In de wintermaanden lijkt het er dikwijls op, dat duivensport geen sport meer is. Op internet en in veel duivensportbladen gaat het dan vooral over sensationele verkopingen. Stambomen zorgen ervoor, dat niet de duiven maar de euro's met trossen van honderd en duizend door de lucht en de zalen vliegen! En de bewondering op de gezichten voor grote geldsommen groeit vaak sterker dan wanneer 's zomers een duif er nog een spurt je uitperst om een eerste of vroege prijs te winnen op Quiévrain of Barcelona. Af en toe ga ik ook eens naar die moderne geldfolklore, niet om te kopen, maar om na te ga.an of die dure duiven duidelijk beter zijn dan de betere duiven op gewone hokken.
Voor 10 à 20 % wil ik een uitzondering maken, maar zeker 80 % wordt duur gemaakt met de "pluimen" van duiven die niet in de verkoping zitten of reeds dood zijn. En of dat klein procent goede duiven (in de hand) ook goede kwekers zijn is een groot vraagteken. Er worden ieder jaar duizenden duiven met grote "stamboomtralala" peperduur verkocht. Neem echter op een kam¬pioenen hok 2, 4, 6 of 10 duiven weg en het is maar een gewoon hok meer. Liefhebbers met een bescheiden beurs moeten volgens mij echt niet bang zijn voor die dure duiven van openbare verkopingen, zeker niet als het geen totale verkoping is. En bij "totale" verkopingen is het beste soms ook al op voorhand weg. En wie gedeeltelijk verkoopt, verkoopt die het beste van zijn kolonie? Nog dit. Er zijn liefhebbers die jaarlijks (veel) minder uitgeven aan hun hobby dan de gemiddelde prijs van de duiven van zulk een megaverkoop.'s Zomers rangschikken ze zich wel een of meer keer voor die hokken.
Iedereen is natuurlijk vrij om te verkopen en te kopen. Ik mag ook vrijuit mijn mening geven. Als hobbyist betreur ik enorm de schade die onze hobby lijdt door dat geldcircus. Ik kan geen les meer geven over duiven of met vrienden niet-duivenliefhebbers over duiven spreken of ik krijg vra¬gen over grof geld. Verder stelde ik deze winter ettelijke keren vast, dat een bonnenverkoop ten voordele van een vereniging in totaal veel minder opbracht dan één duifje van een sensationele verkoping, terwijl die vereniging toch een aantal bonnen kreeg van uitmuntende liefhebbers die die grote mannen menig keer kloppen in de wedstrijden.
Achterdocht is zonde
Ik vroeg een ietwat ontmoedigde liefhebber onlangs om eens mee te gaan naar zulk een verkoping. Hij zei: "Neen, voor de 5 euro of meer om die duiven eens in de hand te mogen nemen kan ik 10 kg goed voer kopen". Vermits het over de verkoop van uitgeselecteerde jonge duiven ging, bezorgde hij me wel een lijstje met de ringnummers van 43 jonge duiven van de verkoper die prijs vlogen op 4 wedstrijden waaraan mijn vriend ook deelnam. Hij wilde weten of die duiven ook verkocht werden en tegen welke prijs. Van die genoteerde prijsvliegers werden er geen verkocht. Er werden wel een aantal jonge duiven verkocht met ringen die ik kon rangschikken tussen de ringnummers van duiven die ik vooraf van mijn vriend kreeg en nestgenoten van die duiven. Die duifjes werden schijnbaar niet gespeeld en "speciaal bewaard" om in het najaar iets extra's te kunnen aanbieden, want de reclame zei, dat het beste van het beste werd aangeboden. Mijn vriend en ik weten dat achterdocht zonde is en we weten nu ook, dat we zondige mensen zijn.
Dagelijkse verzorging
Als je nu al jonge duiven hebt, wees dan streng en voorzichtig. Hou al je piepers goed in de gaten. Wie te slap aanvoelt of niet goed in het vlees zit of altijd dromerig zit te kijken verwijder je best om later onheil voor de andere piepers te voorkomen. Overbevolking veroorzaakt verliezen. Daarom houd ik nooit een grote bende piepers: 30 vind ik al heel veel. Ik zorg altijd voor 20 à 40 % meer zitplaatsjes dan duiven. Maak je piepers vertrouwd met je persoon en je handen. Als je ze nu mensenschuw maakt. blijf je er later miserie mee hebben. Geef ze degelijke kost. maar zorg dat ze goed luisteren als het etenstijd is. Na de maaltijd mag er bij mij niets in de voerbak blijven liggen voor wie te bang was om dadelijk aan tafel te komen. Als het kan ga ik zo staan, dat een bange duif maar heel weinig of niets te. eten krijgt. De volgende keer stoort ze zich niet meer aan mijn nabijheid. Wees ook voorzichtig. Dwing jonge duiven nooit om in de spoetnik of op het dak te vliegen, ook niet als hokgenoten dat al vlot doen. Het steekt niet op een dag, zelfs niet op een week. Kinderen en piepers moeten zich zeker voelen bij iets wat ze moeten doen. Door je jonge duiven goed te voeren verhinder je, dat ze roekeloos worden en snel en lang de lucht in gaan. Probeer ze tot half april dicht bij huis te houden.
Laat ze rustig vertrouwd geraken met het dak en de directe omgeving. Als je na enkele weken wat soberder voert, gaan ze vanzelf langer vliegen. Zo verlies ik al jaren praktisch geen jonge duiven. De verzorging van je jarige en oude duiven hou je nu best zo.eenvouciq mogelijk. Als er geen sneeuw of mist is, laat ik ze dagelijks trainen. Verder een paar keer per week een bad en veel frisse lucht.
Voeding
Voer in deze periode niet te sterk en niet te veel. Wat is te veel? Je voert te veel als je duiven niet goed meer luisteren bij het binnen roepen. Duiven die te snel aanvetten selecteer ik uit mijn bestand. Als je dat een paar jaren na elkaar doet, heb je zelden nog een te vette en te zware duif. Naast granen geef ik elke dag een flinke portie verse grit en groenten uit mijn tuin. Groenten bevorderen de gezondheid en zijn tevens een goede voedingsregelaar: wie honger heeft kan altijd eten maar zal nooit te veel eten. En wie verdwaalt vindt gemakkelijker eten als hij groenten heeft leren eten. In deze periode zijn speciale voedingssupplementen ook niet nodig. Biergist. lookolie, Naturaline en appelazijn worden niet meer beschouwd als iets "speciaals". Ik denk, dat hoe minder je in deze periode geeft buiten granen en grit. hoe meer je je duiven dwingt om hun verteringskwaliteiten te ontwikkelen. Tijdens het seizoen reageert het lichaam dan ook beter op iets extra's. Probeer het maar eens met Naturaline. Als je na 2 à 3 weken of langer weer Naturaline geeft. zie je snel veel meer dons op je hok.
Medicatie
Begin te praten over medicatie en iedereen luistert mee. Reportages lijken pas goed en leerzaam als er ook over medicatie gesproken wordt. Het gevolg is, dat massa's duiven massa's medicatie moeten slikken, heel dikwijls onterecht. Veel liefhebbers maken geen onderscheid tussen een gebrek aan conditie en een ziekte. Ze denken dat hun duiven ziek zijn als ze niet goed trainen, er niet fris uitzien of lusteloos zitten te kijken. Volgens mij moet je die situatie vergelijken met wat je rondom je ziet bij de mensen. Wie niet genoeg beweegt, bang is om zich moe te maken, te weinig buiten komt, te vettig eet enz., ziet er ook niet fris uit en is vlug moe. Toch is hij helemaal niet ziek. Een geneesmiddel kan hem wel even oppeppen, maar een schop, een fiets of een paar flinke wandelschoe¬nen brengen zonder twijfel meer heil. Ook op je duiventil is dit zo. Doe je duiven bewegen, werken. Wie te lui blijft en niet wil trainen, eet ik op (in de hoop dat ik hier zelf niet lui van word !).
Jaak Nouwen
Bron: Duifke Lacht 03/02
Ook 2 wekelijks Duifke Lacht in uw brievenbus neem hier dan een abonnement op "Duifke Lacht"
| Gerelateerde artikelen | |