Mega - Deil Electronics            Combinatie Poelman            Verjager      Michel van lint

Smsduif                        Hobbyshop van Tilburg     

Verslag Aanklager NPO van de voorlopige bevindingen inzake Blois 2008


Omdat ik graag commentaar geef, positief of negatief, gevraagd of ongevraagd, heb ik ja gezegd. Dat had ik beter niet kunnen doen. Nadat ik het verslag had gelezen dacht ik: wat moet ik hier nu mee? Dit is geen verslag. Dit is zeven bladzijden lang gezwets in de ruimte. Dus nog maar een keer gelezen. En echt, ik kan er niets van maken. Voor de eerste keer schieten woorden mij tekort. Laat ik het zo zeggen: als de Aanklager mijn broer zou zijn, dan zou onze opoe zaliger (3 klassen lagere school, negen kinderen en na een arbeidsvol maar vreugdeloos leven op haar 46e vreedzaam in de Heer ontslapen) zich van schaamte in het graf omdraaien.

Het verslag mist kwaliteit, niveau en diepgang en is een aanfluiting voor het tuchtrecht.

Ik kon mij dan ook niet voorstellen dat de voorzitter NPO/portefeuillehouder Tuchtrecht, die ik verfoei vanwege zijn gebrek aan moraal en moreel, maar die ik bewonder vanwege zijn management capaciteiten, dit rapport zo vlak voor de algemene leden vergadering heeft vrijgegeven.

Of zou hij slimmer zijn dan ik denk?

Zou hij de kwaliteit van het overgrote deel van de kiesmannen op de juiste wijze hebben geschat?

Mijn "peetvader", Charles de Gaulle (ja je leest het juist Le Cock: le Président de la République, jouw tweede vaderland waar mijn “Patria Nostra” is gelegerd) had een soort van lijfspreuk. Die luidde: “après moi le déluge”. Vrij in het Nederlands wordt dat wel vertaald met: “het zal mijn tijd wel uitdienen”.

En dat is precies het standpunt van een meerderheid van de kiesmannen: laat de boel maar rotten, na mij zoeken ze het maar uit.

Albert Jan de Jong (AJdJ) heeft zich helemaal niet bekommerd om de kwaliteit van het verslag van de Aanklager. Hij wist dat de meesten het niet zouden lezen, dat de rest het niet zou begrijpen en dat het de meerderheid geen lor interesseerde.

Hetzelfde met het rapport van de FBCC. Iedere zichzelf respecterende voorzitter zou zijn opgestapt. Maar niet AJdJ. Hij wist dat het de meeste kiesmannen worst zou zijn. Zo lang ze maar geen echte keuzes hoeven te maken vinden ze het wel prima.

Goed, terug naar het verslag van de Aanklager.
Het is een verslag rondom de wedvlucht van Blois. Door veel Nederlanders uitgesproken als Bloois.
De Fransen noemen het Blwa. En die uitspraak past veel beter bij het verslag van de Aanklager. Zelden heb ik zoveel blwa-blwa bij elkaar gezien.

Ik zal niet alle onzin onder de loupe nemen maar alleen het meest in het oog springende.

Laten we eens beginnen op bladzijde 2 “Resultaten bevindingen 1”
De Aanklager stelt dat de heer Koehoorn “geen inhoudelijke feiten heeft aangegeven richting bestuurslid inzake de onderbouwing van zijn verdenking”.
Maar de Aanklager heeft nooit met Koehoorn gesproken, heeft hem nooit “aan een verhoor onderworpen” zoals hij dat zelf zo graag pleegt te noemen en heeft ook geen schriftelijke verklaring van Koehoorn.
Ik vraag mij af hoe de Aanklager aan zijn “kennis” komt. Zuigt hij dat uit zijn eigen duim of uit die van Piet van Gils (PvG)?

Verder zegt de Aanklager: “Op grond van meerdere reglementaire overwegingen heb ik tegen bovengenoemde 5 personen een tuchtrechtelijk onderzoek gestart. Teneinde deze mogelijke tuchtrechtelijke zaak te beoordelen is daartoe op grond van de reglementen een samengestelde kamer benoemd”.
Wat de Aanklager gemakshalve maar “vergeet” is dat hij aan die samengestelde kamer heeft gevraagd die 5 personen mondeling te schorsen. En wat hij ook “vergeet” is dat die kamer daar geen enkele reden toe zag en het schorsingsverzoek heeft verworpen.

Verder stelt de Aanklager onder “Noot aanklager”: Als er per slot van rekening bewijs voor de fraude opstond kan het toch niet zo zijn dat men dit achterhoudt?
Nou, mijnheer de Aanklager, ik kan u precies uitleggen waarom u die film niet heeft gekregen. Omdat niemand maar dan ook niemand vertrouwen heeft in uw handelwijze! Zonder enig onderzoek, zonder enige daartoe strekkende aanwijzing en zonder ook maar één van de betrokkenen te hebben gehoord haalt u het in uw hoofd om tegen 5 NPO-leden, die zich al jaren voor de duivensport inzetten en die bij iedereen te goeder naam en faam bekend staan een mondelinge schorsing te eisen!
Het is een goede zaak dat de samengestelde kamer zich niet door uw ongefundeerde gebral in de luren heeft laten leggen en u heeft afgeserveerd!

Op bladzijde 3 schrijft u, mijnheer de Aanklager, “ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van de secretaris”.
En waarom niet, mijnheer de Aanklager? Omdat zijn verklaring u goed uitkomt?
Want enig ondersteunend bewijs voor die verklaring heeft u niet! Het is louter en alleen de verklaring van de secretaris. En u, mijnheer de Aanklager, zou toch moeten weten dat de enkele niet door andere bewijzen ondersteunde verklaring geen waarde heeft.

Op bladzijde 3 schrijft u tevens: “Omdat hier mijns inzien alle elementen aanwezig zijn van een poging tot afpersing, in de volksmond ook wel chantage genoemd, heb ik de secretaris aangeraden om hiervan aangifte te doen bij de politie”.
Ik zou bijna zeggen, hoe haalt u het in uw botte hersens!
Zonder enig ander bewijs dan de verklaring van de betrokkene zelf adviseert u hem, op basis van uw “autoriteit als Aanklager” (een autoriteit welke u zoals wij vaker in uw epistel kunnen lezen te pas en te onpas op tafel tovert) om aangifte te doen van afpersing!
Nou, ik snap wel waarom de secretaris wegens “hem moverende redenen daarvan af ziet”. Hij blijkt meer verstand te hebben dan u.
En, mijnheer de Aanklager, ik zou als ik u was nog maar eens een bijscholingscursus strafrecht gaan volgen. Want om tot strafbare “afpersing” te komen is de strafrechtelijk relevante kwalificatie “met geweld” nodig. En die kwalificatie ontbreekt in uw hele verhaal.

En ook op bladzijde 3 schrijft u “Volgens de secretaris werd vervolgens dit gepubliceerde verslag nogmaals aangedikt door de heer Theo Streefkerk.”
Ik heb nergens, mijnheer de Aanklager, een verklaring van de secretaris van die strekking gelezen. Ook hier komt u met niet onderbouwde vage verdachtmakingen.

Die door de heer Koehoorn volgens u gebruikte “vorm van afpersing” schijnt u trouwens nogal hoog te zitten. U noemt dat “buiten proportioneel” en “het zet de zaak in een bepaald daglicht”.
Nou, mijnheer de Aanklager, het enige dat ik kan concluderen op grond van de door u tot nu aangedragen “feiten” is dat alleen uw zaken in een bepaald daglicht komen te staan.

Op bladzijde 5 schrijft u iets dat in strijd is met uw eigen betoog.
Immers, u verklaart daarvóór in diverse vormen en bewoordingen dat PvG de juiste beslissing heeft genomen door niet op de ongefundeerde stellingen van de heer Koehoorn in te gaan, dat het vervoer in afdeling 7 goed was georganiseerd en dat de winnaar zoals altijd reglementair zou worden gecontroleerd.
Maar op bladzijde 5 schrijft u ineens dat “voordat bekend was dat Jos de Ridder de nationale winnaar zou zijn, door het NPO bestuurslid PvG aan Frank Marinus van de centrale meldpost gevraagd was of de duif van Jos de Ridder gecontroleerd kon worden”.
Nou, dat begrijp ik niet.
Als alles bij afdeling 7 zo goed geregeld is, als er geen enkele reden was om Jos de Ridder te wantrouwen, als de mededelingen van Koehoorn werden beschouwd als ongefundeerd en als steeds wordt verklaard dat het niet nodig was om die mededelingen serieus te nemen en daarop te handelen waarom zou PvG dan voordat bekend was dat Jos de Ridder de nationale winnaar zou zijn vragen of de duif van Jos de Ridder gecontroleerd kon worden?

Uw opmerkingen op bladzijde 5 onder “Verslagconclusie Aanklager onderzoek 3” vind ik infaam.
Die opmerkingen zijn in de context van het gebeuren rondom Blois volkomen overbodig en niet ter zake doende.
Wat u hier doet is om met vage verdachtmakingen en suggesties welke (opnieuw) op geen enkele wijze worden onderbouwd twijfel te zaaien aan de integriteit van de heer Doppenberg.

Ik wil nog wat algemene opmerkingen maken over dit verslag.

Aan het einde slaakt de Aanklager een aantal “hartenkreten”.
Zo merkt hij op dat “zonder aan de integriteit van personen te willen komen” hij zich afvraagt of “het wel verstandig is om zoveel vervoerswerkzaamheden door enkele personen te laten doen”.
Wel, mijnheer de Aanklager, u heeft zojuist met die opmerking de integriteit van de betrokkenen wel degelijk een knauw gegeven. En al weer, zonder enige onderbouwing en zonder enige reden.

En dan durft u ook nog te stellen “Zeker als het hier gaat over een zeer sterk spelende liefhebber”.
Nou, mijnheer de Aanklager, als de reputatie van Jos de Ridder al niet naar de spreekwoordelijke “kloten” was dan is dat na die opmerking van u zonder enige twijfel wel het geval.

En wat moeten we van de volgende opmerking denken?
“Zoals opgemerkt is dit een verslag van mijn eerste bevindingen met mogelijke toekomstige tuchtrechtelijke maatregelen”.
Ik vraag mij echt af of u “ze wel allemaal op een rijtje heeft”.
Blois 2008 was op 21 juni! Het is nu bijna 21 juni 2009!
U heeft er negen maanden over gedaan om met uw “eerste bevindingen” te komen! En u heeft het lef om dan te praten over “toekomstige tuchtrechtelijke maatregelen”!
Kan het nog gekker? Wat is dit? Een tienjarenplan?

En dan nog een laatste opmerking.
Het is u opgevallen “hoe respectloos sommige personen met elkaar omgaan”.
Wel, mijnheer de Aanklager, naar mijn mening bent u één van die respectloze personen!
In uw hele verslag vind ik alleen maar stellingen, vooronderstellingen, verdachtmakingen, insinuaties en loze kreten.
Geen enkel bewijs, geen enkele onderbouwing en geen enkele opmerking welke de toets van een kritische juridische beschouwing kan doorstaan.
Dat vind ik pas respectloos!

CdJong 

www.duiven-forum.nl





Gerelateerde artikelen

Login of registreer om een reactie te plaatsen