De laatste tijd ben ik niet echt in de gelegenheid geweest om de discussies op duiven-forum.nl te volgen. Je weet wel …..druk, druk, druk. Maar nu ben ik bezig met een inhaalslag. En daarbij stuitte ik op een interessante briefwisseling van het trio Veninga, Zeldenrust en Schut. En toen ik in het NPOrgaan nr. 20 de ingezonden brief las van mevrouw Els Zeldenrust uit Steenwijkerland kwam onwillekeurig het oude volksliedje over Elsje en haar klompjes in mijn gedachten. De brief van Elsje leek een regelrechte aanval op de heer A.J. Veninga die wij allen kennen als columnist in het NPOrgaan en als raadsman van duivenliefhebbers die, al den niet terecht, door de heer K. Hassing, aanklager tuchtrecht NPO, tuchtrechtelijk worden vervolgd.
En Veninga is een goede raadsman. Diverse keren heeft de aanklager tuchtrecht al bakzeil moeten halen en is hij bij zijn kruistocht tegen vermeende criminelen binnen Duivenland door Tucht- en Geschillen Colleges en door het Beroepscollege teruggefloten.
Zo ook in de zaak waarover het hier gaat.
Het gaat hier om een door Veninga namens zijn cliënt tegen de uitspraak van het TGC ingesteld beroep. Het verweer van de aanklager bestond er uit dat naar zijn mening het beroep niet ontvankelijk was omdat het beroepschrift niet voldoende was gemotiveerd. Voor alle duidelijkheid, het is niet de aanklager die uitmaakt of een beroepschrift al dan niet voldoende is gemotiveerd. De beslissing daarover is voorbehouden aan het rechtsprekende college, in dit geval dus het Beroepscollege. Het Beroepscollege heeft zich over de zaak beraden en oordeelde dat het beroepschrift wel voldoende gemotiveerd was en dat het beroep gewoon kon worden behandeld. En dat nu was tegen het zere been van de aanklager. En dus toverde de aanklager een brief te voorschijn, die hij kennelijk al vóór de zitting had geschreven, waarin stond dat hij geen verdere medewerking aan de zitting van het Beroepscollege zou geven en hij stelde de leden van het Beroepscollege een geschillenprocedure in het vooruitzicht over de vraag of het beroep nu wel of niet ontvankelijk zou zijn. Ik heb over die zaak al eerder wat geschreven en mijn conclusie was toen dat het optreden van de aanklager doorgestoken kaart was, tevoren door het NPO-bestuur werd gesanctioneerd en uitsluitend de bedoeling had om het Beroepscollege te beschadigen.
Goed, terug naar de ingezonden brief van Zeldenrust.
De redactie van het NPOrgaan heeft, en dat siert haar, Veninga de gelegenheid gegeven om vóór publicatie van de brief van Zeldenrust te reageren en heeft die reactie tezamen met die brief in NPOrgaan nummer 20 geplaatst. Die reactie is een typische Veninga-reactie: rustig, vriendelijk en “to the point”. Het is duidelijk dat Zeldenrust nogal wat onzin heeft geschreven over iets waarvan ze niets of ieder geval onvoldoende afweet. Zij had die brief beter niet kunnen sturen. Men zou kunnen oordelen dat de zaak hiermede is afgedaan. Dus waarom zou ik daar dan nog tijd en energie in steken? Wel, dat komt omdat ik zo nieuwsgierig ben. Ik wil altijd graag weten waarom mensen bepaalde dingen doen of laten. En ik vraag mij dus af waarom Zeldenrust die brief heeft geschreven.
In zijn reactie wijst Veninga op de relatie tussen Zeldenrust en de heer Schut (voorzitter van het TGC 10/11) en op het feit dat laatstgenoemde een goede vriend is van de aanklager.
Ik begrijp dat Veninga die verbindingen legt. Het ligt voor de hand dat Schut zijn goede vriend de aanklager een handje wil helpen. Het ligt ook voor de hand dat hij dat niet zelf wil doen want dat zou een beetje al te duidelijk zijn. En het ligt dus ook voor de hand om te concluderen dat de echtgenote van Schut onder haar (bij weinigen bekende meisjesnaam en zonder haar adres in de brief te vermelden) die helpende hand toesteekt.
Maar, met alle respect voor Veninga, ik verschil met hem van mening. Waarom? Wel, het is naar mijn smaak te gemakkelijk en het is ook niet in overeenstemming met de over deze zaak bekende gegevens. Het ingestelde beroep richtte zich tegen een uitspraak van het TGC5. Maar Schut is voorzitter van het TGC 10/11. En het ligt niet voor de hand dat Schut het risico neemt om spitsroeden te moeten lopen bij de duivenfora om een uitspraak welke niet door “zijn” college is gedaan.
Maar wat zit er dan achter?
Een eigen actie van Zeldenrust ligt evenmin voor de hand. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik in de afgelopen 25 jaren nimmer een artikel van haar hand gezien. En waarom zou zij dan nu wel ineens gaan schrijven en dan nog wel in een zaak waarin zij niet is betrokken, waar zij onvoldoende vanaf weet en in een vorm welke in eerste instantie een aanval lijkt op Veninga?
En daar wringt de schoen! De brief van Zeldenrust is slechts in schijn een aanval op Veninga maar is in werkelijkheid gericht tegen het Beroepscollege. Het is een extra waarschuwing aan het adres van de leden van het Beroepscollege. Dat blijkt ook uit haar opmerking dat het Beroepscollege in overtreding is geweest. Kennelijk werden de door de aanklager tegen het Beroepscollege geuite bedreigingen niet voldoende geacht en moest daar (vanuit zogenaamde “onverdachte hoek”) nog een schepje bovenop worden gedaan.
Maar is die hoek wel zo “onverdacht”? Naar mijn mening niet. Helemaal niet!
Want wie zou bij die extra waarschuwing nu het meeste garen spinnen? Zeldenrust? Dat lijkt mij niet. Het is ook duidelijk dat zij het door haar geschrevene niet uit eigen waarneming heeft maar dat dit haar is ingefluisterd. Schut? Dat wil er bij mij niet echt in. Hij zal best de neiging hebben om de aanklager een handje te helpen maar niet tegen eigen belang in. En ik geloof er ook niet in dat zijn band met de aanklager zo sterk is dat hij zijn echtgenote de kastanjes uit het vuur laat halen. Hoewel….. je kunt het nooit weten want ik begrijp dat Hassing en Schut elkaar ook heel goed kennen vanuit de Duitse herdershondenwereld….. De aanklager? Dat lijkt mij ook niet. Hij heeft de leden van het Beroepscollege al eerder bedreigd. Het is voor hem niet nodig om dat nog eens “dunnetjes over te doen”.
Maar wie dan?
Wie heeft er binnen de NPO baat bij om de leden van het Beroepscollege nog eens extra te wijzen op de gevolgen van hun “ongehoorzaamheid”? Wie heeft er baat bij dat het Beroepscollege wordt ontbonden? Wie heeft voldoende bestuurlijke en relationele kracht om Zeldenrust en Schut naar zijn pijpen te laten dansen?
Ik kan er maar één bedenken en dat is Albert Jan de Jong, de voorzitter NPO.
Al eerder heb ik betoogd dat de voorzitter NPO streeft naar een centralistische NPO waar alle macht bij hem ligt. En waarschuwingen aan het adres van de leden van één van de weinige democratische instituten welke de NPO nog kent zijn deel van de strategie om tot die machtsconsolidatie te komen. Ook het ontbinden van het Beroepscollege (of het instellen van een tweede Beroepscollege) is een zet in dit schaakspel om de macht. En de voorzitter heeft vanuit zijn eerdere functie als voorzitter van de Afdeling Friesland (waar het TGC10/11, waarin hij zelf ook nog zitting had, deel van uitmaakt) voldoende Invloed om de Combinatie Schut-Zeldenrust als de spreekwoordelijke “boodschappers” die dingen te laten schrijven die hij wel bekend wil maken maar waaronder hij niet zijn eigen naam wil zetten.
De vraag is natuurlijk of mijn veronderstelling juist is.
En zie, oh wonder, ik krijg op dat punt uit onverwachte hoek steun! Want wat is er gebeurd? Schut heeft een ingezonden brief gestuurd naar de Redactie van het NPOrgaan als reactie op het epistel van Veninga. Maar die brief staat zo vol met onwaarheden, met onjuiste beschuldigingen en met smaad en laster dat, naar ik begrijp, de Redactie weigert om die brief te plaatsen.
Dat is het goed recht van de Redactie maar het is toch jammer dat u die brief niet zelf zou kunnen lezen. Vandaar dat de beheerders van het Duivenforum die brief wel hebben geplaatst. U kunt hem vinden onder het hoofdje “Bestuur en Beleid” met de titel “Reactie van Dhr Schut”.
En wat lezen we in die reactie?
Allereerst distantieert Schut zich van hetgeen zijn vrouw heeft geschreven (….stuk is door mijn vrouw geheel voor haar rekening geschreven). Maar vervolgens gaat hij wel uitleggen wat zijn vrouw eigenlijk zou hebben bedoeld….. En daarna opent ook hij de aanval op het Beroepscollege. Geheel in overeenstemming met wat ik al eerder schreef over het streven van de voorzitter NPO. En wat mij opvalt in het verhaal van Schut is niet alleen dat hij de Aanklager (die hij volgens eigen zeggen amper kent) door dik en dun de hand boven het hoofd houdt maar dat hij daarbij argumenten gebruikt, stellingen poneert en gegevens verstrekt welke hij alleen maar kan kennen uit zijn functie van voorzitter van een Tucht- en Geschillen College!
En dat behoort u niet te doen, heer Schut! U klapt uit de school, heer Schut! U bent m.i. niet geschikt als voorzitter van een TGC, heer Schut! En al helemaal niet omdat u de heer Veninga en de voorzitter van het Beroepscollege beschuldigt van handjeklap, van onoorbare praktijken, van samenspanning en van complotteren. En dat zonder enig ander “bewijs” dan dat zij beiden in het bestuur van de groep van Keurmeesters zitting hebben! Foei, heer Schut!
Als u zulke vergaande beschuldigingen uit zonder dat u daarbij zelfs maar een schaduw van enig bewijs op tafel brengt dan behoort u geen deel uit te maken van een rechtsprekend college!
Het lijkt mij uiterst verstandig en in het belang van een juiste en goede toepassing van het tuchtrecht indien u per omgaande uw functie neerlegt.
NON CEDO FERIO
Cees de Jong - www.duiven-forum.nl
| Gerelateerde artikelen | |