De overtuiging dat de maanstand een invloedrijke factor vertegenwoordigt bij de kweek is bij mij stilaan gegroeid naarmate ik het artikel doornam van D.V. Belding uit Engeland. Werkwijzen en feiten die zich baseren op het maaneffect vindt men genoeg, de imkers en de biologische tuinders kennen dit fenomeen en houden terdege rekening met de stand van de maan en raadplegen desnoods een biologische zaaikalender om het tijdstip te vinden voor het zaaien van een bepaalde teelt. En welke imker kent de zaaikalender niet van Maria Thun? Maar laten we mijnheer Belding aan het woord!
“Ik heb in de loop van de jaren een groot deel van mijn studies aan dit onderwerp – invloed van de maanstand – gewijd en ben tot de overtuiging gekomen dat de datum gekozen voor het koppelen van de duiven het verschil kan uitmaken tussen succes of falen. Tot mijn eigen voldoening heb ik aangetoond dat men wel degelijk rekening dient te houden met de maancyclussen als men succes nastreeft. Zeker en vast zijn er verschillende duivenmelkers die niet akkoord gaan met het grootste deel van deze theorie omdat ze het nog niet hebben uitgeprobeerd of de verkeerde maanstand hebben uitgekozen bij het koppelen van hun duiven.
Ik geef toe dat wanneer ik voor het eerst hoorde van deze methode, ik het al lachende wegwuifde en mij zeer kritisch opstelde tot ik me realiseerde, dat degene die mij die inlichtingen gaf veel mooiere uitslagen boekte dan ikzelf. Dat stemde mij tot nadenken en ik kwam tot de slotsom dat er wel een stukje van waarheid in de methode kon schuilen. Maar daar ik meewarig had geglimlacht met mijn kameraads inlichtingen kon ik er zeker staat op maken dat hij zijn lippen gesloten zou houden als ik nadere informatie wilde en dat maakte mij sterk om de geheimen rond dit onderwerp te ontdekken, als er iets te ontdekken viel!
Het volgende kweekseizoen schoot ik aan de arbeid en koppelde telkens twee paren op elk van de vier hoofdmaanstanden. Ik dacht dat ik enkel de beste jongen van deze koppelingen diende te nemen om een treffelijk antwoord te verkrijgen maar het was niet zo simpel als dat! Het resultaat van mijn bevindingen over de kweek was het volgende: de jongen voortspruitend uit de koppeling bij nieuwe maan waren ondermaats, de jongen uit de paren bijeengezet op het eerste kwartier waren al niet veel beter, alhoewel er eentje bij was dat hoog scoorde op zijn eerste vlucht. Diegene gepaard op het laatste kwartier gaven jongen die beter vlogen maar niet uitzonderlijk. De duifjes geboren bij volle maan gaven mij twee winnaars, een tweede en een derde prijs. Resultaat: mijn eerste seizoen gekoppeld volgens de maancyclussen gaf de volledige voorkeur aan de volle maan.
Dan gaf ik mij rekenschap dat die goede jongen voortkwamen uit mijn beste kweekkoppels die normaal al goede jongen gaven. Hoe kon ik er dan zeker van zijn dat de maanstand er voor iets tussen stak? Daarom koppelde ik de helft van mijn kwekers bij nieuwe maan en de andere helft bij het eerste kwartier en dit voor de eerste ronde. Voor de tweede ronde jongen werd de ene helft bijeen gezet op het laatste kwartier, de andere helft bij volle maan. Het resultaat van dat jaar was dat de jongen van de nieuwe maan praktisch alle verloren gingen, die van het eerste kwartier waren niet veel beter, slechts drie kon ik behouden. De jongen van het laatste kwartier vlogen tamelijk, echter zonder veel succes. De volle maan jongen vlogen goed en veroverden verschillende prijzen. Na deze tweede proef begon ik deze maantheorie zeer ernstig op te nemen. Het volgende jaar deed ik een gok want ik was vast besloten de feiten van de laatste twee seizoenen duchtig op de proef te stellen.

Ik paarde al mijn duiven gedurende de week van de nieuwe maan en het eerste kwartier. Steunend op de gegevens van de twee voorgaande jaren zouden de resultaten ondermaats moeten zijn en dat waren ze! Het was het slechtste seizoen met de jonge duiven dat ik ooit heb meegemaakt. Maar toch rezen er nog twijfels. Kon het zijn dat mijn kwekers in slechte doen waren dit jaar? In ieder geval kwam ik tot de conclusie dat nieuwe maan en eerste kwartier slechte broedperiodes waren. Het volgende seizoen paarde ik al mijn kwekers bij volle maan en wat had ik een prachtig duivenseizoen!Elke jonge duif vloog prijs. Ik was ten zeerste tevreden tot het tot mij doordrong dat de jongen van de volle maan het als oude niet zo goed deden als die van het laatste kwartier. Ik werd daardoor in de war gebracht, alhoewel ik goed wist en voelde dat ik de goede weg bewandelde met deze maantheorie en dat ik mijn tijd niet verspeelde maar ik beken dat ik met de puzzel nog niet in de goede banen zat!
Ik raadpleegde over dit onderwerp een kanariekweker. Helaas had deze laatste nog nooit iets gehoord over deze theorie. En toch! Na enige uitleg van mijnentwege groeide zijn interesse en hij verzocht mij zijn nauwkeurige aantekeningen verspreid over verschillende jaren nauwgezet door te nemen. Uren aan een stuk doken we samen in zijn notities en vergeleken ze met mijn grafiek. Wanneer we volledig klaar waren met onze analyses en vergelijkingen steeg onze verbazing ten top. Immers de kanaries die de laatste wedstrijd wonnen waren jongen bebroed gedurende of in de buurt van nieuwe maan en oudere winnaars kwamen uit nesteieren die in het nest lagen rondom het tijdstip van het eerste kwartier. Deze bevindingen stonden lijnrecht in tegenspraak met hetgeen ik in mijn onderzoek over mijn reisduiven had vastgesteld. In feite had deze kanariekweker zelfs geen enkele kanarie in zijn volière die gedurende de volle maan als broedsel in het nest lag.
Ontmoediging
Ik besprak al mijn conclusies met een sterspeler (duivenmelker) uit de omgeving. Hij gaf mij de raad om met beide voeten terug op de grond te komen. Volgens hem besliste enkel het geluk in het chromosomenspel over slechte of zeer goede duiven. Op dat ogenblik was de verwarring in mijn geest over dit onderwerp zeer groot en ik moest deze melker gelijk geven en doekte alles op in de koelkast.
Heraanknopen met de theorie
Het volgende gebeurde. Mijn broer, die mijn duiven bezat, besloot wegens zijn aanstaande huwelijk de duiven van de hand te doen. Op het goede moment verkochten we de duiven en ik dacht niet meer aan de maantheorie. Zo verliepen enkele jaren tot op een zonnige dag ik met mijn vader een oude vriend van hem ging afhalen aan het station. Omdat het nogal warm was en we trek hadden in een biertje, installeerden we ons rustig op het terras van het dorpscafé. Na een tijdje sprak ik van opstappen omdat ik nog het een en het ander wilde zaaien. Toen mijn vaders vriend dat hoorde, zei hij dat het beter was met die activiteiten nog een beetje te wachten. Hij trol een agenda uit zijn vestzak, keek het in, en verklaarde dat het best was nog tien dagen te wachten, dan stond de maan in gunstige positie om het zaad aan de grond toe te vertrouwen.
Mijn vader, die aan tuinieren een broertje dood had, dacht dat zijn vriend een mopje vertelde. Ik daarentegen luisterde met volle spanning. Vroegere gebeurtenissen verschenen in mijn herinneringsspiegel. Temeer daar mijn vaders vriend een gekend iemand was in de kringen van biologisch tuinieren.
Hij vertelde ons dat de maancyclussen van vitaal belang waren voor de tuingewassen en dat het ook gold voor de sierteelt. Er moesten volgens hem zekere richtlijnen in acht genomen worden zoals: bloemen zaaien bij nieuwe maan, sla eerste kwartier, rozen en bomen laatste kwartier en patatten, Brusselse spruitjes enz. zaaien bij volle maan.
Het verband
Ik vertelde aan mijn vaders vriend mijn bevindingen omtrent de maantheorie en de invloed van de maan op het kweken van reisduiven. Natuurlijk kon hij mij niet voluit helpen maar hij vertelde dat bloemen en planten voor tentoonstellingen altijd gezaaid werden of geplant in de serre bij nieuwe maan. Plots herinnerde ik mij de kanariekweker, die zijn beste showvogels zaten in het ei met de nieuwe maan. Nu werd de interesse die ik vroeger had voor dit onderwerp als herboren. Want, zo was mijn redenering, als uitstekende tuinders ten zeerste in de maancyclussen met haar invloeden geloofden en er terdege rekening mee hielden, waarom zou de maan dan geen invloed hebben op andere levensvormen zoals reisduiven? Of is de maan zoals nog veel mensen geloven, maar een simpel stukje stof aan de hemel?
Gedurende lange tijd had ik geen duiven. Maar met het verlangen om dieper in te gaan op het mysterieuze onderwerp bezocht ik enkele duivenhokken en nam notities van de data waarop de melkers hun duiven koppelden. Ik herinner mij nog dat ik tot een liefhebber zei, dat zijn jonge duiven een schitterend seizoen zouden vliegen. Waarom? Omdat volgens mijn kaarten, hij zijn kwekers op het geschikte moment koppelde. De melker dacht dat ik dat zei omdat zijn jongen er zo buitengewoon goed uitzagen en hij lachte met mij. Maar, wie laatst lacht, best lacht, en dat was ik. De melker had een buitengewoon seizoen en ik kon hem ervan overtuigen steeds de juiste data in het oog te houden bij het koppelen. Wat hij deed en zijn duiven vlogen de successen bijeen en hij werd een fervent aanhanger van de maantheorie.
De eerste voorwaarde om succes te behalen met het toepassen van een systeem of theorie is het bezit van goede duiven en daarbij moet de melker de eigenschappen van een zeer goed duivenkweker vertonen. Zonder dat aan beide condities is voldaan, is het toepassen van eender welke theorie uit den boze! Zo zullen twee slechte duiven gepaard op de juiste datum meer dan waarschijnlijk ook slechte duiven voortbrengen. En waar een uitstekend melker uit een slechte duif misschien iets kan halen, zo kan het ook zijn dat een slechte melker een goede duif naar de vaantjes helpt.
Om terug het onderwerp aan te snijden. Ik ging in praktijk weer verschillende hokken bezoeken, datums opschrijven en nota’s invullen. In mijn vrije tijd las ik al de beschikbare lectuur over het onderwerp zodat ik meer over het koppelen van duiven afwist dan tevoren. Ik haalde weer duiven op mijn hok, met de afspraak er zo weinig mogelijk te houden. Zes oude duiven met een prachtige pedigree en afstammend van ouders die zelf wedstrijden wonnen, vonden de weg naar mijn hok.
Even naast het onderwerp, mijn standpunt is: als je winnaars nastreeft, koop dan jongen uit recente winnaars en niet uit kampioenen die in jaar en dag geen mand meer gezien hebben. Dus ik koppelde mijn zes duiven en wel op volgende manier: één paar drie dagen voor volle maan, één paar bij volle maan en het laatste paar, drie dagen later. De zes jongen die eruit kwamen behield ik, alsook twee anderen die een goeie vriend voor mij gekweekt had. Ik beëindigde het seizoen met nog alle zes de jongen, die een schitterend palmares vlogen met o.a. zeven overwinningen. Nu was ik er helemaal van overtuigd dat de maan bij manier van spreken een goede hulp kon zijn bij het kweken! Het volgende jaar koppelde ik op dezelfde manier en weer vlogen de duiven goed en wonnen uitstekende prijzen, maar niet zoveel als ik er had verwacht.
Met die klasse van duiven die ik bezat en met mijn kennis over de maantheorie moest ik volgens mijn overtuiging ergens tussen de topprijswinnaars staan en dat was het niet. Ik was zeer teleurgesteld omdat mijn verwachtingen niet helemaal uitkwamen. Er moest nog iets haperen aan mijn theorie. Gelukkig staken in mijn bibliotheekkast nog al mijn nota’s van over al de jaren heen en ook deze van de tuinier. Gedurende de volgende wintermaanden bestudeerde ik opnieuw al mijn gegevens in de hoop een goed antwoord op al mijn vragen te vinden.
De enige houvast die ik vond was dat volle maan duiven het als oude niet zo goed deden als deze van het laatste kwartier. Ik maakte een gedetailleerde studie van mijn kweekgegevens en vond het antwoord dat ik verwachtte. De duiven van het laatste kwartier die mijn duiven van volle maan versloegen, stamden af van volle maan duiven en de volle maan duiven kwamen uit ouders die in het laatste kwartier geboren waren. De vraag rees: zou nu dit verschil van enkele dagen zo’n groot belang hebben? Om dit helemaal uit te testen koos ik duiven met dezelfde geboortedatum en koppelde hen zodanig dat de jongen enkele dagen voor, op, of enkele dagen na volle maan zouden geboren worden. De jongen uit deze koppelingen vlogen bijzonder goed, beter dan de voorgaande seizoenen. Toch dacht ik dat het nog beter kon, niet alleen voor het geldgewin, maar wel om te bewijzen dat de maantheorie niet alleen een theorie is, maar een belangrijk feit.
Ik ging nogmaals alle opzoekingen na en vond volgende conclusies. De Duiven gekoppeld drie dagen voor volle maan gaven de meeste winnaars, maar voortgaande op de geboortedag staan de jongen van volle maan aan de absolute top. Daarom is het antwoord op mijn vragen: de geboortedatum telt en is bepalend – in goede of slechte zin – voor de vliegcarrière van de duif!
Het volgende jaar koppelde ik de nieuw gekozen kwekers twee dagen voor volle maan en de vaste koppels bij volle maan. Dat gaf als resultaat dat elke jonge duif het daglicht zag bij volle maan en het werd een reuze jaar. Alle jongen vlogen prijs en wonnen verschillende eerste prijzen!
Er is nog meer! De dag dat ik de duiven koppelde was de laatste dag van volle maan juist voor het feest van St-Valentijn. Waarom dan? Ik heb geen enkele specifieke reden, behalve dat de legende daar is en het feit dat in de natuur de liefde ontluikt en dat die periode, naar mijn mening het best geschikt lijkt om te kweken en daarbij moet je elke kans die een verbetering van je jongen kan inhouden met twee handen grijpen.
Ik ga nu een kort overzicht geven van de echte feiten of de effecten van de maanstanden, waargenomen bij mijn eigen duiven.
Nieuwe maan: deze duiven zijn uiterst geschikt voor schoonheids-wedstrijden, maar voor vluchtwedstrijden een hopeloos geval.
Eerste kwartier: Op het eerste gezicht schijnen het goede duiven te zijn. Ze vliegen en trainen goed. Maar van deze jongen gaan er veel verloren bij het dagelijks uitvliegen en die overblijven doen het wel goed in gemakkelijke vluchten, maar eenmaal dat er te werken valt, geven ze het op.
Laatste kwartier: zijn all-round vliegers, vooral als ze juist op het laatste kwartier geboren worden en wat meer is: bij moeilijke vluchten kun je op hen rekenen.
Volle maan: in mijn opinie de beste periode bij uitstek. Er verbleven 18 jonge duiven op mijn hok, 17 waren bij volle maan geboren en alle 17 toonden zich overwinnaars. En dan als kwekers voldeden ze volledig en ik kan in alle eerlijkheid vertellen dat ik nooit, ik druk erop, nooit een jong geboren bij volle maan verloren heb! We zien dat we de beste resultaten verkrijgen door onze kwekers – die ook geboren zijn bij volle maan – te koppelen bij volle maan. Er is niets zo gemakkelijk en niemand hoeft er zijn kop over te breken. De duivenmelker die veel jonge duiven aan huis verleert, zou zijn nota’s even moeten inkijken en zal dan waarschijnlijk versteld staan van het resultaat. Die nota’s zullen hem met bijna uiterste zekerheid vertellen, dat hij zijn kwekers op een ongunstig moment koppelde.
Dat de eieren kipten op een ogenblik van slechte maanstand en dit feit één van de oorzaken is van het groot verlies! Ik ga nog een beetje verder door te voorspellen – en ik ben er haast van overtuigd – dat hun jongen bij nieuwe maan het daglicht zagen. Natuurlijk zullen verschillende lezers hun schouders ophalen en ongelovig dit artikel lezen. Deze brave Thomassen moeten even hun duivendagboek te voorschijn halen en even nagaan hoe de maanstand was bij de geboorte van hun kampioenen! Op deze manier kan iedereen direct mijn maantheorie aan de werkelijkheid toetsen.
En wat kunnen we nog meer halen uit hetgeen we totnogtoe hebben gelezen! Wie van ons heeft er nog geen duif bijgehaald – gekregen of voor een mooie som gekocht – duif, die uit goede kwekers of uit kampioenenouders afstamt en na verschillende pogingen moeten we de pijp aan Maarten geven, omdat we nu eens niets, maar dan ook niets fatsoenlijks uit deze duif kunnen trekken. En waarom slaagt mijn buur er wonderwel in om met een broer of zuster, maar dan van een ander nest, er kampioenen uit te kweken? Ik ben er heilig van overtuigd dat de goede duif bij volle maan en de slechte bij nieuwe maan geboren werd.
Het punt is dat de maancyclus u kan helpen kampioenen te kweken uit goede duiven. Eerder heb ik u verteld hoe en wanneer ik mijn duiven koppelde. Lukt het niet met een bepaald koppel en komen de eieren te laat, dan worden ze gekookt en genuttigd bij het ontbijt!”, aldus Mr. Belding.
Dit artikel werd jaren geleden gepubliceerd in een duivenblad door Dhr. W. v.d. Broeck.
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenvlucht.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenvlucht.nl te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders
| Gerelateerde artikelen | |