Nieuws - Duifke Lacht Duivensportmagazine
Over dure duiven werd de voorbije maanden meer gesproken dan over duivensport. Ofschoon de meeste liefhebbers zich beperken tot het kopen van een bon om een vereniging te steunen. Misschien is die bon echter meer waard dan ... een stamboom waar een duif aan vast hangt. Over dure duiven werd de voorbije maanden meer gesproken dan over duivensport. ofschoon slechts een klein procent van alle liefhebbers de portemonnee opende voor een. dure koop. Bij een bon om een vereniging te steunen hield het voor de meesten op. Misschien is die bon wel meer waard dan een stamboom waar een duif aan vast hangt. Bij tal van gewone liefhebbers zitten ook goede duiven die geen honderden euro's en zeker geen duizenden euro's moeten kosten. Ik redeneer altijd als volgt. Als ik enkele keren per jaar vroeger kan klokken dan concurrenten die 10, 50,100 of 500 keer meer investeren in de duivensport dan ik, dan ben ik tevreden. Voor veel groot volk is het ook niet elk weekend kermis.
Dagelijkse verzorging
Om mijn duiven tammer te maken heb ik de laatste weken meer tijd op mijn hok doorgebracht. Vooral mijn duivinnen waren minder tam geworden, wellicht door over te schakelen naar het totale weduwschap. Ze zitten dan op kapjes, want als er nestbakken op het hok staan beginnen ze snel onderling te paren. Ik leer ze nu op hun kapje te blijven zitten als ik dicht bij hen sta. Met een lange stok laat ik hen zachtjes aanvoelen dat het op de vloer niet veilig is voor hen. Mijn geduld en kalmte werken hun bang zijn stilaan weg. Tijdens het poetsen laat ik mijn duiven niet meer buiten of op de gang voor de afdelingen. Zo worden ze ook meer gewoon aan mijn bewegingen. Ik praat nu ook meer tegen mijn duiven. Op de hondenschool hebben ze mij geleerd, dat dieren tammer worden door veel tegen hen te praten, ook al zijn het (rustige) scheldwoorden. Ik voeder nu op een voedertafel in plaats van op de vloer. Zo zitten ze dichter bij me en worden ze meer gewoon aan bewegingen van mijn han¬den en armen. Het kost allemaal wat meer tijd, maar het loont de moeite. Vroeger liet ik mijn duiven tijdens het dode seizoen vrij veel over de gang voor de afdelingen lopen. Dat heb ik afgeschaft, want de gang is een ontsnappingsroute als ik een bangere duif eens wil vastnemen. En je weet het, één bange duif maakt de andere duiven ook bang. Iedereen moet nu na de training dadelijk naar zijn afdeling. Enkel om naar het bad in het badkamertje (= kleine ren tegen de voorgevel) te gaan mogen ze nog vrij over de gang lopen. 's Avonds kijk ik van op de gant) of elke duif zich goed voelt in haar afdeling. Soms moet ik even bijsturen, want af en toe is er een duif die vloer, drinkpot of voedertafel tot haar territorium gemaakt heeft. Tijdens het vliegseizoen is dat een gunstig voorteken, maar door het jaar moeten ze socialer met elkaar omgaan. Je kan die egoïsten manieren leren door de drinkpot op een andere plaats te zetten en/of door op de vloer een paar potjes met verse grit vermengd met wat kleine zaden te plaatsen waar de duiven tegelijk naartoe wippen. Mijn hok voor jonge duiven is zo ingericht dat ik altijd dicht bij hen sta. Tussen hun zitbakjes en de voedertafel is er maar een afstand van 65 cm. Als ik op het hok ben, mogen ze niet op de vloer zitten. Ik leer ze vechten tegen mijn hand. De strijd om een halve pinda tussen mijn vingers te veroveren vind ik amusant. Ik hou nooit veel jonge duiven. Een groepje van 20 à 25 kan ik gemakkelijk onder controle houden. Als het er meer worden, begin ik te selecteren.

Voeding
De jonge duiven geef ik 's morgens zuivering en 's avonds kweek. Ze krijgen elke dag groenten. Om ze groenten te leren eten geef ik ze 's morgens een paar keer per week weinig eten. De oude duiven voer ik in februari en maart om de andere dag zuivering of kweek. Alles opeten is de boodschap en wie niet binnenkomt bij het roepen krijgt niets. Soms is dat moeilijk, maar het is de enige manier om de duiven goed onder controle te houden. De oude duiven ga ik eind februari nog een driedaagse groentekuur geven: niet trainen, geen granen, enkel water en groenten (wortelen, knolselder, spruiten en boerenkool). Ik laat me dan weinig zien op de hokken. Die "zuiveringskuur" bevordert het dons gooien en de borstspieren worden zuiverder en meer roos. Grit en mineralen kunnen ze natuurlijk altijd pikken.
Medicatie
In februari vind ik die niet nodig, ook niet voor jonge duiven. Ze moeten op een natuurlijke manier gezond kunnen blijven. Zieke duiven verwijder ik. Twijfelaars en heel bange duiven eet ik op. In de winkel kost een geslachte duif 7,5 euro. Als mijn vrouwen ik een lekker duifje willen eten, sparen we 15 euro uit, meer dan de prijs van een grote zak duivenvoer, genoeg om 50 duiven 14 dagen te voeren. En als je een promotiezak met 10 % extra neemt, verdien (1) je nog meer met lekker te eten. In welk restaurant word je beter bediend?
Voorbereiding op de wedstrijden
Om 2011 beter te maken dan 2010 moet ik het totale weduwschap beter onder de knie krijgen. Ik denk, dat ik tot nu toe te veel geloofd en gedaan heb wat er over het totale weduwschap geschreven en gezegd wordt. Ze allemaal iedere week speLen geloof ik niet meer. Dit werkt misschien een paar keer, maar niet wekenlang omdat je dan vaste regels van het weduwschap met de voeten treedt. Het is ook te zenuwslopend en te duur. En er zijn nog andere ongemakken: je auto is soms te klein en je wordt kregelig bij het op volgorde inkorven en het invullen van de poulebrieven. Je hobby gaat zo naar de knoppen. Sinds ik met het totale weduwschap begon, zijn mijn duivers slechter beginnen te vliegen. Als je eigen vrouw dikwijls op stap is als je thuis komt, ben je zelf na een tijdje ook niet meer zo gehaast om thuis te geraken. Je kan dit ook toepassen op de duivinnen, alhoewel die daar minder onder schijnen te lijden, want, als bij hen het vlammetje ontstoken is, zijn alle duivers voor hen even "lekker". Je ziet soms ook op je hok, dat een duivin zich plots zo maar laat trappen door een duiver in haar buurt. Om de duivers niet te ontmoedigen heb ik mijn vliegduiven verdeeld over 3 afdelingen zodat ik 6 kleine groepen vliegers zal hebben: 3 met duivers en 3 met duivinnen. De 3 groepen duivers zitten elk op een afdeling met nestbakken en de 3 groepen duivin nen gaan naar één vierde afdeling zonder nestbakken. Ik heb nu reeds een vliegschema opgesteld waarin elke week 2 of 3 volledige groepen gespeeld zullen worden, maar zo, dat de duiven bij thuiskomst hun partner altijd in hun nestbak vinden. Vanaf nu hou ik alle duiven ook goed in de gaten. Wie te weinig bakvast is, paarlustig wordt, zich niet durft verdedigen bij een strubbeling, niet graag traint, niet 'ooed eet, zelden dons gooit, geen echt witte neus heeft enz., krijgt een slecht punt en riskeert nog uit de vlieg ploeg te vallen of snel veroordeeld te worden tijdens het vliegseizoen. Ik ga ook strenger zijn voor mezelf en me stipter aan mijn plannen houden In de wintermaanden bieden allerlei clubs extra lidkaarten aan die bol staan van voordelen. Die voordelen gaan zoals dat in de sport en bij de lotto gebruikelijk is, vooral naar de winnaars. Dat die clubs een bijdrage vragen voor de speciale kampioenschappen die zij inrichten en voor de prijzen die zij uitspelen vind ik terecht, want koken kost geld. Somrniqe van die clubs stellen hun lidkaart echter verplicht als voorwaarde om deel te nemen aan de wedstrijden die zij voor hun programma uitgekozen hebben. Ettelijke liefhebbers maakten hierover bij mij hun beklag, omdat de duivensport al duur genoeg is voor hen. Een extra lidkaart eisen om deel te nemen aan een wedstrijd is inderdaad in strijd met de reglementen van de K.B.D.B., zoals de heer Goegebuer van het Nationaal Sportcomité mij op 24 november 2010 schriftelijk bevestigde
Promotiecommissie opdoeken?
Iedereen kent die commissie al jarenlang en denkt dat ze over veel geld beschikt. Over haar werking en het bedrag dat er in haar kas zit horen we heel weinig of niets. Eigenlijk zou die commissie een denktank moeten zijn die zoekt naar de kern van wat er fout zit in onze hobby. Zij moet de ouderwetse manier van met duiven spelen aanpassen aan de eisen van deze tijd. De wetten inzake stedenbouw, de manier van leven tegenwoordig enz. kunnen we niet veranderen en daarom moeten we ophouden hierover te blijven zagen. Ons ouderwets gedoe kan geen jonge mensen aantrekken en heiligenhuisjes moeten afgebroken worden. Bedrijven in moeilijkheden stellen een crisismanager aan. Hun maatregelen doen vaak pijn, maar achteraf hebben ze resultaat. Waarop wachten onze leiders nog?
Jaak Nouwen - Duifke Lacht 2011 - Nummer 02/2011 - Februari (1)
jaak_nouwen@telenet.be
Wilt u ook lid worden op Duifke Lacht dat kan via deze link!!
| Gerelateerde artikelen | |