ...

Evelien's Journaal

Duurste duif ooit

James Huang kocht bij de Duif uitreiking in 2016 een jonge duif van Jan en Rik Hermans. Hij kweekte uit deze duivin een ...

Ad de Jong

Beurs

Op 1 en 2 december is de NPO beurs. Dit jaar is het in de Beursfabriek in Nieuwegein. Een jaar geleden in Rosmalen was ...

Ad de Jong

COLUMNS

De Vroege Kweek

Wie tijdens de winter kweekt moet goed de spreuk voor ogen nemen : “ Men kan iedereen bedriegen behalve de ...

Frans Musch

Informatieve websites 2 / Jaco van ...

In december 2011 schreef ik mijn 1e column over informatieve websites voor de duivensport. Het betrof toen de website ...

Nico van Veen

Eens de grote rui voorbij, gaan wij aan ...

Het energievermogen van elke duif is beperkt, de kunst bestaat er dus in, om met behoud van een goede gezondheid de grote ...

Frans Musch