In mijn vorige column over dit onderwerp waarin Jans de Vries centraal stond met zijn beroemde Bijter x Visje, gaf ik al aan dat het aantal echte kweekkoppels beduidend minder is dan de commercie ons wil doen laten geloven. Ik schreef (me daarbij beperkend tot de laatste 20 jaar) dat ik met grote regelmaat nazaten in handen kreeg van een vijftal min of meer beroemde kweekkoppels. Naast de Bijter x Visje noemde ik toen o.a. ook het Betuwekoppel van Jan Peters. Enige tijd geleden had ik de mogelijkheid om dit koppel in levende lijve te kunnen bewonderen. De eigenaar van dit koppel is echter niet Jan Peters zoals velen denken, maar de Volendamse vishandelaar Gerrit Veerman. Wel is Jan Peters, de grote fondmatador uit Bemmel, de kweker van beide duiven, door Gerit gedoopt als Petertje en Agnes. Deze laatste genoemd naar de vrouw van Jan Peters. Gerrit is 68 jaar en heeft vanaf zijn zesde jaar al duiven. Zijn eerste duiven kwamen van de oom van zijn vader, dat waren zwarte Hornstra’s. Ze werden gehuisvest bij een oom van Gerrit die een hok boven de garage van zijn groot vader had. Hij moest ze zelf verzorgen en het geld voor het voer verdiende Gerrit met garnalen pellen.

Gerrit heeft in de loop der jaren verschillende mooie prestaties op de fond behaald, zoals bijvoorbeeld een 8e nat. Bergerac, de 12e nat. Barcelona, een 16e nat. Pau, 3e kampioen ochtendlossing Marathon Noord en de 3e plaats in de Super League van Fond Unie 2000. Ook bewaart hij mooie herinneringen aan die keer dat hij in de fondclub Noord Holland op Bordeaux de enige was die op de dag van lossing een duif thuis kreeg. Maar Gerrit geniet de meeste bekendheid door de prestaties die anderen met zijn duiven en hun nazaten behalen. Gerrit was zelf vanwege zijn drukke werkzaamheden (eigenaar van twee viswinkels) en een slechte gezondheid (reuma) vaak niet in staat om het optimale uit zijn duiven te halen. Hij is echter zeer trots op het feit dat met zijn duiven en hun nazaten zo goed gepresteerd wordt. Wat Gerrit diep raakt is dat niet iedereen die bijzonder goed presteert met zijn duiven en hun nazaten, de herkomst hiervan vermeld, d.w.z. de naam van Gerrit niet vermeld op de stamkaarten en/of in reportages. Voor hem is deze waardering immers de kroon op zijn werk als kweker. En dat betreft dan niet alleen de nazaten van zijn Betuwekoppel, want van zijn hok zijn ook een aantal zeer goede vliegers en kwekers gekomen waar geen bloed van dit beroemde koppel in zit.

Met het Betuwekoppel heeft Gerrit een koppel samengesteld dat verantwoordelijk is voor vele grote successen op nationaal niveau. Ik kan gemakkelijk enkele pagina’s volschrijven met referenties van liefhebbers die met de nazaten van dit koppel zeer goed geslaagd zijn. De meest aansprekende hiervan zijn op de website van Gerrit te lezen. http://www.veermanduivenvolendam.nl/html/prestaties.htm en ook deze lijst is niet up to date en volledig. Ik beperk me voor deze minireportage dan ook tot de absolute toppers. Allereerst de Superkweker Stet van Fred Stet (04-578) rechtstreeks uit het Betuwekoppel. Deze doffer is o.a. vader van een 1e, 2e en 4e nationaal (nazaten 13 x bij de eerste 100 nationaal). Deze doffer verblijft nu op het hok van de combinatie Verwey-de Haan. Dan is er de 04-621 van de Gebroeders Jacobs die eveneens rechtstreeks uit het Betuwekoppel komt. Deze doffer vloog zelf een 8e nat. Perpignan en een 16e nat. Barcelona. Kinderen van deze doffer vlogen o.a. een 3e, 17e, 19e en 25e nationaal. Een paar willekeurige andere excellente nazaten van dit kweekkoppel zijn bijvoorbeeld ook de Suarez van de combinatie Hendriks (1e Fondunie 2000 Agen 2014), de 13-124 van John Laan (1e NPO Salbris 2014) en de Jesper, aslmede ook de Veerman van Rob Timmermans die afgelopen jaar de 1e Internationale Competitie Gouden Duif Zware Fond won waaraan de Jesper en de Veerman een groot aandeel hadden. En recent won een achterkleinkind van het Betuwekoppel op Tenerife voor Anton van Oort de 1e op een loodzware race over zee. Een bijzondere prestatie want deze duif vloog 6 minuten los op 1074 duiven op een afstand van 95 km. En zo zijn er nog veel meer aansprekende resultaten behaald met jongen uit andere zonen en dochters van het Betuwekoppel zoals een 16e nat. Pau. Gerrit heeft echter nog geen gelegenheid gehad om de lijst aan te vullen.

Het Betuwekoppel is door Gerrit bewust bij elkaar gezocht en gekoppeld. Gerrit hier zelf over aan het woord; “Ik heb in 2002 t/m 2004 in totaal 6 duiven gekocht bij Jan Peters. Bij deze 6 duiven zat een duivin waar ik eigenlijk niet zo tevreden over was. Toen er in Rosmalen bij de NPO manifestatie een duivin van Jan Peters te koop werd aangeboden waarvan de stamboom mij aansprak, ben ik naar deze verkoop gegaan en heb die duivin de 03-2014909 gekocht. Deze duivin die ik de Agnes noemde heb ik gekoppeld aan de 02-1214615 (Petertje). Dit was een schot in de roos. De naam van het Betuwe Koppel kregen ze later van Bas Weijers. Die was hier destijds toen Jan Peters een foto wilde laten maken voor een reportage over dit koppel. Bas Weijers heeft hier toen een verslag over geschreven. Ik heb hier toestemming voor gegeven en vind het nog steeds een mooie naam. Maar deze naam is wel de oorzaak van wat misverstanden omdat veel mensen daardoor denken dat dit koppel eigendom is van Jan Peters.”

In het artikel van Bas Weijers wordt het Betuwekoppel en een groot aantal nazaten uitgebreid beschreven. In deze minireportage wil ik vooral Gerrit zelf aan het woord laten over dit koppel en zijn kweekmethodes. “Het kweken van goede duiven is voor mij altijd een passie geweest. Ik ben altijd bezig geweest om het beste wat ik kon krijgen naar mijn hok te halen. Daarom heb ik veel aan samenkweek gedaan met bewezen goede duiven, naast dat ik ook regelmatig duiven bij liefhebbers haalde die goed presteren. Uiteraard moet je natuurlijk ook een beetje geluk hebben, maar je bepaalt zelf wat je op elkaar zet en misschien heb ik daar wel een klein beetje kijk op en gevoel voor. Het begint al met de aanschaf van duiven. Waar haal je duiven en wat haal je voor duiven? Ik ben er altijd van uitgegaan dat niemand alleen goede duiven kweekt en waar je ze ook haalt je altijd een groter percentage onbruikbare duiven aanschaft dan goede. Ik schaf dan ook altijd meerdere duiven van een liefhebber aan. Voor mij geldt tevens dat ik bij de aanschaf van duiven er zeker van wil zijn dat ze geschikt zijn voor mijn afstanden. De kenmerken van deze duiven moeten genetisch vastliggen en daarom ben ik in de vorming van mijn stam uitgegaan van de basis van oude stammen.”

In de stelling van Gerrit t.a.v. de afstandsgeschiktheid en dat je de basis moet zoeken in oude stammen kan ik me helemaal vinden. Ik heb me al zo lang ik me met duiven bezig houd verdiept in stambomen. En wat mij daardoor wel heel duidelijk is geworden, is dat vrijwel elke topduif (onverschillig op welke afstand) afstamt van een select groepje topduiven. Ik noem dat hier gemakshalve de “superverervers”. In de handen van de juiste melkers komen de goede eigenschappen van deze superverervers (en soms zijn dit koppels) altijd weer naar boven. Voor de overnacht zijn dat onder andere de Oude Spin en de 90 van Sjef van Wanroy, het Oud Doffertje van Janus v.d. Wegen, het Trutje en de goede 34 van Jan Theelen,  de Dolle van Marijn van Geel, de Kraag van Toon van Schilt (Wim Muller), de 500 van Giel van Agtmaal, de 131 van Jan de Weert en de 38 en 49 van Jan Aarden. Er ontbreken er nog een paar aan dit lijstje en van de hiervoor genoemde duiven zijn er ook een paar verwant aan elkaar, dus zou ik ook verder terug in de tijd kunnen gaan om nog minder “superverervers” over te houden. Verder zie je ook steeds meer duiven van - of afkomstig van - vader en zoon Jellema aan de kop van de nationale uitslagen, wiens stam deels is opgebouwd uit een nazaat van de 131 van Jan de Weert (Zwart Goud) en daarnaast op de Tournierstam van Piter Beerda. Maar een duif die ook zeker en vooral de laatste jaren steeds meer naar voren komt in de afstamming van de duiven die in Nederland de dienst uitmaken op de grote fondvluchten, is de Fransman van Jan Peters en dit is voor een groot deel te danken aan nazaten van het Betuwekoppel. Want zowel Petertje als Agnes stammen beide af van de Pauduif van Jan Peters die weer een nazaat is van zijn Fransman. Daarnaast stamt Agnes eveneens af van drie van de hiervoor genoemde “superverervers”’ namelijk de 131 van Jan de Weert en de Goede 34 en het Trutje van Jan Theelen.

Met mijn opmerking dat de eigenschappen van de “superververers” in de handen van goede melkers weer naar boven zullen komen, doel ik op de mensen die bewust bezig zijn met kweken en het behoud van de zorgvuldig bij elkaar gekweekte eigenschappen die de afstandsgeschiktheid bepalen. Gerrit is in mijn ogen zo’n melker. Ik laat hem hierover zelf aan het woord; “In mijn tijd als vrijwilliger bij het Volendammer museum heb ik me verdiept in de stambomen van de Volendammers en de specifieke kenmerken van de families. Ik heb hierdoor geleerd om opmerkzaam te zijn op specifieke kenmerken die bepaalde families onderscheiden van anderen. Deze opmerkzaamheid komt me bij het kweken van duiven goed van pas. Zo ben ik gaan letten op de kleur en de doorbloeding van het oog, de zachtheid van de pluim, de natuurlijke vitaliteit (altijd in hun zondagse pak) en het vermogen om hun eigen weg te kiezen (geen kladvliegers). Naar de bouw kijk ik niet zo zeer. Als een duif mij aanstaat op basis van de kenmerken hiervoor genoemd, dan durf ik deze direct als jonge duif al op mijn kweek hok te zetten. Dat heeft mij al menige goede kweker opgeleverd. Waar ik ook zeker op let met het koppelen is of de koppels elkaar willen. Duiven die na 10 minuten nog steeds niets van elkaar willen weten, koppel ik in de meeste gevallen direct over. En zeker in het geval dat ze met elkaar vechten. Ik ben geen liefhebber van nauwe inteelt maar wel van verantwoorde lijnenteelt zoals ik dat zelf noem. Dus wel in verwantschap maar geen broer op zus, vader op dochter of moeder op zoon. Ik ben in mijn stamvorming dan ook niet van één enkele stam duiven uitgegaan als basis maar de duiven op mijn hok stammen af van vier verschillende stammen.”

Tot slot heb ik Gerrit gevraagd waarom hij denkt dat dit koppel zo goed vererft en of hij beide duiven wel eens op een andere partner heeft gehad. Gerrit: “In 2004 zette ik dit koppel op elkaar omdat de afstamming in mijn optiek klopte als een bus. Ik kan er uiteraard niet in kijken maar ik had er direct een heel goed gevoel bij. Toen de eerste jongen hieronder lagen werd dit gevoel alleen maar versterkt, want jongen met zoveel dons had ik tot dan toe alleen maar bij mijn beste duiven gezien. In datzelfde jaar werd uit dit koppel de 621 geboren die bij de gebroeders Jacobs uitgroeide tot een topper van formaat en ook de Superkweker Stet 04-578 die zich ontpopt heeft tot een zeldzaam goede kweker. Ook had ik er dat jaar de 607 en 608 uit en die vlogen zeer goed totdat ze beiden van een zeer moeizaam verlopen vlucht geheel kapot thuis kwamen. Dit koppel was zeer gehecht aan elkaar. Ze zaten altijd samen en paarden alleen in het broedhok. Ook opvallend is dat dit koppel in iedere ronde alleen maar jongen van hetzelfde geslacht voortbracht. Dus altijd twee duivinnen of twee doffers, zo lang als ik er mee gekweekt heb. Ik heb ze in al die jaren slechts één keer op een andere partner gehad. Petertje heeft uiteraard ook het jaar voordat ik Agnes had en na 2013, omdat ze toen geen eieren meer legde, op een andere duivin gestaan. In 2003 had ik Petertje gekoppeld aan de 98-1048770 een duivin die ik te leen had van C. Niesten uit de 404 x 063 van Sam de Jong. Een jong hieruit de 03-921 is de vader van mijn Le Mans duivin. Deze duivin zit 3x in de afstamming van Bolletje (Fred Stet) die de 1e nat. Bergerac en de 4e nat. Cahors vloog. Ook is hij de grootvader van Sjarapova die o.a. een 2e nationaal Bordeaux vloog in 2010 bij Fred Stet.”

Nico van veen - http://www.de-duivencoach.nl



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

DAAGJE NAAR HOOGEVEEN

Op het moment dat ik dit journaal zit te schrijven komt er weer een glimlach op mijn gezicht. Ik ben a.h.w. nog een ...

Evelien's Journaal

Duurste duif ooit

James Huang kocht bij de Duif uitreiking in 2016 een jonge duif van Jan en Rik Hermans. Hij kweekte uit deze duivin een ...

Ad de Jong

Beurs

Op 1 en 2 december is de NPO beurs. Dit jaar is het in de Beursfabriek in Nieuwegein. Een jaar geleden in Rosmalen was ...

Ad de Jong

COLUMNS

De Vroege Kweek

Wie tijdens de winter kweekt moet goed de spreuk voor ogen nemen : “ Men kan iedereen bedriegen behalve de ...

Frans Musch

Informatieve websites 2 / Jaco van ...

In december 2011 schreef ik mijn 1e column over informatieve websites voor de duivensport. Het betrof toen de website ...

Nico van Veen

Eens de grote rui voorbij, gaan wij aan ...

Het energievermogen van elke duif is beperkt, de kunst bestaat er dus in, om met behoud van een goede gezondheid de grote ...

Frans Musch