De Duif van 3 april was niet dik maar wel goed vond ik. Vanwege enkele schitterende reportages. Reportages
over echte kampioenen. Velen zouden ook wel zo goed willen spelen als
die mannen en wetende dat er meer is dan goede duiven alleen komt men in
de verleiding ze na te doen. Daarom dat zulke reportages met meer dan gewone belangstelling gelezen worden. Om te zien of er iets te leren valt, of er iets is dat misschien navolging verdient. Maar
kampioenen navolgen is, hoe vreemd het ook moge klinken, een riskante
bezigheid. Er zijn er voor minder naar de psychiater gemoeten. Waarom zal blijken.
DIRK VAN DEN BULCK.
Een reportage was over Dirk van den Bulck uit Grobbendonk. Iemand met niet al te veel duiven en al jaren weergaloos op de vitesse. De man verliest weinig jonge duiven en dat is in deze tijd op zich al opmerkelijk. Dan hoor je tegenwoordig tot de uitzonderingen. En wat kon je, ook tot mijn grote verbazing lezen? Hij had zijn jongen al een tiental keren gelapt. Jawel met die bittere koude in maart en de eerste dagen van april. Ik heb het twee maal gelezen, hij had het wel degelijk over jongen. De eerste lapvluchtjes zijn amper 400 meter van huis. Zoals Leo Heremans dat doet. Dus dat is het? Vroeg beginnen en er veelvuldig mee op stap gaan? Hmmm.