In deze column komen liefhebbers die langer dan 60 jaar duiven hebben aan het woord over de oude en nieuwe “waarheden” binnen de duivensport. In de vorige column/minireportage over dit onderwerp, vertelde de 77 jarige fondmatador Hielko Postma uit Eenrum over zijn ervaringen. Deze keer laat ik de 82 jarige Rinus Hendriks uit Nunspeet aan het woord, die maar liefst ruim 68 jaar duiven heeft. Rinus is gepokt en gemazeld in de duivensport en houdt alle ontwikkelingen nog steeds nauwgezet bij. De juiste man dus om over dit onderwerp aan het woord te laten. Met Rinus raak je niet uitgepraat over de duivensport. Hij heeft overal wel een mening over en maakt van zijn hart geen moordkuil. Rinus heeft in 68 jaar duivensport vele groten ontmoet en vele avonturen beleefd. Ik kan moeiteloos 10 columns met zijn ervaringen vullen, maar beperk me hier tot een terugblik op zijn carrière als duivensporter en zijn visie op de moderne duivensport.

Op zijn 14e jaar liet zijn vader voor Rinus een duivenhok neerzetten door een neef die een timmerbedrijf had. Zijn vader had hiermee de bedoeling om Rinus wat meer bij huis te houden, wat overigens niet echt lukte want Rinus was als jonge jongen al door de natuur geobsedeerd en zwierf veel in de bossen van Vierhouten waar hij destijds woonde. Zijn eerste duiven kreeg hij van liefhebbers in de buurt waar hij de hokken schoon maakte. Het waren niet alleen duiven die zijn interesse hadden, want als jongen van 16 jaar bezat hij ook al twee paarden. Met allerhande klusjes, naast schilderen en stropen (wilde zwijnen) verdiende hij het geld bij elkaar om die paarden te kopen. Via die paarden kwam hij in contact met een zekere mevrouw Enkhof in Oosterbeek. En deze was in het bezit van een kolonie postduiven die hij tot dan toe nog nooit had gezien. We hebben het dan over de beginjaren 50 waarin de duivensport toch vooral een sport was voor de “gewone man”. Echter toen ook waren er liefhebbers die zich konden permitteren voor veel geld het beste dat er rondvloog te kopen in België en Nederland. Dat kon bijvoorbeeld iemand als Jo Wigmans uit Hoorn, die grote faam genoot in die tijd.

Maar ook mevrouw Enkhof bezat dus in die jaren een kapitale kolonie kweekduiven die afkomstig was van beroemde liefhebbers uit die tijd zoals de gebroeders Jansen, Maurice Delbar, Jacq Tournier, Louis Vermeyen, etc. Het spreekt vanzelf dat er uit die kweekstal al snel jonge duiven verhuisden naar Vierhouten. En met de nakomelingen hiervan werden mooie successen geboekt. Een van de mooiste successen uit die tijd noemt Rinus de 2e nationaal Orleans jonge duiven. Dat was overigens met een rechtstreekse Delbar die Rinus gratis van Maurice had gekregen toen hij daar samen met een oudere liefhebber op bezoek was.

Zijn succesvolste tijd beleefde hij echter in Loosduinen (gemeente Den Haag) waar hij van de eindjaren 50 tot 1977 heeft gewoond.

“Daar denk ik graag aan terug! Ik heb in de Haagse Bond uitslagen gemaakt van 1 t/m 10 en zelfs een keer van 1 t/m 17. Ik kan me een jaar herinneren dat ik van de 20 vluchten maar liefst 18 x de eerste won. Ook won ik in die tijd een keer de 1e nationaal Ruffec. In die jaren werd veel verdiend met de duiven aan poulegeld. Met mijn duiven zijn 9 auto’s verdiend. Het generaal kampioenschap van Zuid Holland was destijds mijn doel. Om dat te bereiken moest je alles spelen, zelfs Barcelona telde toen mee.”

De duiven waar hij destijds deze successen mee behaalde waren hoofdzakelijk Tourniers uit de lijnen van de Valk, de Drinker en de Zolder. Dat waren in de jaren zestig zeer gewilde duiven. In 1973 brachten zijn duiven op een verkoping in Hilversum door de destijds bekende veilingmeester Lolkema 83.000 gulden op. Dat was voor die tijd een flink bedrag. In de jaren 80 is Rinus naar Nunspeet verhuisd, na daarvoor nog een paar jaar in Bunnik en Alphen aan de Rijn te hebben gewoond. In Nunspeet is hij zich helemaal op de grote fond gaan toeleggen, maar dan met name op de kweek.

Rinus heeft tussen de 300 en 350 duiven en is tegenwoordig veel meer een duivenverzamelaar en kweker dan speler. Hij heeft vooral de oude rassen op zijn hok als Wanroys, Aardens en Theelens waarvan de herkomst terug gaat naar de jaren vijftig en zestig. Een groot deel van zijn duivenbestand komt bij de gebroeders Kuypers en Jan Theelen vandaan met wie hij goed bevriend is. Al tientallen jaren gaat hij met deze kopstukken uit de Nederlands duivensport elk najaar op jacht. Logisch dat er uit die Limburgse tophokken dan ook in de loop der jaren vele duiven naar Nunspeet zijn verhuisd. En op de hokken uit Nunspeet zijn er verscheidene goede duiven geboren die veelal bij anderen successen oogsten, zoals bij Everhard van Pijkeren in Hierden. Ook de Pitbull van Arnold Kok komt bij Rinus vandaan en is de stamvader geworden bij Arnold.

In de zestiger en zeventiger jaren beleefde de duivensport zijn hoogtijdagen in Nederland en België. Ik vroeg Rinus naar het verschil in beleving van de duivensport tussen toen en nu.

“De meeste mensen zijn te ver van de natuur afgeraakt. Voor de duivensport betekent dat een toename van ziektes en zwakkere duiven. Er is veel teveel medicijngebruik. Het is toch te gek dat je niet eens meer een duif mag opeten omdat je ziek kunt worden van de medicijnen die de duif zijn toegediend? Mijn duiven kun je echter gerust opeten want medicijnen krijgen ze nooit! Ik laat ze liever in de tuin scharrelen waar ze van alles oppikken dat goed voor ze is, dan dat ik een kuurtje ergens tegen geef. Bij de meeste liefhebbers is het precies andersom. Ik heb zelden zieke duiven en wanneer er toch eens een duif ziek is, gaat die er uit. Voorkomen is beter dan genezen, maar dat betekent niet dat je ze vol moet stoppen met voorbehoedende kuurtjes. Veel liefhebbers maken hun duiven hiermee juist ziek of vatbaar tegen ziektes. Je duiven houd je gezond door ze zo dicht mogelijk bij de natuur te houden. Zo ben ik wel een voorstander van bijproducten op natuurlijke basis, maar niet de producten die door de fabrikanten van voedingssupplementen worden aangeboden. Nee, ik geef alleen wat de natuur zelf voorbrengt. Je moet dan denken aan bosbessen, vlierbessen, hazelnoten, pinda’s en knoflook. Ook geef ik de vasthouders wel bietenblad en boerenkool, dat de losvliegende duiven zelf uit de tuin halen.”

Het spreekt bijna vanzelf dat een man als Rinus de schuld van de grote verliezen met jonge duiven geheel bij de liefhebbers zelf legt. “Men is veel te voorzichtig tegenwoordig. Code rood?

Wat een flauwekul! Gewoon afharden en streng selecteren, de besten en sterksten blijven over. Net als in de natuur! Kijk naar het lossingsbeleid van de Friezen vroeger en tegenwoordig de Polen. In Polen kennen ze lang niet zulke grote verliespercentages als hier en toch houden ze nauwelijks rekening met de weersomstandigheden. Een voorbeeldje om aan te geven dat goede duiven wel tegen een stootje kunnen is het volgende; Een Oostenrijkse sportvriend haalde hier een duif. Deze had alleen losgevlogen hier en was nooit in de mand geweest. In de winter ontsnapt die duif. Er lag in Oostenrijk een pak sneeuw en ook hier vroor het stevig. Drie dagen later kom ik ’s morgens bij het hok en werd ik door deze duif opgewacht. Hij was sterk vermagerd uiteraard, maar dit zegt wel wat over het karakter en doorzettingsvermogen van zo’n duif. Ruim 1000 kilometer in zulke omstandigheden en nog nooit van huis geweest!! Zulke duiven moet je hebben en die krijg je niet door zo voorzichtig te zijn als tegenwoordig. Weet je hoe ik mijn jonge duiven vroeger africhtte? Op zaterdagochtend als de koppels duiven overkwamen die naar Noord Holland moesten en met oostenwind ook naar Friesland, dan gooide ik mijn jongen los. De eerste paar keer waren de hokken ’s avonds nog bijna leeg. Maar na een dag of drie was de meerderheid wel weer thuis. Op de vluchten raakte ik maar zelden een duif kwijt.”

Ook van verduisteren of bijlichten moet Rinus niets hebben.

“Verduisteren en bijlichten brengt niets goeds. Je moet niet ingrijpen in de natuur. En nog zoiets waar ik met mijn verstand niet bij kan is dat sommige liefhebbers de hele dag een radio op het hok hebben aanstaan. Het is echt niet te geloven, wat een onzin!” De roofvogel is ook zo’n probleem wat de gemoederen bezig houdt tegenwoordig. Hoewel Rinus op de Veluwe woont waar het wemelt van de roofvogels laat hij zijn duiven de hele winter los.“Het barst hier van de roofvogels. Er is te weinig wild tegenwoordig, dus pakken ze een gemakkelijke prooi. Hier in de regio zijn er dit jaar wel 400 duiven opgevreten door voornamelijk de havik. Ik heb ze zelf de afgelopen winter elke dag los gehad. Voor de winter had ik er 145 en van het voorjaar waren ze er alle 145 nog. Elke dag los houdt ze actief. Ze blijven de havik voor. Ze blijven soms uren weg.”

Tot slot vroeg ik Rinus of er iets is wat hij nog graag eens zou bereiken, bijvoorbeeld het winnen van een bepaalde vlucht.

“Ik ben altijd al een groot liefhebber van kweken geweest, maar de laatste jaren ligt hier vooral de nadruk op. De jaren gaan tellen en om op het hoogste niveau mee te willen draaien vergt veel fysieke inspanning. Het is niet realistisch om op mijn leeftijd nog grote wensen te hebben. En bovendien heb ik in het verleden bijna alles al gewonnen wat er te winnen valt. Maar als ik aankomend jaar weer eens op Teletekst kom te staan zou dat natuurlijk wel weer leuk zijn. Maar ik jaag het zeker niet na.”

Nico van Veen



PIGEONSUPPORT.COM

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

23e Voorjaarsbeurs - Houten

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Triestig weer

Het jaar 2018 is alweer 14 dagen oud en nog steeds bewolkt en vochtig weer. De temperaturen zijn ook niet zo hoog. Ook de ...

Ad de Jong

Op naar het kweekseizoen

Ik werd er gisteren fijntjes aan herinnerd. "Gauw weer wat schrijven, John". Het was op de jaarlijkse ...

John Logemann

Het wel en wee rondom ons duivenkot ...

Het is nu 7 Januari zondagavond en het is altijd zondagavond als ik dit stukje schrijft en op de week terug kijkt en ...

Kees Commijs

COLUMNS

Op naar het kweekseizoen

Ik werd er gisteren fijntjes aan herinnerd. "Gauw weer wat schrijven, John". Het was op de jaarlijkse ...

John Logemann

J. Doldersum & Zn. - Almelo, ...

Menig duivenliefhebber kijkt op de club de uitslagen na en zit uren achter zijn computer om de uitslagen uit te ...

Patrick Noorman

De Vroege Kweek

Wie tijdens de winter kweekt moet goed de spreuk voor ogen nemen : “ Men kan iedereen bedriegen behalve de ...

Frans Musch