Mega - Deil Electronics            Combinatie Poelman            Verjager      Michel van lint

Smsduif                        Hobbyshop van Tilburg      

Beroepscollege met ballen.


Al eerder heb ik geschreven dat het Beroepscollege voldoende ruggengraat heeft om zich niet door de Aanklager Tuchtrecht en diens baas te laten commanderen. Na de uitspraak in de zaak vE uit Oud Beijerland wil ik zelfs nog een stapje verder gaan. Dit is een College met ballen! Het College heeft opnieuw laten blijken dat zij niet wijkt voor de bedreigingen en de chantagemethoden welke door de Aanklager en diens baas worden gebruikt om het onafhankelijke tuchtrecht binnen de NPO de nek om te draaien. En dat zij zich evenmin laat spannen voor het karretje van de centralistische machtsstrategie welke binnen het NPO-bestuur wordt beoefend.

Overigens, maar dit even terzijde, ik vraag mij af of we eigenlijk wel een NPO-bestuur hebben! Sinds de laatste “verkiezingen” is het oorverdovend stil in bestuurlijk Veenendaal. Heeft u al eens wat van de nieuwe bestuursleden gehoord? Ik niet.

Goed, terug naar de zaak vE, althans naar de tragikomedie die de Aanklager en zijn baas (of zijn het bazen?) rondom deze zaak ten tonele hebben gevoerd.

Voor alle duidelijkheid, dit is de zaak waarbij de Aanklager eerst de Collegeleden bedreigde met tuchtrechtelijke vervolging omdat ze niet wilden doen wat de Aanklager en zijn baas hen wilden voorschrijven en daarna, toen hem bleek dat die Collegeleden helemaal niet onder de indruk waren, weigerde om de zaak inhoudelijk te bespreken en als een volleerde dramaqueen zijn spullen bij elkaar zocht en de aftocht blies.

Het Beroepscollege stond toen voor de niet aantrekkelijke taak om recht te doen in een beroepszaak zonder de inbreng van de Aanklager. Een wonderlijke situatie, want in die beroepszaak was de Aanklager geen aanklager maar was hij de vertegenwoordiger van de gedaagde. En die gedaagde was “de NPO”(zo gaat het namelijk als de oorspronkelijke gedaagde, in dit geval vE, beroep aantekent). En die gedaagde weigerde dus om verweer te voeren!
Let wel! Het was dus niet Koos Hassing (zo heet de Aanklager) die weigerde verweer te voeren. Neen, het was “de NPO” die dat weigerde. Dat zijn dus u en ik!! Want wij zijn “de NPO”. Of niet soms?
Nou, reken daar maar niet op!
In Veenendaal zitten een aantal mannekens die zich van u en van mij geen zier aantrekken. Die daar niet zitten voor de duivenliefhebber en voor de duivensport en die niet vinden dat zij de NPO vertegenwoordigen maar die vinden dat zij de NPO zijn!

Maar goed, het is nu en hier niet de plaats om de uitspraak tegen vE te analyseren. Het gaat mij louter en alleen om de niet te geloven comedy die de Aanklager en zijn baas tijdens die beroepszaak ten toon hebben gespreid.

In de uitspraak van het Beroepscollege wordt de rol van de Veenendaalse comedianten uiteengezet. En zo hoort het ook. Niet voor niets worden van de zitting aantekeningen gemaakt; die dienen ertoe dat objectief wordt vastgelegd wat de rol van de diverse procespartijen is en wat zij tijdens de zitting hebben aangevoerd.

En wat lees ik nu over de Aanklager?
Nou, dat is nogal wat!

De Aanklager verzet zich ertegen dat het Beroepscollege het beroep van vE heeft geaccepteerd. Hij beroept zich daarbij op artikel A 31.1 van het Reglement Rechtspleging. Dat artikel luidt: “Wanneer partijen beroep wensen in te stellen, dienen zij een gemotiveerd beroepschrift in bij het Beroepscollege door een brief te richten aan Bureau N.P.O. Secretariaat Rechtspleging uiterlijk veertien dagen na dagtekening verzending van de uitspraak. Hierin omschrijven zij hun bezwaren tegen de uitspraak, terwijl de vereiste financiële bijdrage gelijktijdig dient te worden overgemaakt”.
En, stelt de Aanklager, vE heeft alleen maar aangegeven dat hij in beroep gaat en dat hij zijn argumenten later zal toelichten en dus, stelt de Aanklager, is dit beroepschrift niet gemotiveerd en bovendien, stelt de Aanklager, heeft vE niet (gelijk)tijdig de kosten betaald. En dus, concludeert de Aanklager, was vE te laat en had het beroep niet ontvankelijk mogen worden verklaard.
Als je dit zo oppervlakkig leest (zoals de Aanklager kennelijk heeft gedaan) dan denk je wellicht: die Aanklager heeft een punt. Die vE was te laat en heeft zijn beroepschrift niet gemotiveerd dus: eigen schuld dikke bult. Maar zo simpel is het niet!

Allereerst is het zo dat artikel A 31 is te beschouwen als een zogenaamde “lex imperfecta” d.w.z. een “onvolkomen wet”. En dat wil weer zeggen dat dit reglementartikel wel iets voorschrijft maar dat in het reglement niets is geregeld over de gevolgen van het niet nakomen van dat artikel. Met andere woorden, het reglement zegt wel dat je tijdig moet betalen en binnen 14 dagen gemotiveerd beroep moet instellen maar als je dat niet doet dan staat daarop geen (straf)sanctie.
Is artikel A 31 dan een loze regel? Ja en nee. Het artikel mist door het ontbreken van een sanctieclausule zelfstandige betekenis. Maar een oordelende instantie (zoals in dit geval het Beroepscollege) kan zich bij haar beoordeling wel door de inhoud van dat artikel laten leiden. Maar in de zaak vE heeft het Beroepscollege geoordeeld dat er geen redenen waren om vE in zijn beroep niet ontvankelijk te verklaren. En het Beroepscollege mag dat zo oordelen.
En ook de Aanklager en diens baas hebben zich daarbij neer te leggen.
De door de Aanklager opgevoerde komische voorstelling tijdens de zitting was volkomen onterecht. De Aanklager heeft door zijn optreden niet alleen het Beroepscollege geminacht maar ook de NPO (dus u en ik). En naar mijn mening hebben de Aanklager en zijn baas zich door deze actie volkomen gediskwalificeerd in hun functie.
Mijn advies aan de Aanklager en diens baas is: leg je functie neer en verdwijn!
De NPO is naar mijn mening stukken beter af zonder jullie.

Nu blijkt uit de eigen verklaring van de Aanklager dat hij zijn visie zou hebben getoetst bij een drietal advocaten te weten de heren Roessingh, Arie Diepstraten en Frank van Koningsveld.
Wat blijkt nu, de heer Roessingh (de vaste advocaat van het NPO-bestuur) is helemaal niet door de Aanklager benaderd maar door de heer Ebben, directeur Bureau NPO. En laat ik nu maar steeds gedacht hebben dat de Aanklager zelfstandig optreedt. Althans, dat is wat hij en zijn baas ons voortdurend voorspiegelen. Wat de heer Ebben aan de heer Roessingh voor advies heeft gevraagd is, bij mijn weten, niet bekend gemaakt. En dat maakt het advies van Roessingh in mijn ogen van nul en generlei waarde. Want om een advies op de juiste wijze te kunnen beoordelen is het van belang om de adviesaanvrage te kennen en is het ook nodig om het gehele advies te kennen.
Over Arie Diepstraten kan ik kort zijn. De Nederlandse Orde van Advocaten kent geen advocaat van die naam. Er is wel iets te vinden over een Arie Diepstraten maar dat blijkt, oh wonder, een hondenmaatje te zijn van de Aanklager (voor degenen die het niet weten: de Aanklager fokt en traint Duitse herders onder de kennelnaam Van Tiekerhook).
Over Frank van Koningsveld kan ik zelfs nog korter zijn. Ook hij is niet bekend bij de Nederlandse Orde van Advocaten en over hem kan ik verder helemaal niets vinden.

Het vervolg kunt u lezen op www.duiven-forum.nl
 
In de collumm van Cees de Jong





Gerelateerde artikelen

Login of registreer om een reactie te plaatsen