Evenals Peter Sannen die centraal stond in de vorige column over specialisatie, heeft ook de hoofdpersoon van deze column/minireportage zich op de overnachtfond gespecialiseerd. Het betreft de 57 jarige Evert Antonides uit Sappemeer, geen onbekende in de Noord Nederlandse fondwereld. Evert heeft vanaf 1975 postduiven, dus inmiddels al weer ruim 40 jaar, maar feitelijk al wat langer want vanaf zijn 10e hielp hij zijn opa Johannes al, die destijds een bekende keurmeester was en een grote naam in de Groningse duivenwereld had. Nadat Johannes was overleden ging Evert zijn vader Willy Antonides met de duiven door en deze was ook niet weg te slaan bij de keizer-generalen van de stad Groningen. Evert begon met het verzorgen van de duiven van zijn opa toen deze dit om gezondheidsredenen steeds minder goed zelf kon. Eerst bleef het bij voor wat zakgeld de hokken schoonmaken, maar op een gegeven moment werd hij ook ingeschakeld om de duiven te pakken wanneer ze moesten worden ingekorfd en bij thuiskomst te klokken.

En zo werd er begin jaren zeventig een nieuwe duivenmelker opgeleid. Kort daarop kreeg Evert van zijn vader Willy de eerste 15 jonge duiven en werd hij lid van PV de Eendracht in Groningen. Tot 1999 was Evert een programma speler die er vanaf halverwege de jaren 90 wel een paar overnachtduiven bij had. Hij kon altijd goed mee komen op het programma en behaalde mooie resultaten zoals in 1992 de 10e beste liefhebber in de WHZB competitie en in 1995 13e nationaal vitessekampioen. Maar in 1999 besloot Evert om het roer om te gooien en zich op de grote fond te gaan toeleggen.

“In dat jaar ben ik een huis gaan bouwen en kreeg daardoor wat minder tijd voor de duiven. Om die reden ben ik overgestapt naar de marathon. Om mee te kunnen komen op het programmaspel moet je er elke dag bovenop zitten qua training en verzorging en daar had ik toen de tijd niet meer voor.”

Evert is dus inmiddels ruim 15 jaar actief in de fondwereld en heeft zich in die jaren stevig genesteld tussen de grote namen in Noord Nederland. Ook buiten het noorden geniet hij overigens ook wel enige bekendheid. Zo stond zijn naam de afgelopen jaren regelmatig op teletekst en mistte hij al eens op een haar na een 1e nationaal op Perigeux. Hierop klokte hij binnen de neutralisatietijd ’s avonds om 23.57 uur en werd de volgende morgen vroeg verslagen door een liefhebber die 20 km verder woont en ’s morgens om 4.37 uur klokte. Dat was overigens niet de enige keer dat hij naast de overwinning greep, want ook op Bergerac 2003 en Limoges 2006 viel hem een 2e NPO/Nat. ten deel. Evert geniet overigens ook enorm van zo’n tweede plaats op een fondvlucht;  

“Ik vind het prachtig als er een duif vroeg in de morgen arriveert, of als de wind mee zit zelfs midden in de nacht. Dat geeft een grotere kick dan een vlucht die in 5 minuten is afgelopen. Hoe mooi is het wel niet als je een 2e nationaal draait, ook al zit die een uur na de 1e duif? Dat is toch prachtig en zegt meer dan genoeg over de prestatie van die duif! Ik doe mijn best om mooie resultaten te behalen op de marathon en hierop een teletekstplaats te behalen. Om kampioenschappen maak ik me niet meer druk. Ik sla ook rustig een vlucht over. Om voor een kampioenschap te vliegen zal je een grote hokbestand moeten hebben dan ik. Ik wil geen honderden jongen per jaar hoeven te kweken om er genoeg over te houden om aan alle vluchten mee te kunnen doen. Om die reden ben ik gestopt met de ZLU vluchten. Er bleven daarop te veel “goede” duiven achter. Sowieso is het voor Noord Nederland erg moeilijk om in de top van de uitslag te komen op de ZLU vluchten. Die laatste 150 – 200 km zijn voor de duiven vaak erg zwaar. Het gaf me geen goed gevoel dat in het zuiden en midden van het land de prijzen weg gedraaid werden en wij in het uiterste noorden geen duiven thuis kregen. Daarom ben ik weer geheel overgestapt op de middaglossing en zie ik mijn naam weer op teletekst staan. Dat geeft mij toch een veel beter gevoel.”

Om je op de marathonvluchten toe te leggen wanneer je in Sappemeer woont met een afstand op St Vincent van 1212 km, zal je zeker met noordenwind echte krachtpatsers moeten hebben. Dat gaf de nestor van de noordelijke fondspelers Hielko Postma in één van mijn eerdere columns ook al aan. Zelf maak ik onderscheid op basis van het aantal uren vliegen dat een duif aankan. Het type duif dat op deze afstanden kop kan vliegen noem ik de 20+ uren duiven. En die zijn niet zo dik gezaaid. De meeste duiven die als fondduiven worden aangemerkt hebben hun limiet ergens tussen de 16 en 20 uur vliegen liggen. Voor een vlucht van 1200 km met een snelheid van 60 km (1000 mpm) zullen deze duiven dus te kort komen voor een vroege klassering. Hoe kijkt Evert hier tegenaan en vooral hoe is hij aan dit soort duiven gekomen?

Je moet hier in het noorden inderdaad hele sterke duiven bezitten. Ik selecteer al 20 jaar op duiven die deze afstanden aan kunnen. Toch vind ik het altijd weer moeilijk om de juiste keuze te maken bij de selectie van de duiven als jaarling en tweejarige. Maar onder zware omstandigheden met snelheden van soms ver beneden de 1000 mpm draai ik bijna altijd wel één of meerdere vroege duiven. Dus tot nu toe kan ik wel stellen dat ik de juiste duiven bezit om op de marathons te spelen hier in het noorden. Mijn eerste fondduiven heb ik rechtstreeks gehaald bij Martha van Geel. Sije Pijl uit Muntendam heeft mij met haar en andere topspelers op de grote fond in contact gebracht. Later zijn daar nog duiven bijgekomen van Hein Brasse uit Nuth (Ik bezit nog een doffer van hem van 2000 die dit jaar op 16 jarige leeftijd nog 4 jongen heeft groot gebracht) en van Jan Ernest (een doffer van hem werd vader van meerdere duiven die nationale kopprijzen wonnen). De inbreng van enkele Wanroys van Jan Lijnders en Anton van Haaren heeft ook zijn vruchten afgeworpen. Dit waren echte doorzetters op het allerzwaarste werk. Van Jan van Engelen kwamen ook twee goede kwekers wiens bloed nog door mijn stam loopt. Dat ik er in geslaagd ben om een fijn stammetje echte doordouwers op te bouwen is in het zuiden van het land en zelfs in België en Frankrijk bekend. Ik verkoop wel eens duiven aan Belgen en Fransen die dan zeggen bij mij terechtgekomen te zijn vanwege mijn uitslagen. Als iemand voor ons draait op een afstand van ruim 300 kilometer meer dan wij dan moeten we daar zijn voor versterking, krijg ik dan te horen als ik vraag naar de reden waarom ze zo ver van huis gaan om duiven aan te schaffen.”

Specialisatie op de marathons lijkt vaak een aantrekkelijke optie voor degenen die in een regio wonen waar je doorgaans niet of nauwelijks op de vitesse en midfond kans hebt op een overwinning of mooie uitslag. Toch blijkt deze discipline niet bij iedere liefhebber te passen. Regelmatig hoor ik dat liefhebbers die na zich een paar jaar op de overnacht te hebben toegelegd, daar weer mee stoppen omdat het ze niet bracht wat ze hoopten. Hoe ziet Evert dit?

“Je kunt heel succesvol zijn op de marathon als je je hier op toelegt. Maar dan moet je je ook echt specialiseren en tevens werken aan een goed kweekhok. Ik zie verschillende liefhebbers die er te gemakkelijk over denken. Ze bezitten maar een paar goede fondduiven die er altijd zijn. Maar dan komt er onverwacht een slechte vlucht en verspelen ze die duiven en dan zijn ze terug bij af. Het lukt ze dan vaak niet om binnen een paar jaar weer enkele duiven van hetzelfde kaliber terug te kweken en dan hebben ze het gehad met de meerdaagse fond en gooien de handdoek in de ring. Op deze discipline en vooral op mijn afstanden zal je echt moeten zorgen voor een kweekhok met een aantal bewezen goede kwekers. Je kunt dan na een slecht seizoen je vliegploeg binnen een redelijke termijn weer aanvullen, zonder diep in je buidel te moeten tasten voor nieuwe duiven. Dit geldt uiteraard voor de gemiddelde liefhebber. Degenen die over veel financiën en een grote vliegploeg beschikken kunnen natuurlijk wel alles spelen en steeds weer nieuwe investeringen doen, maar dat is voor weinigen weggelegd. Ook moet je niet denken dat het bij de marathon allemaal vanzelf gaat. Ook op deze discipline moet je er tijd en energie in steken om resultaten te kunnen boeken. Het kan echter wel wat rustiger en steekt iets minder nauw. Je hoeft niet meer te verduisteren, dus spelen voor een kampioenschap jonge duiven doe je niet meer. Ook op de andere disciplines kun je een kampioenschap wel vergeten, want de fondduiven doen het wat rustiger aan. Geen gestress meer. Dit soort duiven hebben doorgaans ook meer weerstand tegen allerlei infecties, dus een keer niet schoonmaken maakt niet veel uit. Ook kan je op de overnacht gerust de droge mest methode hanteren. Dat scheelt heel veel tijd. En de duiven zullen er niet onder lijden.”

Daar Evert zijn sporen wel verdiend heeft in de duivensport is het interessant voor de wat minder ervaren duivensporter om te horen hoe hij aankijkt tegen zaken als voeding, bijproducten, medische begeleiding, selecteren, koppelen en het hok (klimaat en verluchting). Allemaal zaken die sommigen tot grote vertwijfeling kunnen brengen. Ik vroeg Evert naar zijn mening over bovengenoemde onderwerpen.

“Er zijn geen geheimen meer in de duivensport. Er is in de media de afgelopen jaren zoveel over duiven verteld dat het me eigenlijk onmogelijk lijkt dat er nog geheimen zijn. Of het zou eventueel dopinggebruik moeten zijn. Het is logisch dat wanneer men zich met verboden activiteiten bezig houdt, men dit geheim zal houden. Maar jarenlang topprestaties neerzetten met behulp van doping daar geloof ik niet in. Natuurlijk zijn er trucjes en kleine ingrepen in bijvoorbeeld de voeding om de duiven zo gemotiveerd en zo goed voorbereid mogelijk aan de start te brengen. Maar dit soort zaken wordt uitgebreid beschreven in reportages op internet en in de duivenkranten of op de persoonlijke websites.”

Het hok:

Het hok moet goed zijn. Ook is het belangrijk hoe en waar het staat. Soms moeten er aanpassingen aan worden verricht. We gaan er van uit dat de standaardhokken goed zijn maar soms moet de ventilatierichting net andersom zijn omdat de wind uit een andere hoek waait. Een kleine wijziging kan soms wonderen doen, men moet er echt de tijd voor nemen om te onderzoeken of het hokklimaat goed is. Ik heb zelf ook verschillende wijzigingen aangebracht t.a.v. het plafond. Voor mij geldt dat wanneer ik in het hok sta het behaaglijk moet voelen en ik beslist geen tocht wil voelen. Ik heb zowel in de vlieghokken als de kweekhokken kunststofroosters op de vloer liggen. Ik vind het ideaal en maak het om de 2 maanden onder de roosters schoon.

Voeding:

Ik voer de exclusief mengelingen van Vanrobaeys. Dat is een fijn zakje voer waar veel soorten granen in zitten. Ik ben daar heel tevreden over en ze vliegen er goed op. Ik voer geen volle bak in tegenstelling tot veel marathonspelers maar hou de duiven toch wel wat kort. Het opvoeren de laatste 3 dagen voor inkorving bestaat eigenlijk alleen uit wat extra mineralen en een paar pinda’s. Gerst krijgen ze haast nooit, wel voeg ik af en toe (vooral bij de jongen) wat kippenkorrel toe aan de mengeling. Dus feitelijk komt het hier neer op een goed zakje voer en weinig extra’s.

Bijproducten:

De bijproducten zijn bij mij heel gewoontjes. Ik geef ze de gewone piksteen in potjes en verschillende multi-mineralen uit de bekende emmers. Dat eten ze graag. Ik ben daar heel nuchter in en ze krijgen dat niet in overvloed. Ook geef ik ze af en toe een krop sla en soms meng ik wat knoflookpoeder, dat ook aan paarden wordt verstrekt, door het mineralenmengsel.

Goede duiven/selectie/koppelen:

Ik hecht beslist waarde aan uiterlijke kenmerken van mijn duiven zoals goed gebouwd, goed gespierd, goed gekleurde ogen, goed verenpak enzovoort. Daarnaast wil ik een goed gevoel hebben wanneer ik een duif in de hand pak. Erg kleine duiven geven me dat gevoel niet. Ik heb jarenlang goed contact gehad met Myron Kulik een bekende ogenkeurder uit Amerika. Van deze man heb ik veel geleerd. Ik zet gewoonlijk de duiven tegen elkaar die het best gepresteerd hebben, maar als je het echt goed wil doen zal je op diverse kleine details moeten letten. Men roept vaak; “allemaal flauwekul, het gaat alleen om vroeg op de klep”, maar wat kennis van hoe een duif in elkaar zit en wanneer die er aan toe is om gespeeld te worden is wel noodzakelijk om het lang vol te kunnen houden. Ik denk dat heel veel liefhebbers dit niet zien en duiven spelen die niet geschikt zijn voor een bepaalde afstand of er lichamelijk nog niet klaar voor zijn. En als de duif dan te laat is krijg de duif de schuld terwijl de schuld echt bij hen zelf ligt.”

Tot slot geeft Evert aan dat hij ook elk jaar graag aan een aantal éénhoksraces mee doet.

“Ik denk dat de éénhoksraces in de toekomst de overhand gaan krijgen. Men hoeft alleen nog maar jongen te kweken en die op te sturen. Geen dagelijkse trainingen en lapvluchten meer. Je hoeft alleen maar te zorgen voor een kweekhok. Je hebt uiteraard dan nog wel nog wel duiven te verzorgen en voor de meesten is de omgang met hun duiven het belangrijkste. Het geld dat je anders kwijt bent aan de kosten van de vluchten, steek je dan in de inleg. Op de hokraces zijn bovendien ook nog mooie (geld)prijzen te winnen. Iets dat tegenwoordig nauwelijks meer aan de orde is op de wekelijkse wedvluchten. Vroeger kon je mooie prijzen winnen als een tv, een wasmachine, een fiets of iets dergelijks. Dat is voorbij helaas, maar op de éénhoksraces zijn nog wel mooie prijzen te verdienen. De resultaten van de éénhoksraces zijn goed te volgen op internet. En als je duiven goed presteren op de éénhoksraces zorgt dit voor bekendheid over de gehele wereld. Na de eindrace worden de duiven weer verkocht en de kweker krijgt de helft van de opbrengst. Ik speelde de afgelopen jaren zelf op diverse éénhoksraces mee zoals in Portugal, Thailand, Duitsland, Roemenië en Gran Canaria. Op deze laatste race uit Gran Canaria (over zee) ben ik nog 2e beste liefhebber/team geworden over alle overzee vluchten. Ik hou van zware vluchten voor de duiven en de meeste van deze races zijn vrij zwaar. Dit omdat de weersomstandigheden daar veel extremer zijn en de duiven meestal wel gelost worden in moeilijke situaties. De regels ten aanzien van de duivensport zijn in de meeste landen niet zo streng als in Nederland.”

Tot zover Evert Antonides, in een veel uitgebreidere reportage dan men van mij gewend is. Deze man die al ruim 20 jaar laat zien dat ook zonder honderden duiven en met een eenvoudige verzorging heel veel mogelijk is, verdient het dat hij na drie keer aan een nationale overwinning te hebben geroken, nu ook eens het zoet van een (nationale) overwinning zal smaken.

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

Redstar Breedingstation

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Het wel en wee rondom ons duivenkot ...

We zijn weer een weekje verder en het moment om met onze winterkweek te beginnen nadert snel, de kwekers zijn er klaar ...

Kees Commijs

Masker

Mijn oude masker was aan vervanging toe en daarom heb ik op internet gezocht naar vervanging. Dit had ik gevonden bij ...

Ad de Jong

De donkere dagen treden weer in

Over welgeteld een kleine 7 weken zijn we al weer aan het einde van 2017. Abnormaal gewoon zo snel het dit jaar gegaan ...

Evelien's Journaal

COLUMNS

Derby Arona Tenerife - Algarve Golden ...

Hallo sportvriendinnen en sportvrienden, Op deze filerijke en druilerige maandag geef ik maar al te graag een ...

Sjaak Buwalda

WINTERPERIKELEN

DE RUI Wat is het nu een heerlijke rustige periode. De duiven genieten dagelijks een paar uur van hun vrijheid, ...

Ton van den Brink

Duivensport in IJsland

Tijdens mijn vakantie in IJsland heb ik een bezoek gebracht aan de duiventuin in een buitenwijk van Reijkjavik en bezocht ...

Nico van Veen