Jarenlang was een Teletekstvermelding bijzonder. Bij de eerste 10 spelen op provinciale of nationale vluchten boven de 500 km, dat was wat. Daar kon je trots op zijn! De laatste jaren is er jammer genoeg een soort van devaluatie opgetreden. Een paar jaar geleden werden er ook al “Teletekstvluchten” op midfondafstanden (300-500 km) georganiseerd en nu is het al zover dat er al vitessevluchten (300 km of minder) zijn waarop een Teletekstvermelding is te verdienen. Al met al een waardeverlies van het begrip Teletekstvermelding! Waarom wil de NPO dat nu? Welnu liefhebbers die alleen kortere afstanden spelen moeten ook de kans hebben op zo’n vermelding…. Tsja…. U weet dat op alle vluchten de wind een rol speelt maar zeker op vluchten onder de 500 km. Nu is het dus zo dat er Teletekstvermeldingen te winnen zijn als loten in een loterij. En er is nog iets. Er waren per vlucht altijd 10 vermeldingen. Men vond dat niet altijd eerlijk. Immers op sommige vluchten waren er wel 20.000 duiven mee en op andere – vaak overnachtvluchten – zo’n 1500 a 2000.
De kans om voor een vermelding in aanmerking te komen is dan nogal verschillend. Daar is wat voor te zeggen. Afgesproken is toen het aantal vermeldingen te vergroten tot maximaal 15 als er inderdaad 15.000 of meer duiven in concours waren en minder vermeldingen te gebruiken als het aantal onder de 10.000 zakte. In de praktijk worden die 15 wel gehanteerd maar het minimum is vrijwel altijd 10, ook al zijn er minder duiven mee. Verder zijn er afdelingen die bij NPO-vluchten in 2 stukken worden verdeeld. Ook daar zijn meer dan 10 vermeldingen. Dus pas op: een Teletekstvermelding is niet meer wat het geweest is!
In het weekend van 4 en 5 juni hadden de duiven het zwaar. Door de krachtige noordoostenwind moest er flink gewerkt worden. Wij hadden een vlucht van 330 km. Normaal zo’n 4 uurtjes maar nu ruim 5 uur. Nu is dat voor de goed voorbereide duiven geen probleem maar voor de duiven van liefhebbers die ze eenmaal per dag een uurtje laten rondscharrelen en een busje voer in het hok gooien lag het anders. De verschillen in aankomst waren groot. In de voorgaande weken was de wind de vriend van de duiven met snelheden van respectievelijk 1400, 1700 en 1600 meter per minuut. Nu was het dus zwaarder en de uitslag werd door de betere liefhebbers gedomineerd. Toch heeft deze vlucht mij aan het denken/twijfelen gebracht. In de aanloop naar deze vlucht trainden de doffers hier geweldig. Tot zo’n 80 minuten per keer en dan moest ik ze nog uit de lucht halen. In de laatste minuten van de training werden er nog “Steigerungen” uitgevoerd. Daarentegen trainden de duivinnen slecht! Met pijn en moeite waren ze een uur in de lucht te houden, vooral omdat wij buiten uit wonen en er weinig andere huizen in de buurt staan. Zo nu en dan vlogen ze zo langzaam, dat ik dacht, dadelijk storten ze neer… Logisch dat we de doffers als onze favorieten zagen! Maar… inderdaad kwam er een doffer als eerste ( wint nu de 1e bij 1060 meter per minuut en vorige ook, toen bij 1700 meter per minuut! ) toen echter volgden de duivinnen in de meerderheid! Verrassend! Ik vroeg mezelf dus af, helpt dat geweldige trainen nu wel? Kun je met korter trainen ook goede resultaten neerzetten? Had ik ze de ochtend voor het inkorven niet meer moeten laten trainen? (We laten dan meestal de doffers nog trainen, de duivinnen niet meer wegens niet meer luisteren). Konden de duivinnen deze prestatie neerzetten omdat het “maar” 330 km was en hadden ze bij een langere afstand gefaald? Allemaal vragen waarop ik het antwoord – nog – niet weet!
Een stelling die ik wel aandurf is dat het milieu waarin een duif verkeerd, mede bepalend is voor de prestaties. Duidelijk is dat met een goede verzorging, een in aanleg goede duif, uit kan groeien tot een topper! Dit hebben we al verschillende keren meegemaakt. Zo nu en dan worden ons jongen aangeboden uit “zeer goede ouders” door liefhebbers die laat ik het zo zeggen, om wat voor reden dan ook, niet sterk spelen. Ik denk dan wel eens wat moeten we hier nu weer mee? Goed we nemen ze mee en zetten ze tussen onze jongen en zien wel. Op dit moment hebben we weer zo’n toppertje. Gekregen van een liefhebber die niet sterk vliegt. Afstamming prima. Als jong was het geen ster maar van een vriend, dus… Als jaarling zo zo maar toch gehouden en nu als 2-jarige een van de toppers op het hok! De liefhebber in kwestie weet het inmiddels en zo hebben er 2 plezier!
Een directe tip: als het in deze tijd van het jaar een paar dagen donker weer is, laat dan de lampen overdag op de hokken branden. Het geeft de duiven het idee dat het mooi weer is.
Nog wat. Zo tegen het einde van het vliegprogramma kunnen de duiven wel een opkikker gebruiken. Zo kunt u bij de doffers enkele extra zitjes in het hok ophangen. Hebben ze weer wat waar ze zich druk over kunnen maken! De duivinnen laten we samen met de jongen trainen. Eerst de jongen er uit en dan na 20-30 de minuten de duivinnen. Trainen ze lekker lang en op tempo. Nadeel is wel dat u een aantal duivinnen uit het jongeduivenhok zal moeten halen….
www.roestpigeons.com
| Gerelateerde artikelen | |