Dit is inmiddels de 4e column in deze serie over beroemde koppels die een grote stempel hebben gedrukt op vele hokken in binnen en buitenland. De naam van de liefhebber die het koppel bezat wat dit keer in de picture staat, wordt altijd in één adem genoemd met de nazaten van het betreffende kweekkoppel, want ik denk dat er weinig duivenliefhebbers zijn die nooit hebben gehoord van “de Geelogers van Hans de Zwart”. In de vele reportages die er over de nazaten van dit koppel verschenen vanaf de beginjaren 80 tot op heden, wordt Hans dikwijls een meesterkweker genoemd. Het koppel waarmee het voor Hans destijds is begonnen en waaraan hij met name deze titel dankt, bestond uit de Jonge Geeloger B 80-2452086 en het Blauwke, de Belg 80-2452198. Vele hokken zijn groot geworden met de nazaten van dit koppel. Uiteraard is een en ander inmiddels flink verwaterd en zijn er vele goede nazaten naar het buitenland verkocht, maar toch zijn er ook nu nog steeds verscheidene liefhebbers die een stam bezitten waarvan de fundamenten met nazaten van dit koppel gelegd zijn.

De bekendste zijn wellicht Gerard van den Berg uit IJsselmuiden die met 1 jong uit het superkoppel een hok heeft opgebouwd waarmee hij jarenlang geweldig presteerde en Lindelauf en Zn uit Vijlen die uit alle toppers van Hans destijds jongen hebben gehad en jaren lang tot de beste liefhebbers van Nederland behoorden en onder andere in 1999 zowel de 1e als de 2e prijs wonnen op Nationaal Orleans tegen 130.000 duiven.

Hans is 71 jaar en heeft vanaf zijn 12e jaar met enkele kleine onderbrekingen postduiven. Hij woonde als kind in Zaltbommel en wanneer hij van school naar huis ging kwam hij altijd langs een kapper die uit zijn dakraam naar buiten hing om zijn duiven naar binnen te fluiten. Dat intrigeerde Hans en zo werd bij hem de interesse voor postduiven gewekt en dan met name voor het aspect kweken. Zo lang hij duiven heeft, heeft bij hem altijd de nadruk op het kweken gelegen. De wedvluchten zag en ziet hij als testvluchten. Hij heeft dan ook maar zelden een volledig seizoen meegespeeld. Veel kweken (4 tot 5 rondes per koppel) en ook veel duiven weg geven zodat de kweekwaarde van een duif of koppel snel zichtbaar wordt, dat is zijn grootste liefhebberij. Het is voor Hans altijd een uitdaging geweest om de zogenaamde kleine man met weinig financiële middelen aan goede duiven te helpen en hij geniet er van als deze met de door hem gekweekte en weggegeven duiven goed presteren.

En de lijst met liefhebbers die dankzij de duiven die Hans weg gaf en die daarmee op de erepodia terecht zijn gekomen is zeer groot, dus zijn missie is beslist geslaagd. Na zijn totale verkoop in 1986 is hij twee jaar zonder duiven geweest en toen hij in 1988 een herstart maakte deed hij dit met nazaten uit zijn kweekkoppel die hij van een aantal liefhebbers terugkreeg die hij aan de nazaten van zijn wonderkoppel had geholpen. Zo kreeg hij van Bennie Steffens twee zonen uit het superkoppel terug. Ook werd hij zeer goed geholpen door Piter Beerda en zijn broer Willem, waarvan hij verschillende klasse duiven heeft gekregen uit diens Tournierstam. Ook Jan Kuiper uit Staphorst maakte in begin jaren 90 topuitslagen. Met duiven van Hans gekregen won hij verschillende eerste prijzen in de afdeling 10. Van hem kreeg Hans verschillende van deze winnaars terug.

Zoals gezegd heeft bij Hans altijd de nadruk op het kweken gelegen, echter van 1983 t/m 1985 heeft hij serieus werk gemaakt van het vliegen en dat met groot succes, totdat een zeer tragische gebeurtenis hem dwong om met de duivensport te stoppen. Topprestaties door hem al dan niet in combinatie behaald, zijn diverse afdelingsoverwinningen, soms zelfs met de eerste 5 of 6 tegen duizenden duiven. Ook kan hij terugkijken op een aantal NPO Overwinningen. Hoewel hij eigenlijk nooit echt voor een kampioenschap speelde, is hij toch wel een paar keer generaal kampioen van de vereniging geweest. En dat altijd met een handjevol duiven. In de jaren 90 heeft hij een jaar of zes met Bennie Steffens in combinatie gespeeld en met Olof Mulder in het begin van dit millennium ook een zelfde periode.

Met beiden werden grote successen behaald. In het tweede jaar dat hij samen met Olof Mulder speelde werden ze bijvoorbeeld al 1e Keizer Generaal van de afdeling Friesland. Met het vliegen bemoeide Hans zich nauwelijks, dus de behaalde prestaties in combinatieverband zijn de verdiensten van de jongens zelf, geeft hij aan. Het kweken en de aanschaf van duiven daarentegen lag geheel in handen van Hans zelf.

Hieronder laat ik Hans zelf aan het woord over zijn kweekmethode, aan de hand van een aantal vragen die ik hem hierover heb gesteld.

Vanwaar je voorkeur voor kweken en niet voor het vliegen?

Allereerst omdat ik denk dat ik voor het beoordelen en herkennen van een goede duif een soort zintuig heb. Daarnaast geeft het me een goed gevoel als ik er in slaag om topduiven te kweken. Uiteraard geeft het behalen van een overwinning in groot verband dit ook, maar het vliegen gaf altijd veel stress. Daarbij komt ook dat als je hard vliegt je veel vijanden kweekt, de afgunst is groot, je wordt beticht van duistere praktijken, enz. Het moet wel leuk blijven en dat is het soms helemaal niet in mijn beleving. Zo heb ik wel wat teleurstellingen moeten slikken. Er zijn mensen geweest die zich achteraf negatief over me hebben uitgelaten terwijl ik die mensen goed geholpen heb. Ook was ik zeer teleurgesteld toen ik bij mijn herstart in 1988 bij de liefhebbers aanklopte die ik gratis aan goede duiven had geholpen en er verscheidene waren die me niet aan duiven wilden helpen of er zelfs grof geld voor vroegen.  Voor mij zijn de duiven altijd een hobby geweest en de commercie liet ik zoveel mogelijk aan me voorbij gaan.

Je wordt in verschillende reportages beschreven als meesterkweker. Wat vind je daarvan?

Dat vind ik zwaar overdreven. En het is ook niet terecht. Ik hecht geen enkele waarde aan zo’n titel. Door reportageschrijvers en verkopers wordt je dan ineens zo genoemd, maar ik vind het allemaal kwats. Het is gewoon verkooppraat en aan mij niet besteed. Het is voor de meeste liefhebbers moeilijk om te bepalen of iemand iets van duiven weet, dus op basis waarvan ben je een meesterkweker? En wanneer je zelf hierover spreekt of schrijft, dan klinkt dat al snel hoogdravend en zelfoverschattend. Ik ben vanwege het Geelogers/wonderkoppel de hemel in geschreven, maar stel dat ik dit koppel niet bezeten had? Ik ben overigens van mening dat selectie belangrijker is dan koppelen. Ik word regelmatig gevraagd om ergens te selecteren en vind dat ook leuk om te doen.

Heb je je verdiept in het kweken en kweektheorieën, erfelijkheidsleer?

Ja, dat heb ik zeker, maar toch heb ik het meeste gehad aan mijn intuïtie. Ik voel het meestal aan dat een duif iets extra’s heeft dat deze onderscheid van een doorsneeduif. Ook zie ik aan het oog en de uitstraling die de echte topduiven hebben, iets dat een doorsnee duif niet heeft. Maar wat dat precies is valt niet uit te leggen. Ik heb vele liefhebbers van naam op mijn hok gehad en hen het Geelogerkoppel laten zien. Er waren er echter maar zeer weinigen die de klasse van dit koppel ook zagen. Toen ik dit koppel zelf voor het eerst zag was het voor mijzelf echter meteen overduidelijk dat dit een kweekkoppel van bijzondere klasse was.  De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik voor die tijd ook een paar keer hetzelfde zag in een bepaald koppel, maar daar kwam het dan achteraf niet uit. Althans, er kwamen dan wel goede duiven uit, maar niet van dit kaliber en ook zeker niet met dezelfde erfkracht. Een factor geluk komt er ook altijd bij.

Je grote bekendheid als kweker is ontstaan met het Geelogerkoppel. Kun je nog eens precies beschrijven hoe dit koppel precies is ontstaan en hoe je in het bezit kwam van deze duiven?

Ik heb dit koppel als jaarling bij Ton van de Lede uit Elst gekocht samen met de twee jongen die erbij in de schaal lagen. De doffer was maar een kleintje, maar wel een schrandere vogel die alles in de gaten had. De duivin was erg schuw, maar op het nest was ze zeer fel. Beide duiven hadden iets apart in hun karakter. In de hand waren het echter geen bijzondere duiven qua lichaamsbouw. Het koppel stond dus al op elkaar en ik zag er direct twee topduiven in die bij elkaar pasten als een sleutel in het slot. Dit was puur een kwestie van gevoel. Deze duiven hadden een enorme erfkracht die ik destijds direct voorvoelde. Ik had geen enkele twijfel over de kwaliteit en dat er nu ruim dertig jaar later in de stamboom van vele hedendaagse topduiven nog steeds het Geelogerkoppel zit, verbaast me dan ook niet. In de afgelopen vijfendertig jaar zijn er honderden duifkampioenen en vluchtoverwinnaars in groot verband uit kinderen en kleinkinderen van dit koppel gekweekt. Niet alleen in Nederland maar vooral ook in Duitsland en zelfs in Taiwan.

Wat maakt een koppel voor jou een superkoppel?

De erfkracht. Wanneer er meerdere generaties topduiven uit gekweekt worden die qua kwaliteit niet onder doen voor hun ouders. Uiteraard was niet alles wat uit dit koppel kwam van dezelfde kwaliteit. Toch was elke duif die er uit kwam wel in staat om een 1e te vliegen. Het is in die de jaren 83 t/m 85 zelfs een keer voorgekomen dat ik van 1 t/m 7 speelde in het rayon met slechts 10 duiven mee. Dit waren allemaal kinderen en kleinkinderen van dit koppel. Op de jongen uit dit koppel kon je een willekeurige duif zetten en toch kwamen er vrijwel zeker topduiven uit. Maar de fout die bij de meeste liefhebbers gemaakt werd, was dat ze niet terug kweekten in de lijn van de goede duiven uit dit koppel, maar er steeds meer vreemd bloed in gekruist werd van een veel mindere kwaliteit duiven. Iemand als Gerard van de Berg deed dat niet. Hoewel hij slechts één zoon uit het koppel bezat, heeft hij er meerdere generaties zeer goede duiven uit gekweekt.

Heb je er een verklaring voor waarom dit zo’n goed koppel was?

Ik heb er niet echt een verklaring voor, maar wijt het voornamelijk aan het karakter en de intelligentie van beide duiven die elkaar aanvulden. Het gevoel dat ik had dat deze duiven perfect bij elkaar pasten was zo sterk, dat ik het koppel dan ook nooit heb willen verbreken.

Ik neem aan dat je wel in goede kweekkoppels gelooft omdat je een dergelijk koppel zelf bezeten hebt?

Beslist. Overigens vind ik dat er wel erg snel gesproken wordt van superkoppels, maar dat er echter maar zeer weinig zijn. Prestaties van een aantal jongen van zo’n koppel worden dan bewust opgeklopt. Maar zeer zeker bestaan er superkoppels en ik streef het samen zetten van een dergelijk koppel na. Ik zou bijvoorbeeld nooit hengstenkweek toepassen. Daar geloof ik niet in. Ook niet in het zelf laten uitzoeken van een partner. En koppelen zonder de afstamming van een duif te weten doe ik beslist nooit. Ik ben een liefhebber van het kruisen met nauw ingeteelde duiven. Ik hou geen rekening met de oogkleuren in het vormen van koppels en heb goede duiven gekweekt uit alle mogelijke combinaties ogen. Wel is het een absolute voorwaarde voor mij dat de ogen zeer goed doorbloed zijn.

Waar let je speciaal op bij het koppelen?

Selectie vooraf is heel belangrijk. Goede duiven zijn peervormig. Ik zie niet graag korte gedrongen duiven, maar liever de wat langere types. Het zijn nooit duiven met grote fouten in de lichaamsbouw. Geen compensatiekweek! Altijd kweken in een lijn van kampioenen en daar naar terug kweken. Ik kweek vaak uit duiven die nooit de mand hebben gezien en heb daar in de loop der jaren honderden goede tot zeer goede duiven uit gekweekt. Het is beslist niet nodig om alleen uit de goede vliegers te kweken.

Tot zover Hans de Zwart, een man die van zijn hart geen moordkuil maakt en een fijne sparringpartner is die geen onderwerp in de duivensport uit de weg gaat.

Nico van Veen



PIGEONSUPPORT.COM

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

Comb. Poelman - Erica

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Wat is waarde

Deze week las ik dat Dhr. Daniel Bucaciuc uit Dilbeek (B) zijn topduif heeft verkocht voor een record bedrag. Schrik niet ...

Ad de Jong

Treurig

Voorbije week was op dinsdag de Belgian Master. De duiven hadden 6 trainingen en 4 asduif vluchten gehad dus je zou ...

Ad de Jong

Klein en toch GROOT

Nederland is maar een klein landje op de wereld bol maar wat hebben we veel kampioenen in alle soorten sport.  Pas ...

Ad de Jong

COLUMNS

Karel Meulemans, Arendonk / Grote namen ...

Na 4 jaar eindelijk weer een column over het onderwerp grote namen in de duivensport. De eerste schreef ik over/met ...

Nico van Veen

In gesprek met Johan Donckers

Het was in 2009 dat ik de naam Johan Donckers voor het eerst hoorde. Het was kort na Gueret, de nationale vlucht ...

Ad Schaerlaeckens

Hans de Zwart - Steenwijk / Beroemde ...

Dit is inmiddels de 4e column in deze serie over beroemde koppels die een grote stempel hebben gedrukt op vele hokken in ...

Nico van Veen