Er is de afgelopen weken flink over de tuchtzaak tegen Jaap Koehoorn gesproken en geschreven. Het Spoor wijdde er een lang artikel aan. Maar de kern van de zaak is niet uit de verf gekomen. En die kern is dat Koehoorn op basis van het hem ten laste gelegde niet door het Tucht- Geschillen College mag en niet kan worden veroordeeld! Want door de Aanklager Tuchtrecht is aan Koehoorn het navolgende ten laste gelegd: A. overtreding van artikel 12 van de Statuten NPO (algemene verplichting leden); B. overtreding van artikel 27 van het Wedvluchtreglement NPO (het niet op de juiste wijze aanbrengen van een vermoeden van fraude). Waarom kan Koehoorn nu niet op grond van die artikelen worden veroordeeld? In feite is dat zo simpel als wat.
De Statuten en het Wedvluchtreglement kennen namelijk geen strafbepalingen! Niet voor niets is dan ook in artikel 31 lid 7 van de Statuten vermeld: het tucht- en geschillenrecht wordt nader geregeld bij Reglement Rechtspleging NPO. En in dat reglement is vermeld welke feiten tuchtrechtelijke maatregelen kunnen opleveren (artikel T1.2) en welke tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden genomen (artikel T4). De Aanklager Tuchtrecht had in de tenlastelegging moeten vermelden van welke in het Reglement Rechtspleging genoemde feiten Koehoorn werd beschuldigd en hij had daarbij de artikelnummers en lidnummers moeten vermelden. Dat heeft de Aanklager Tuchtrecht niet gedaan en daardoor is de gehele tenlastelegging van nul en generlei waarde! Wat ik hiervoor al schreef: het TGC kan niet anders doen dan Koehoorn vrijspreken.
Met vriendelijke groeten,
Cees de jong EE
NON CEDO FERIO
Bron en discussie: www.duiven-forum.nl
| Gerelateerde artikelen | |