
Wie kent er iets van een duif? Sommigen beweren “HET” te kennen, anderen zelfs de grootste kampioenen zeggen er niets van te snappen. Onlangs bij een van de allergrootsten in België geweest. Stelde zelf aan de hand van een uitslag dat hij er niets van kende. Korfde 11 duiven in op een grote halve fondvlucht. Doet 3e zone C met zijn elfde getekende van elf. Dat zijn de grote kampioenen die hun niet weten kunnen toegeven.
Waar ligt de waarheid. Ergens in het midden waarschijnlijk “De Gulden middenweg”. Feit is dat sommigen hun volledige duivenmelkerscarriere er niets van terecht brengen, anderen tijdelijk en enkele uitzonderingen hun hele leven lang. Het klopt dat er fijne melkers bestaan. Zij die er iets meer van kennen. Maar waardoor maken ze het verschil?
Zij die “HET” kennen.
Ze beweren het altijd zelf maar meestal is het cafépraat. In de winter spelen ze de pannen van het dak; maar daar is voor de leergierige niets op te rapen
Zij die het “TIJDELIJK” kennen.
Ze beschikken over een kweekkoppel dat de “goeie” geeft. Zolang dat koppel er is blijven ze de kampioen maar, als de nakweek niet lukt zijn ze in de kortst mogelijke tijd een gewone meeloper.
“DE EEUWIGE KAMPIOENEN“.
En ze bestaan, zie maar om U heen, ze zijn als witte merels maar ze zijn er. Kampioenen die er ieder jaar terug bij zijn alhoewel we terrecht moeten opmerken dat ze ook wel eens een minder seizoen hebben. Deze kampioenen gaan het zelf toegeven. Dat zijn de echte. Waar ligt het geheim? Er is er geen beweert men, maar één zaak is zeker. Het belangrijkste van al is EEN GELUKTE KWEEK. Dit is het begin van alles.
HET BEGIN
Waar gaan we ze halen? Er zijn verschillende mogelijkheden. Vrienden, buren, op de grote hokken, Kan ik veel geld besteden?
Begin niet met een allegaartje. Vele beginners maken deze onvergeeflijke fout. Een duif van Pier en Pol zal U zeker geen voldoening schenken. De kans ermee te lukken is zeer miniem. Start met een goede stam. Dat kan bij een goedspelende buur zijn, maar dan iemand die men in uiterste vertrouwen kan nemen. Velen hebben schrik van de latere concurentie. Stel je eerst de vraag wat je wilt spelen, de korte afstanden, de halve fond, de fond of zelfs de overnachtingsvluchten. All-round duiven die alle afstanden aankunnen zijn uiterst zelden. Maak je keuze volgens Uw beschikbare vrije tijd, Uw accomodatie, en vooral de geldbeugel. De spreuk “Leer eerst gaan voor ge kunt lopen” is zeker van strikte toepassing. Wie over degelijke financiële middelen beschikt zal het misschien gemakkelijker hebben om een bewezen kweekkoppel, of jongen uit kampioenen of asduiven te kopen.
Maar zijn bewezen kweekoppels wel te koop? Een ronde eieren, en waarom niet op het einde van het seizoen, zijn altijd aan een betaalbare prijs te vinden. Met deze methode verliest ge uiteraard wat tijd,maar de slaagkans is groter.
VOORBEREIDING
Zowel voor winter- als lentekweek is het steeds aan te raden de koppels voorafgaandelijk te scheiden. Dit mag gerust 2 à 3 maanden zijn. Koppel nooit duiven voor de winterkweek waarvan de rui niet volledig ten einde is.Het is echter niet nodig dat de laatsteslagpen 100% is uitgegroeid. De duivers blijven meestal op het hok, de duivinnen in een aangepaste ren. Andersom kan evengoed. De eileg zal veel regelmatiger zijn na een tijdelijke scheiding. Een regelmatige vlucht rond het hok kan hen alleen ten goede komen. Is het de eerste maal dat die duiven op dat hok moeten vertoeven is het aan te raden alvorens tot het koppelen over te gaan de duivers en duivinnen enkele dagen afzonderlijk op het hok te brengen. Ze krijgen de tijd zich aan te passen aan hun nieuw milieu. Het zal vooral de duivinnen ten goede komen.Veel vechtpartijen zullen vermeden worden vooral bij nieuwgevormde koppels.
Minstens 14 dagen voor het koppelen schakelt men over op kweekmengeling. Hits de duivinnen niet teveel op, vooral in de zomer, want ze zouden wel eens onder elkaar beginnen te paren en dat is zeer nadelig voor een goede afloop van het kweekavontuur.
VOORKOPPELEN ?
Wat is voorkoppelen. Sommigen zijn er voorstander van, anderen vinden het onnodig. Het is zeker geen must. Enkele weken voor het definitief samenzetten worden de koppels (vooral nieuwgevormde) enkele dagen samengelaten. Het heeft als voordeel dat ze bij het definitief koppelen elkaar al zullen kennen en het tijdstip van leggen voor alle paren ongeveer tesamen zal vallen. Maar er schuilt een groot gevaar: hou ze in het oog want de drang naar leggen mag niet te ver gaan. Ziet men dat ze goed met elkaar kunnen opschieten of wat we noemen “gepaard” zijn scheidt ze dan onmiddellijk. De koppigste kunnen eventueel enkele dagen in een afzonderlijk hok geplaatst worden tot ze elkaar beter kennen en bijgevolg beter met elkaar kunnen opschieten. Na enkele dagen plaatst men ze terug in hun nestbak.
In de winterperiode kan de dag verlengd worden door kunstlicht. Zonder gaat ook maar het zal de leg enkele dagen uitstellen. Bij lente- of zomerkweek is dit uiteraard overbodig.
KOPPELEN
Indien mogelijk kies een zonnige dag. Nieuw gevormde koppels worden eerst afzonderlijk gezet, liefst de duivin in half bak. Laat de duivers eerst uitrazen alvorens ze samen te laten. Veel nutteloze vechtpartije zullen vermeden worden. Na drie of vier dagen wordt wat nestvulling in het hok geworpen. Het kan stro of tabakstelen zijn. Matten zijn in de handel eveneens verkrijgbaar, zeer praktisch, maar valt wel duurder uit. Tot na de eierleg wordt kweekmengeling geserveerd. Hebben de meeste koppels eieren dan volgt voor melker en duif een rustiger periode. Na enkele dagen broeden kan men iets lichter voederen door geleidelijk wat zuiveringsmengeling bij te voegen. Schakel nooit brusk over van de ene mengeling naar de andere. Het kan problemen met de spijsvertering teweeg brengen.Voeder karig tijdens de broed. Vier vijf dagen voor het uitkippen schakelt men terug over op 100% “kweek”. Tijdens de opgroei van de jongen wordt “volle bak” gevoederd, maar laat geen verspilling toe.

HET SPENEN
Het beste tijdstip is s’avonds na een laatste maaltijd. De volgende morgen worden de jongen niet gevoerd. Maak een hoekje klaar in het jongeduivenhok met wat vers stro of een oude jutezak. De eerste dagen en nachten gaan de jongen gezellig samenkruipen om elkaar te verwarmen. Na enkele dagen zoeken de dappersten hun eigen weg en hou ze in het oog degenen die het eerst op een rustplankje vliegen. Het zijn meestal de beste. Voor enkelen kan het nodig zijn de weg naar de drinkpot te tonen, maar verwen ze vooral niet te veel. Mits een klein beetje aandacht heeft men vlug gezien welke de weg naar de drinkpot niet vonden. Ze zitten iets ineengekrompen, de kleine pluimjes boven de bek iets rechtop, de ogen wat dichtgenepen en wazig. Na éénmaal de weg gewezen te hebben zal hun natuurlijk instinct de juiste weg wijzen. Laat ze geen granen verspillen. In het begin laten ze wel eens de grote granen liggen, mais, erwten...bvb. Alles opeten of niets bijgeven.
Hoe? Er zijn 3 mogelijkheden:
TIPS
Maak het je vooral niet te moeilijk. Indien je geen wetenschapper bent hou je niet te veel bezig met te moeilijke literatuur over “Mendel”, “chromosomen” en andere “omen”. Moest dit noodzakelijk zijn dan waren alleen intellectuelen de kampioenen, maar daar zijn we (gelukkig) ver van af.
Eieren bewaren:
Het kan gebeuren dat ge eieren voor enklele dagen moet bewaren alvorens onder een voedsterkoppel te leggen, misschien gekregen van een groot kampioen? Leg ze gewoon in een tochtvrije droge plaats op kamertemperatuur. Niet op een te warme plek, zoals schouw of verwarming. Leg ze op een zachte bodem. Een potje gerst, of zuiveringsmengeling is daarvoor uiterst geschikt. Ze liggen als in hun nestje. Op die manier kunt ge eieren zeker 4 à 5 dagen bewaren. In de zomer zelfs nog langer.
Duivinnen die niet tijdig leggen:
Laat het stouwproces van een duivin die niet tijdig kan leggen niet te lang duren. Vooral met late of oudere duivinnen valt dit wel voor. De termijn dient gestopt als de andere duivinnen grotendeels hebben gelegd. Men kan volgend trukje wagen. Bij valavond legt men een ei in plaatser of nu meer en meer in kunststof onder de wachtende duivin. Het is aan te raden het eitje iets te verwarmen, in de handpalm of eventueel in warm water. De kans is groot dat de fiere duiver zich zonder problemen op het eitje vlijt. Meestal volgt de duivin zijn voorbeeld. Het tweede ei wordt onder het koppel geschoven met een tussenruimte van één dag, maar dan reeds rond 16 à 17 uur.
Bron: Pipa.be
| Gerelateerde artikelen | |